Written by students who passed Immediately available after payment Read online or as PDF Wrong document? Swap it for free 4.6 TrustPilot
logo-home
Summary

Uitgebreide samenvatting Hersenen en Gedrag TiU

Rating
-
Sold
-
Pages
39
Uploaded on
25-01-2024
Written in
2022/2023

Uitgebreide samenvatting van het vak Hersenen en Gedrag op Tilburg University, gegeven in jaar 1 van de bachelor Psychologie. Alle tentamenstof wordt hierin behandeld.

Institution
Course

Content preview

Samenvatting Hersenen en Gedrag
Hoofdstuk 1:
Brein = orgaan, heeft zenuwstelsel; cellen hierin heten zenuwcellen  bestaat uit neuronen (denkwerk) en
gliacellen (ondersteunen neuronen).

Definitie gedrag; Gedrag is elke vorm van observeerbare actie of reactie van een mens of dier in reactie op
externe of interne prikkels/stimuli.
 Meeste vormen gedrag bestaan uit een mix van aangeboren en aangeleerd, deze mix verschilt sterk
tussen diersoorten.
- Kleiner, eenvoudiger zenuwstelsel: kleiner gedragsrepertoire, simpelere gedragingen, veelal
aangeboren
- Groter, meer complex zenuwstelsel: groter gedragsrepertoire, meer complexe gedragingen,
beïnvloed door leerprocessen

Brein is orgaan, fysiek object, levend weefsel
Gedrag is gelinkt aan actie, niet fysiek, wel observeerbaar en meetbaar

De mens (homo sapiens) stamt niet af van chimpansees maar hebben een gemeenschappelijke voorouder
(hominins) 5 miljoen jaar geleden.
- Fylogenetische ontwikkeling: ontwikkeling hogere diersoorten uit lagere diersoorten
- Ontogenetische ontwikkeling: ontwikkeling van individuele mens uit zaadcel + eicel

Encefalisatie = hoe groot is volume hersenen in verhouding tot lichaamsgewicht
 EQ (enf.quotiënt) = feitelijk hersengewicht : verwacht hersengewicht op basis lichaamsgewicht
- In 4 miljoen jaar tijd is het relatieve hersengewicht x 4, de mens heeft het grootste brein in
verhouding tot lichaamsgewicht t.o.v. dieren en oudere menssoorten

Hoe heeft ons brein zo groot kunnen worden? 3 mogelijke verklaringen;
1. Leefwijze: we gingen fruit eten en dit is complexer dan bijvoorbeeld gras eten, gebruiken vuur om te
koken (voorverteren) en hebben meer tijd voor sociale interactie, sociale groepsgrootte was rond de 150
bij jagers en verzamelaars
2. Efficiënte koeling: bloedcirculatie brein werkt als koelsysteem, hierdoor hoog metabolisme  2%
lichaamsgewicht, 25% zuurstof, 70% glucose
3. Neotenie: vertraagde ontwikkeling t.o.v. eerdere soorten; eigenschappen uit juveniele fase van
voorouders blijven behouden in volwassen afstammelinge  we lijken in bepaalde opzichten op jonge
versies voorouders (jonge gorilla’s/chimpansees)

Groter brein is niet een beter brein (binnen soort); intelligentie draait meer om het aantal verbindingen
tussen de verschillende hersengebieden.
 veel gedrag niet aangeboren maar aangeleerd en cultuur speelt ook een rol

Hoofdstuk 2:
Neurale plasiticiteit; hersenweefsel heeft het vermogen om zich aan te passen aan de omgeving
(bijvoorbeeld; leren, omgaan met stressvolle situaties etc.)
Tip: leer de anatomische aanduidingen via de bijlagen op canvas!
Hersenlagen:
1. Duramater; harde hersenvlies wat bestaat uit 2 stugge lagen, zit vast aan je schedel en zorgt ervoor dat
verschillende hersenstructuren op hun plek blijven, bevat veel bloedvaten en zenuwuiteinden, goed
doorbloed
2. Arachnoid mater/spinnenwebvlies; bestaat uit eiwit en collageen, geen bloedvaten
3. Pia mater/zachte hersenvlies; goed doorbloed

, Deze lagen maar ook cerebrospinale vloeistof zien we terug in ruggenmerg
Tussen Arachnoid mater en pia mater zit in de subarachnoïdale ruimte cerebrospinale vloeistof; dit
absorbeert de schokken, hier drijven je hersenen op?
- De hoofdslagader vertakt en gaat in hele kleine vaatjes naar hersendelen

Cerebro Vasculair Accident;
 Ischemisch CVA/herseninfarct (80%): afsluiting van een bloedvat voor bloedprop of vernauwing wat
leidt tot lokaal zuurstoftekort
 Hemorragisch CVA/hersenbloeding (20%): bloeduitstorting in de hersenen door opengebarsten of
gescheurd bloedvat
 De term hersenbloeding of beroerte wordt ook gebruikt bij een bloeding op/tussen hersenvliezen
Epidurale bloeding = bloeding op dura mater
Subdurale bloeding = bloeding onder dura mater
Als er een bloedvat breekt in pia mater kan dit lekken in de subarachnoïdale ruimte.

