MODULE 4
Bespreek de cellulaire en structurele opbouw van de orale kauwmucosa. Waar komt deze voor in de
mondholte?
- Thv gingiva en harde verhemelte
- Afgelijnd door kera<niserend meerlagig plaveiselepitheel
o Omwille van directe contact met voedsel
- Epitheelcellen = onderling stevig met elkaar verbonden door desmosomen
- Epitheel rust op basale lamina: verbinding door hemi-desmosomen
o BL: voorzien door lamina propria
- Verhoornd (kera<niserend) meerlagig epitheel
o Verschillende zones van op elkaar gestapelde epitheellagen
§ Basale cellaag
§ Stratum spinosum (Prickle cell layer)
§ Stratum granulosum
§ Stratum corneum
CELLULAIRE OPBOUW
Stratum basale
- Weinig, gedifferen<eerde, kubische epitheelcellen
- Delen en naarmate in hogere lagen; differen<ëren
- Slechts 1 cellaag dik
- Verbinding onderling door desmosomen
- Verbinding aan BM door hemidesmosomen
Stratum spinosum
- Vergrote epitheelcellen, hexagonaal
- Verbinding onderling door desmosomen en tonofibrillen
o Tonofibrillen = dikkere structuren van tonofilamenten, intermediaire filamenten van
orale epitheel
- Grootste laag van epitheel
- Naarmate cellen hoger; ontwikkeling aantal nieuwe organellen
- Vb: membrane coa<ng granules
o Lamillaire structuren en veWen
o Later vrijgezet aan oppervlak van cel impermeabele laag
, Stratum granulosum
- Cellen en kernen meer afgeplat
- Vorming keratohyaline granules
o Nauw contact met ribosomen en tonofibrillen
o BevaWen filaggrin (geaggregeerde filamenten)
o Granules: soort laagje grenzend aan plasmamembraan & bevaWen keratohyaline
eiwiWen (lamillaire eiwiWen)
Stratum corneum
- AfgeplaWe, hexagonale, gedeshydrateerde cellen (squames)
- Fibrillaire structuren
- Tot 20 lagen dik in mond (meer dan in huid)
- Snelle turnover en constant vervangen door onderliggende cellen
o Kans op infec<e = geminimaliseerd
- Eens contact tussen cellen uit granulose laag en oppervlak
o Verdwijning & deshydrata<e organellen
o Aanmaak dens netwerk van kera<nes
Niet-structurele cellen van epitheel zoals Langerhanscellen
Deze structuur van gekera<niseerd epitheel = orthokerato<sche epitheel
- In mond ook vaak parakerato<sch epitheel
o Cellen van stratum corneum hun kern niet kwijt
Bespreek de cellulaire en structurele opbouw van de orale bekledende mucosa. Waar komt deze
voor in de mondholte?
ORALE BEKLEDENDE MUCOSA
- Aan binnenkant van lippen
- Wangen
- Alveolaire mucosale oppervlakte
- Mondbodem
- Ondervlak van tong
- Weke verhemelte
- Bedekt dwarsgestreept spierweefsel van lippen, wangen, tong, bot en klierstructuren in weke
verhemelte, wangen en ondervlak van tong
Structurele opbouw
- Epitheel: overwegend niet-kera<niserend
- Verschillende zones van op elkaar gestapelde epitheellagen
Bespreek de cellulaire en structurele opbouw van de orale kauwmucosa. Waar komt deze voor in de
mondholte?
- Thv gingiva en harde verhemelte
- Afgelijnd door kera<niserend meerlagig plaveiselepitheel
o Omwille van directe contact met voedsel
- Epitheelcellen = onderling stevig met elkaar verbonden door desmosomen
- Epitheel rust op basale lamina: verbinding door hemi-desmosomen
o BL: voorzien door lamina propria
- Verhoornd (kera<niserend) meerlagig epitheel
o Verschillende zones van op elkaar gestapelde epitheellagen
§ Basale cellaag
§ Stratum spinosum (Prickle cell layer)
§ Stratum granulosum
§ Stratum corneum
CELLULAIRE OPBOUW
Stratum basale
- Weinig, gedifferen<eerde, kubische epitheelcellen
- Delen en naarmate in hogere lagen; differen<ëren
- Slechts 1 cellaag dik
- Verbinding onderling door desmosomen
- Verbinding aan BM door hemidesmosomen
Stratum spinosum
- Vergrote epitheelcellen, hexagonaal
- Verbinding onderling door desmosomen en tonofibrillen
o Tonofibrillen = dikkere structuren van tonofilamenten, intermediaire filamenten van
orale epitheel
- Grootste laag van epitheel
- Naarmate cellen hoger; ontwikkeling aantal nieuwe organellen
- Vb: membrane coa<ng granules
o Lamillaire structuren en veWen
o Later vrijgezet aan oppervlak van cel impermeabele laag
, Stratum granulosum
- Cellen en kernen meer afgeplat
- Vorming keratohyaline granules
o Nauw contact met ribosomen en tonofibrillen
o BevaWen filaggrin (geaggregeerde filamenten)
o Granules: soort laagje grenzend aan plasmamembraan & bevaWen keratohyaline
eiwiWen (lamillaire eiwiWen)
Stratum corneum
- AfgeplaWe, hexagonale, gedeshydrateerde cellen (squames)
- Fibrillaire structuren
- Tot 20 lagen dik in mond (meer dan in huid)
- Snelle turnover en constant vervangen door onderliggende cellen
o Kans op infec<e = geminimaliseerd
- Eens contact tussen cellen uit granulose laag en oppervlak
o Verdwijning & deshydrata<e organellen
o Aanmaak dens netwerk van kera<nes
Niet-structurele cellen van epitheel zoals Langerhanscellen
Deze structuur van gekera<niseerd epitheel = orthokerato<sche epitheel
- In mond ook vaak parakerato<sch epitheel
o Cellen van stratum corneum hun kern niet kwijt
Bespreek de cellulaire en structurele opbouw van de orale bekledende mucosa. Waar komt deze
voor in de mondholte?
ORALE BEKLEDENDE MUCOSA
- Aan binnenkant van lippen
- Wangen
- Alveolaire mucosale oppervlakte
- Mondbodem
- Ondervlak van tong
- Weke verhemelte
- Bedekt dwarsgestreept spierweefsel van lippen, wangen, tong, bot en klierstructuren in weke
verhemelte, wangen en ondervlak van tong
Structurele opbouw
- Epitheel: overwegend niet-kera<niserend
- Verschillende zones van op elkaar gestapelde epitheellagen