BORSTVOEDING IN UITZONDERLIJKE SITUATIES
1. Zieke neonaat aan de borst
Indien een kind TPN krijgt wordt er ingezet op het kolfbeleid indien een vrouw
borstvoeding wenst te geven. Soms mogen kinderen niet aan de borst drinken, maar
mogen ze wel moedermelk drinken en dan zetten we eveneens in op het kolfbeleid.
1.1 Cardiopathie
Tot welke problemen kan een verstoorde ontwikkeling leiden?
lage zuigkracht
slechte voedingsorganisatie
kortere zuigsalvo’s
snel overprikkeld en moeilijk te troosten
voedingsintolerantie
Bij kinderen met cardiale problemen gaan we de hongersignalen goed observeren
i.p.v. te werken met een strik tijdschema. We gaan dan gaan voeden op vraag wat dan
meestal frequent kort aanleggen is.
Als we overgaan van FV naar BV kunnen we bijvoorbeeld beginnen met bijvoeden met
borstvoeding, doen we dit voor het kind overstuur is, geven we borstcompressie, is de
biological nurturing houding vaak een goede houding en gaan we niet forceren.
1.2 Geboortetrauma
Vaak hebben kinderen met een geboortetrauma moeite met aanhappen. De aanhap is
dan ook iets waar we vrouwen extra bij gaan ondersteunen. Verder moeten we ook
aandacht hebben voor het letsel zodanig dat dit geen pijn veroorzaakt.
1.3 Neurologische problemen
Kinderen met neurologische problemen zijn vaak hypo- of hypertonisch wat het
aanleggen moeilijker maakt.
Mogelijke problemen bij hypotonie?
zwak zuigen
ineffectieve tongbewegingen
onvermogen om vacuüm te creëren en behouden
inadequaat zuigen
Wat kan helpen bij hypotonie is de biological nurturing, rugbyhouding of
doorgeschoven rugbyhouding, het hoofd en de borst ondersteunen, de melkstroom
bevorderen en huid-op-huid contact. Eventueel kan men gebruik maken van een
tepelhoedje (NAKOLVEN).
Mogelijke problemen bij hypertonie?
strakke mond
sterk aanwezige kokhalsreflex
overstrekken
tong die duwt of teruggetrokken wordt
Wat kan helpen bij hypertonie is inbakeren, een goede positionering (ronde houding)
en huid-op-huid contact. Wat soms ook helpt is om het kind eerst te voeden en dan
pas te verzorgen en eventueel kunnen we ook een tepelhoedje gebruiken
(NAKOLVEN). Druk op het hoofd gaan we vermijden.
28
1. Zieke neonaat aan de borst
Indien een kind TPN krijgt wordt er ingezet op het kolfbeleid indien een vrouw
borstvoeding wenst te geven. Soms mogen kinderen niet aan de borst drinken, maar
mogen ze wel moedermelk drinken en dan zetten we eveneens in op het kolfbeleid.
1.1 Cardiopathie
Tot welke problemen kan een verstoorde ontwikkeling leiden?
lage zuigkracht
slechte voedingsorganisatie
kortere zuigsalvo’s
snel overprikkeld en moeilijk te troosten
voedingsintolerantie
Bij kinderen met cardiale problemen gaan we de hongersignalen goed observeren
i.p.v. te werken met een strik tijdschema. We gaan dan gaan voeden op vraag wat dan
meestal frequent kort aanleggen is.
Als we overgaan van FV naar BV kunnen we bijvoorbeeld beginnen met bijvoeden met
borstvoeding, doen we dit voor het kind overstuur is, geven we borstcompressie, is de
biological nurturing houding vaak een goede houding en gaan we niet forceren.
1.2 Geboortetrauma
Vaak hebben kinderen met een geboortetrauma moeite met aanhappen. De aanhap is
dan ook iets waar we vrouwen extra bij gaan ondersteunen. Verder moeten we ook
aandacht hebben voor het letsel zodanig dat dit geen pijn veroorzaakt.
1.3 Neurologische problemen
Kinderen met neurologische problemen zijn vaak hypo- of hypertonisch wat het
aanleggen moeilijker maakt.
Mogelijke problemen bij hypotonie?
zwak zuigen
ineffectieve tongbewegingen
onvermogen om vacuüm te creëren en behouden
inadequaat zuigen
Wat kan helpen bij hypotonie is de biological nurturing, rugbyhouding of
doorgeschoven rugbyhouding, het hoofd en de borst ondersteunen, de melkstroom
bevorderen en huid-op-huid contact. Eventueel kan men gebruik maken van een
tepelhoedje (NAKOLVEN).
Mogelijke problemen bij hypertonie?
strakke mond
sterk aanwezige kokhalsreflex
overstrekken
tong die duwt of teruggetrokken wordt
Wat kan helpen bij hypertonie is inbakeren, een goede positionering (ronde houding)
en huid-op-huid contact. Wat soms ook helpt is om het kind eerst te voeden en dan
pas te verzorgen en eventueel kunnen we ook een tepelhoedje gebruiken
(NAKOLVEN). Druk op het hoofd gaan we vermijden.
28