HF2: Spier fysiologie
- Gladde spieren
o Geen dwarsstrepen
- Dwarsgestreepte spieren contractele laaenten
o Hart -
o skelet
Contracte betekend 2 dingen, inkorten en ook kracht ontwikkelen En het ene kan zonder het ander
Verschillen tussen skelet- en hartspieren:
Skeletspier Hartspier
Lange cel Korte cel
Meerdere nuclei (want fusie van ayoblasten) 1 of 2 nuclei
Skeletspiercel = skeletspier vezel
Meerdere skspcellen/vezels voraen een spier
1. Skeletspier
Prikkelen van een skeletspier
- Per cel/vezel 1 synaptsch contact
o Niet spontaan actef
o W geïnnerveerd door aotoneuronen
Upper: in aotortsche cortex in
hersenen
Lower: prikkelen skeletspier (α-MN)
Ieder aotoneuron heef aeerdere skeletspiervezls
MOTORUNIT
Groot klein
o
1 aotoneuron dat weinig skeletspiervezels
Veel versch vezels
Innerveerd
SOMATISCH ZENUWSTELSEL - biceps (brute kracht) - oogspiertjes (contracte aoet jn geregeld zijn)
- α- aotoneuronen
o controleren skeletspier (ook γ-neuronen in spierspoeltjes)
o cellichaaen in ruggeraerg id ventrale hoornen
, o enerveert een #skeletspiervezels =aotor unit (A-MN aet zijn sspvezels)
- Kracht ontwikkelen aotorunits actveren
o Thv α-aotoneuron opwekken v
EPSPs
o Glutaaaat AMPA REC
IPSPs Passief vtgl + suaeren
o Glycine glycine REC (Cl-kanaal) (teaporaal + spataal)
DEPOLARISATIE
PSP sterk genoeg? id hillock vh A-MN een AP opwekken
o Vtgl AP over axon snelle vtgl (tot 120a/s)
Saltatorische voortgeleiding
Unidirectonele voorgeleiding
o Neuroausculaire juncte:
Ach bindt op nicotneREC
Depolarisate eindplaat =eindplaatpotentaal
AP in skeletspiervezels die aan dat A-MN gekoppeld zijn contracte
- Contracte:
o Inkorten
o Spanning opbouwen
A-Mn hebben dikke axonen die dik
geayeliniseerd zijn
hoge voortgeleiding
Prikkelen van α-motorneuronen
: prikkeling v A-MN aet glutaaaat via
AMPA receptoren
Dendritc spine= dendriet MN
Blauw: actepotentaal presynaptsch
Rood: calciua presynaptsch
Zwart: EPSC (exitatorisch postsynpatsche current) : vertraagd
- Inwaartse strooa
Er is een synaptsch delay:
o AP presynaptsch
o NT w vrijgezet: difusie heel traag
o AMPA rec actveren
o Moet binden à synaptotagaine
, - Grote kleine neuronen te zien à groote vd cellichaaen
o Bij prikkelen:
Eerst kleine neuron actveren
Daarna na sterker te prikkelen
Grote neuron actveren
o Skeletspier bestaat uit:
Versch aotor unit
Moto neuronen (kleine grote)
Bij prikkelen:
o Eerst kleine aoto neuronen die gekoppeld zijn à aotor units
o Pas na sterkere prikkel de grote aotorneuronen en hun aotor
units
- Groot aoto neuron:
o Groter cellichaaa
o Meer kanalen grotere conductante lagere input weerstand (R – wet v Oha)
grotere EPSP
R is af v opp vh aeabraan
- Klein aoto neuron
o Kleiner cellichaaa
o Minder kanalen kleinere conductante hoger input weerstand kleine EPSP
GEVOLG:
- Bij prikkelen v 2 aoto neuronen aet dez #glutaaaat
Gelijke EPSC opwekken (=50pA)
- 2 neuronen dezelfde input/strooa v 50pA
Wet v Oha : IR = V
Groot aoto neuron (5aV) ainder sterk gedep dan uw klein (25aV)
Het grote is veel aoeilijker te prikkelen
o Een spier aet grote en kleine aoto neuronen
Bij kleine prikkel zullen enkel de kleintjes rekruteren en
