HOOFDSTUK 3
Bespreek de func-onele opbouw van de lever. Welke func-es hee7 de lever en hoe zijn de cellen
eraan aangepast?
OPBOUW
- Vertrekt vanuit portaal tract
o Combina=e van 3 vaatjes: protaal vene (PV), hepa=sche arterie (HA) en galgang (BD)
o Vanuit PV en HA: vertakkingen = inlet venules en arterio-sinusoïdale vertakkingen
waarrond hepatocyten in velden naast elkaar
- In sinusoïden, afgelijnd met endotheelcellen: discon=nu en sterk gefenestreerd
o Nauw contact tussen levercellen en plasma
® Nodige stopuitwisselingen kunnen gebeuren
o Bloed vanuit PV en HA in sinusoïde
§ Contact met hepatocyten
§ Drainage naar centrale hepa=sche venule
§ Lever verlaten
- Tussen endotheliale aflijning: Kupfercellen
= macrofagen van lever
o Bijdrage aan nodige opruimreac=es in weefsel
- Hepatocyten
o In nauw contact met galgangen (bile ductuli) waarin componenten van gal
gesecreteerd
o Galgangen samen in BD en verlaten lever via hepa=x ducts rich=ng galblaas
- Sterke fenestra=e van endotheel
o Veel vochtverlies in lever: tot 50% van lymfevocht
o Vochtopname enerzijds via sinusoïden
o Vochtverwijdering anderzijds via lymfevaten
§ Lymfevaten: in portaal tract, niet tussen hepatocyten
o Opgenomen vocht via thoracic duct in bloedbaan terecht
Hepatocyten
, = gepolariseerde polyhedrale cellen met 3 bel interac=es:
o Interac=e met sinusoid (endotheel/kupfer cellen)
o Andere naburige hepatocyten
o Galkanaaltjes
- Aantal structurele aanpassingen:
o Microvilli:
§ Op opp naar sinusoiden toe
§ Maximalisering van oppervlakte
§ Zoveel mogelijk contact met plasma
o ER/GA:
§ A^ van posi=e van hepatocyt in hexagoon: SER meer ontwikkeld dan RER
o Mitochondriën:
§ Hepatocyten = heel ac=ef; 1000den mitochondriën
o Glycogeen:
§ Kleine granules in cytoplasma
o Peroxisomen/Lysosomen:
o Kern:
§ Typisch 2 duidelijke nucleoli
§ Kan polyploid zijn (binucleair/tetraploid)
- Ertussen onderhoud nauwe contacten
o TJ voor nauwe aanslui=ng
o GAP junc=es voor communica=e
- Tussen hepatocyten: galwegen
o Diameter: 0,5 – 2,5 µm
o Diameter bepaald door ac=ne filamenten
- Endotheelcellen erlangs
o Discon=nue en gefenestreerd
§ Nauw contact tussen plasma en hepatocyt
o Tussen endotheelcellen: kupfer cellen
- Ruimte van Disse
o Ruimte tussen endotheel en hepatocyten
o Re=culaire vezels zoals collageen
o Geen lymfevaten
o Kleine groep cellen: Stellate cellen
§ Herstel van lever en opslag vitamines
Leverlobben
- Uit leverlobjes, hepa=sche lobuli
- // geschikt en gescheiden door dunne bindweefselsepta
- In longitudinale as van elk leverlobje: takje van vena hepa=ca = centrolobulaire vene
o Centrolobulaire vene = versmel=ng van plaatselijke sinusoïden, dunne wand uit
endotheel
- Aanraking van ribben van 3 naburige leverlobjes
o Verbreding bindweefsel van septa tot portaal veld
- Lever krijgt O2 rijk bloed via arteria hepa=ca
o Waarvan takje in ieder portaal veldje
- Naast bloedvaten ook takje van lozingsgangenstelsel van lever, galgang
- Versmel=ng plaatselijke takken van leverpoortader en leverarterie
o Aan periferie van portale veldjes en leverlobjes
o Tot sinusoïden in rich=ng van centrolobulaire vene
- Sinusoïden = wijd capillair, wand: endotheelcellen en macrofagen
Zuurstofgradiënt vanuit portal tract naar vene
Bespreek de func-onele opbouw van de lever. Welke func-es hee7 de lever en hoe zijn de cellen
eraan aangepast?
