SPIJSVERTERINGSSTELSEL (INLEIDING, SONDEVOEDING & FLESVOEDING)
1. Bewaking en observatie
1.1 Inname: motorische componenten, zuigen – slikken – ADH
Het innemen van voeding is een complex samenspel tussen verschillende factoren:
biologische factoren
Motorisch zijn vooral de tong en wangen belangrijk. Ook het zuigen en slikken
zijn belangrijk. Zuigen is een reflex. De 1ste zuigbewegingen komen voor ronde
de leeftijd van 15-18w. Slikken is eveneens een reflex die uitgelokt wordt
doordat voeding het gehemelte raakt. Deze reflex is er vanaf 10-14w en is
consistent rond 22-24w. Om voeding te kunnen slikken moet het kind het zuigen
en slikken goed kunnen coördineren.
psychologische factoren
Bijvoorbeeld: ervaring, ontwikkelingsfase, …
externe factoren
Bijvoorbeeld: maagsonde, ervaring verzorger/ouders, …
1.2 Behoefte
Voeding stellen we af op de behoefte van het kind. Een prematuur geboren kind heeft
dan ook andere behoefte dan een kind dat a term geboren is. Daarom gaan we
prematuren en a term geboren kinderen niet dezeflde voeding geven!
1.3 Vertering en absorptie
De vertering van voeding verloopt de 1ste 3m vrij traag omdat de pH van de maag in
de 1ste 4-5 dagen na de geboorte hoog is. Ook de afbraak- en verteringsprocessen
gaan traag omdat het kind nog niet rijp is.
1.4 Voedingstolerantie
Om de vertering te gaan observeren hebben we een maagsonde nodig waar we dan
het maagresidu bepalen of moet een kind gebraakt hebben.
Wat observeren we bij het maagresidu?
hoeveelheid
mate van vertering
aanwezigheid van lucht
Wat observeren we bij braaksel?
hoeveelheid
tijdstip
wijze
consistentie
1.5 Transport
Het transport van het voedsel gebeurt door het slikken en het samentrekken van de
slokdarm, maagwand en darmwand. Bij zieke a term geboren kinderen gebruikt men
soms spierverslappende medicatie waardoor het transport vertraagd wordt, maar ook
bij prematuren verloopt het transport trager. Het is daardoor mogelijk dat de 1ste
stoelgang langer duurt of het kind minder frequent ontlast.
2. Voeding
2.1 Parenterale voeding
Parenterale voeding: voeding via een katheter
19
1. Bewaking en observatie
1.1 Inname: motorische componenten, zuigen – slikken – ADH
Het innemen van voeding is een complex samenspel tussen verschillende factoren:
biologische factoren
Motorisch zijn vooral de tong en wangen belangrijk. Ook het zuigen en slikken
zijn belangrijk. Zuigen is een reflex. De 1ste zuigbewegingen komen voor ronde
de leeftijd van 15-18w. Slikken is eveneens een reflex die uitgelokt wordt
doordat voeding het gehemelte raakt. Deze reflex is er vanaf 10-14w en is
consistent rond 22-24w. Om voeding te kunnen slikken moet het kind het zuigen
en slikken goed kunnen coördineren.
psychologische factoren
Bijvoorbeeld: ervaring, ontwikkelingsfase, …
externe factoren
Bijvoorbeeld: maagsonde, ervaring verzorger/ouders, …
1.2 Behoefte
Voeding stellen we af op de behoefte van het kind. Een prematuur geboren kind heeft
dan ook andere behoefte dan een kind dat a term geboren is. Daarom gaan we
prematuren en a term geboren kinderen niet dezeflde voeding geven!
1.3 Vertering en absorptie
De vertering van voeding verloopt de 1ste 3m vrij traag omdat de pH van de maag in
de 1ste 4-5 dagen na de geboorte hoog is. Ook de afbraak- en verteringsprocessen
gaan traag omdat het kind nog niet rijp is.
1.4 Voedingstolerantie
Om de vertering te gaan observeren hebben we een maagsonde nodig waar we dan
het maagresidu bepalen of moet een kind gebraakt hebben.
Wat observeren we bij het maagresidu?
hoeveelheid
mate van vertering
aanwezigheid van lucht
Wat observeren we bij braaksel?
hoeveelheid
tijdstip
wijze
consistentie
1.5 Transport
Het transport van het voedsel gebeurt door het slikken en het samentrekken van de
slokdarm, maagwand en darmwand. Bij zieke a term geboren kinderen gebruikt men
soms spierverslappende medicatie waardoor het transport vertraagd wordt, maar ook
bij prematuren verloopt het transport trager. Het is daardoor mogelijk dat de 1ste
stoelgang langer duurt of het kind minder frequent ontlast.
2. Voeding
2.1 Parenterale voeding
Parenterale voeding: voeding via een katheter
19