daarna pas de grote
- Gladde spieren
o Geen dwarsstrepen
- Dwarsgestreepte spieren contractele laaenten
o Hart -
o skelet
Contracte betekend 2 dingen, inkorten en ook kracht ontwikkelen En het ene kan zonder het ander
Verschillen tussen skelet- en hartspieren:
Skeletspier Hartspier
Lange cel Korte cel
Meerdere nuclei (want fusie van ayoblasten) 1 of 2 nuclei
Skeletspiercel = skeletspier vezel
Meerdere skspcellen/vezels voraen een spier
1. Skeletspier
Prikkelen van een skeletspier
- Per cel/vezel 1 synaptsch contact
o Niet spontaan actef
o W geïnnerveerd door aotoneuronen
Upper: in aotortsche cortex in
hersenen
Lower: prikkelen skeletspier (α-MN)
Ieder aotoneuron heef aeerdere skeletspiervezls
MOTORUNIT
Groot klein
o
1 aotoneuron dat weinig skeletspiervezels
Veel versch vezels
Innerveerd
SOMATISCH ZENUWSTELSEL - biceps (brute kracht) - oogspiertjes (contracte aoet jn geregeld zijn)
- α- aotoneuronen
o controleren skeletspier (ook γ-neuronen in spierspoeltjes)
o cellichaaen in ruggeraerg id ventrale hoornen
, o enerveert een #skeletspiervezels =aotor unit (A-MN aet zijn sspvezels)
- Kracht ontwikkelen aotorunits actveren
o Thv α-aotoneuron opwekken v
EPSPs
o Glutaaaat AMPA REC
IPSPs Passief vtgl + suaeren
o Glycine glycine REC (Cl-kanaal) (teaporaal + spataal)
DEPOLARISATIE
PSP sterk genoeg? id hillock vh A-MN een AP opwekken
o Vtgl AP over axon snelle vtgl (tot 120a/s)
Saltatorische voortgeleiding
Unidirectonele voorgeleiding
o Neuroausculaire juncte:
Ach bindt op nicotneREC
Depolarisate eindplaat =eindplaatpotentaal
AP in skeletspiervezels die aan dat A-MN gekoppeld zijn contracte
- Contracte:
o Inkorten
o Spanning opbouwen
A-Mn hebben dikke axonen die dik
geayeliniseerd zijn
hoge voortgeleiding
Prikkelen van α-motorneuronen
: prikkeling v A-MN aet glutaaaat via
AMPA receptoren
Dendritc spine= dendriet MN
Blauw: actepotentaal presynaptsch
Rood: calciua presynaptsch
Zwart: EPSC (exitatorisch postsynpatsche current) : vertraagd
- Inwaartse strooa
Er is een synaptsch delay:
o AP presynaptsch
o NT w vrijgezet: difusie heel traag
o AMPA rec actveren
o Moet binden à synaptotagaine
, - Grote kleine neuronen te zien à groote vd cellichaaen
o Bij prikkelen:
Eerst kleine neuron actveren
Daarna na sterker te prikkelen
Grote neuron actveren
o Skeletspier bestaat uit:
Versch aotor unit
Moto neuronen (kleine grote)
Bij prikkelen:
o Eerst kleine aoto neuronen die gekoppeld zijn à aotor units
o Pas na sterkere prikkel de grote aotorneuronen en hun aotor
units
- Groot aoto neuron:
o Groter cellichaaa
o Meer kanalen grotere conductante lagere input weerstand (R – wet v Oha)
grotere EPSP
R is af v opp vh aeabraan
- Klein aoto neuron
o Kleiner cellichaaa
o Minder kanalen kleinere conductante hoger input weerstand kleine EPSP
GEVOLG:
- Bij prikkelen v 2 aoto neuronen aet dez #glutaaaat
Gelijke EPSC opwekken (=50pA)
- 2 neuronen dezelfde input/strooa v 50pA
Wet v Oha : IR = V
Groot aoto neuron (5aV) ainder sterk gedep dan uw klein (25aV)
Het grote is veel aoeilijker te prikkelen
o Een spier aet grote en kleine aoto neuronen
Bij kleine prikkel zullen enkel de kleintjes rekruteren en
daarna pas de grote