OPBOUW
- Vertrekt vanuit portaal tract
o Combina=e van 3 vaatjes: protaal vene (PV), hepa=sche arterie (HA) en galgang (BD)
o Vanuit PV en HA: vertakkingen = inlet venules en arterio-sinusoïdale vertakkingen
waarrond hepatocyten in velden naast elkaar
- In sinusoïden, afgelijnd met endotheelcellen: discon=nu en sterk gefenestreerd
o Nauw contact tussen levercellen en plasma
® Nodige stopuitwisselingen kunnen gebeuren
o Bloed vanuit PV en HA in sinusoïde
§ Contact met hepatocyten
§ Drainage naar centrale hepa=sche venule
§ Lever verlaten
- Tussen endotheliale aflijning: Kupfercellen
= macrofagen van lever
o Bijdrage aan nodige opruimreac=es in weefsel
- Hepatocyten
o In nauw contact met galgangen (bile ductuli) waarin componenten van gal
gesecreteerd
o Galgangen samen in BD en verlaten lever via hepa=x ducts rich=ng galblaas
- Sterke fenestra=e van endotheel
o Veel vochtverlies in lever: tot 50% van lymfevocht
o Vochtopname enerzijds via sinusoïden
o Vochtverwijdering anderzijds via lymfevaten
§ Lymfevaten: in portaal tract, niet tussen hepatocyten
o Opgenomen vocht via thoracic duct in bloedbaan terecht
Hepatocyten
, = gepolariseerde polyhedrale cellen met 3 bel interac=es:
o Interac=e met sinusoid (endotheel/kupfer cellen)
o Andere naburige hepatocyten
o Galkanaaltjes
- Aantal structurele aanpassingen:
o Microvilli:
§ Op opp naar sinusoiden toe
§ Maximalisering van oppervlakte
§ Zoveel mogelijk contact met plasma
o ER/GA:
§ A^ van posi=e van hepatocyt in hexagoon: SER meer ontwikkeld dan RER
o Mitochondriën:
§ Hepatocyten = heel ac=ef; 1000den mitochondriën
o Glycogeen:
§ Kleine granules in cytoplasma
o Peroxisomen/Lysosomen:
o Kern:
§ Typisch 2 duidelijke nucleoli
§ Kan polyploid zijn (binucleair/tetraploid)
- Ertussen onderhoud nauwe contacten
o TJ voor nauwe aanslui=ng
o GAP junc=es voor communica=e
- Tussen hepatocyten: galwegen
o Diameter: 0,5 – 2,5 µm
o Diameter bepaald door ac=ne filamenten
- Endotheelcellen erlangs
o Discon=nue en gefenestreerd
§ Nauw contact tussen plasma en hepatocyt
o Tussen endotheelcellen: kupfer cellen
- Ruimte van Disse
o Ruimte tussen endotheel en hepatocyten
o Re=culaire vezels zoals collageen
o Geen lymfevaten
o Kleine groep cellen: Stellate cellen
§ Herstel van lever en opslag vitamines
Leverlobben
- Uit leverlobjes, hepa=sche lobuli
- // geschikt en gescheiden door dunne bindweefselsepta
- In longitudinale as van elk leverlobje: takje van vena hepa=ca = centrolobulaire vene
o Centrolobulaire vene = versmel=ng van plaatselijke sinusoïden, dunne wand uit
endotheel
- Aanraking van ribben van 3 naburige leverlobjes
o Verbreding bindweefsel van septa tot portaal veld
- Lever krijgt O2 rijk bloed via arteria hepa=ca
o Waarvan takje in ieder portaal veldje
- Naast bloedvaten ook takje van lozingsgangenstelsel van lever, galgang
- Versmel=ng plaatselijke takken van leverpoortader en leverarterie
o Aan periferie van portale veldjes en leverlobjes
o Tot sinusoïden in rich=ng van centrolobulaire vene
- Sinusoïden = wijd capillair, wand: endotheelcellen en macrofagen
Zuurstofgradiënt vanuit portal tract naar vene