HOOFDSTUK 1: NEURO - ANATOMIE.......................................................................2
HOOFDSTUK 2........................................................................................................ 6
HOOFDSTUK: 3.1.................................................................................................. 11
HOOFDSTUK: 3.2.................................................................................................. 22
HOOFDSTUK 4: Structuur en ontwikkeling van het zenuwstelsel
NEUROFYSIOLOGIE............................................................................................... 26
HOOFDSTUK 5: cellen en hun functies van het neurologisch systeem.................29
HOOFDSTUK 6: Neurale communicatie tussen neuron en cel............................34
HOOFDSTUK 7: Sensatie en perceptie..................................................................35
HOOFDSTUK 8 + 9: neurotransmitters en neurotransmitters in de sport/centrale
vermoeidheid....................................................................................................... 44
HOOFDSTUK 10: Neuroplasticiteit........................................................................52
HOOFDSTUK 11: Exercise and the brain...............................................................58
HOOFDSTUK 12: Hoofdletsels in de sport.............................................................64
H1 Definities en theorieën van motorische controle en leren MOTORISCH LEREN
............................................................................................................................. 69
H2 Basisbegrippen en principes met betrekking tot motorische controle en leren
............................................................................................................................. 80
H3: fasen van leren en meten van vooruitgang...................................................89
H4: praktische toepassingen van onderzoek in motorische controle....................94
H5: intrinsieke feedback en bewegingscontrole...................................................97
H6: extrinsieke feedback.................................................................................... 105
H7: bewegingscoordinatie.................................................................................. 112
H8: de neurofysiologische basis van motorisch leren en functieherstel.............118
H9: posturale controle en de effecten van veroudering.....................................122
H10: snelheid in motorisch gedrag en de effecten van veroudering..................130
,HOOFDSTUK 1: NEURO - ANATOMIE
Ontwikkeling
1. Telencephalon
- grote hersenen
- cerebrum
- hemisferen
2. Diencephalon (tussenhersenen)
- Thalamus
- Hypothalamus
3. Mesencephalon (middenhersenen)
- hersenstelen
4. Rhombencephalon (achterhersenen)
- Metencephalon hersenstam
Pons
Cerebellum
- Myelencephalon
medulla oblongata
telencephalon
- oppervlakkige structuren
2 hemisferen
4 lobben
1. Frontaal
2. Parietaal
3. Occipitaal
4. Temporaal
- Diepe structuren
5 basale ganglia
1) Nucleus caudatus
2) Putamen
3) Globus pallidus
4) Nucleus subthalamicus
5) Substantia nigra
Oppervlakkige structuren
- 2 hemisferen
gescheiden in fissura longitudinalis cerebri
, verbonden door corpus callosum
- 4 lobben
sulcus centralis & fissura lateralis begrenzen frontale, pariëtale
en temporale
sulcus parieto-occipitalis begrenst occipitale
In groeve van fissura lateralis = insula
Functies lobben
- Frontaal
aansturen willekeurige beweging
psychische functies: impulsbeheersing, probleemoplossing,
planning, sociaal gedrag, taal, geheugen
- Parietaal
Integratie van sens. info
Bewuste waarneming v sens. info
- Occipitaal
Verwerken en begrijpen van visuele info
- Temporaal
Taalbegrip
geheugen
verweking van geluid, vorming van emoties en beeldgeheugen
Diepere structuren
Grijze stof structuren
- Basale ganglia (grijze kernen – 5)
Ringvormig
onder schors van grote hersenen rondom thalamus
reguleren motorische activiteit
bewegingen worden versterkt, afgeremd, bijgestuurd…
reguleren verstandelijke/cognitieve en emotionele
functies
Basale ganglia omvatten 5 voorhersen’kernen’ die corticale activiteit
integreren en omvormen tot één gedragsmatige (motorische) output
bestaat uit:
1. Nucleus caudatus (leren en herinneren)
striatum
Corpus
Striatu
m
, 2. Putamen (regulatie motoriek)
Nucleus
3. Globus Pallidus (regulatie onbewuste beweging –inhibitie)
4. Nucleus subthalamicus (pacemaker voor beweging) diencephalon
5. Substantia nigra (dopamine, oculomotoriek, leren en mesencephal
verslaving) on
- wat zou er gebeuren zonder basale ganglia?
je zou bewegingen maken die je normaal niet moet maken
basale ganglia blokkeren/ inhibeert onnuttige bewegingen
- Basale ganglia = extrapyramidale systeem
Innerveren niet direct motorneuronen
MAAR: beïnvloeden activiteit van motorische cortex + dalende
banen indirect
witte stof structuren
- Corpus callosum (interhemisferische communicatie)
- Fornix (onderdeel limbisch systeem; emotie/motivatie/geheugen)
Hippocampus
Amygdala
- Commissura anterior (transfer interhemisferische info; visus, geur,
auditief)
- Capsula interna (motorische en sensorische zenuwbanen)
Basale ganglia = extrapyramidale systeem
- Nucleus caudatus Nucleus accumbens = ventrale
stratium
- Putamen stratium
Corpus stratium
- Putamen Nucleus
- Globus pallidus
- Nucleus subthalamicus Gelegen in
- Substantia nigra diencephalon
Gelegen in
mesencephalon
basale ganglia: Innerveren niet direct motorneuronen
MAAR: beïnvloeden activiteit van motorische cortex en dalende banen indirect
Thalamus