Hersenstructuren;
1. Cerebrum/grote hersenen; bestaan uit 2 helften/hemisferen, hier gebeurt lastigste werk
2. Cerebellum/ kleine hersenen; hangen onder cerebrum, ondersteunt dit met vooral motorfuncties en
complexe bewegingen
3. Hersenstam; gespecialiseerd in vitale functies als ademhaling
 hoe hoger het gebied ligt, hoe ingewikkelder de functie

Frontale kwab; executief functioneren zoals plannen van taken en motorfuncties
Pariëtale kwab; sensorische integratiefuncties met motorfuncties
Temporale kwab; auditief, visueel en objectherkenning
Occipitale kwab; visuele informatie

Cerebrale cortex/hersenschors; de buitenkant van het cerebrum/grote hersenen
 Bestaat uit een oppervlak met allerlei bochten, wendingen en groeven
Gyrus = bocht, winding
Sulcus = groef
Fissure = diepe groef
- Fissura longitudinalis cerebri; verdeeld hersenen in 2 hemisferen
- Sulcus centralis: centrale groeve, verdeeld frontaal en pariëtaal
- Fissura lateralis: groeve van Sylvius, verdeeld temporaalkwab van overige kwabben

Binnen de hersenen:
 Grijze stof = zenuwcellen (geen isolerende laag)
 Witte stof = zenuwvezels (isolerende laag, myeline)
 Reticulaire stof = netvormig, mix van vezels en cellen.
Corpus callosum = hersenbalk; belangrijke plek met hoge concentratie witte
stof. Belangrijke verbinding tussen linker- en rechterhemisfeer.

Ventrikelsysteem; 4 met elkaar verbonden holtes gevuld met CSV
Functie is het ondersteunen van metabolisme, afvoeren van afvalstoffen en beschermen hersenweefsel
1e en 2e: laterale ventrikels; 1 in elke hemisfeer, verbonden met 3 e
3e ventrikel; in tussenhersenen, tussen linker+rechter thalamus, verbonden met 4 e via cerebrale aquaduct
4e ventrikel; tussen cerebellum en de pons, verbonden met subarachnoïdale ruimte en centrale kanaal

Indeling van het zenuwstelsel;
Centraal zenuwstelsel (brein en ruggenmerg) en perifere zenuwstelsel (somatisch en autonomisch)
Somatisch  cranial en spinal nerves, Autonomisch (fight/flight) Sympatisch en parasympatisch

,Ontogenetische organisatie; HELEMAAL UIT JE HOOFD KENNEN




Cellen en vezels in het zenuwstelsel:
Hersenweefsel, 2 type zenuwcellen;
1. Neuronen; primaire functies, hier vindt informatieverwerking plaats
2. Gliacellen; ondersteuning
 zenuwcellen zijn verbonden door zenuwvezels/axonen
Bundel zenuwvezels heet;
- Tractus = binnen CZS
- Zenuw = buiten CZS

Ruggenmerg:
Aan binnenkant grijze stof (cellen), buitenkant witte stof (vezels)  hersenen andersom
5 segmenten;
1. Cervicaal
2. Thoracaal
3. Lumbaal
4. Sacraal
5. Coccygeaal/staartbeen
 elk lichaamsonderdeel/dermatoom heeft 2 ruggenmergzenuwen:
- Sensorische zenuw: binnenkomend/afferent, verstuurt info van huid/gewrichten/spieren naar
ruggenmerg
- Motorische zenuw: uitgaand/efferent, verstuurt info naar spieren in een bepaald deel van lichaam

Ruggenmergzenuwen, wet van Bell en Magendie;
1. Dorsale/posterieure hoorn: sensorisch/afferent, pijn, temperatuur en tast
2. Ventrale/anterieure hoorn: motorisch/efferent, aansturen spieren, reflexen
 dit gebeurd aan beide kanten van het ruggenmerg = bilaterale paren
Hersenzenuwen sturen spieren aan aan dezelfde kant als waar ze binnenkomen,
voor ruggenmerg kruist dit. Behalve de oogzenuw! Deze kruist wel. Iedere
hersenzenuw heeft een bepaalde functie

Hersenzenuwen, 12 paar; 1 set links en 1 set rechts
 Olfactorius = reuk
 Opticus = zicht
 Oculomotorius = oogbewegingen

,  Trochlearis = oogbewegingen
 Trigeminus = gevoel in gezicht en beweging kauwspieren
 Abducens = oogbewegingen
 Facialis = beweging van gelaatspieren (expressie)
 Vestibulocochlearis = gehoor en evenwicht
 Glossopharyngeus = tong en farynx (keel) beweging en sensatie
 Vagus = hartslag, bloeddruk, ingewanden, beweging van farynx en larynx (strottenhoofd)
 Accessorius = nek- en halsspieren
 Hypoglossus = tongspieren

Aangezichtsverlamming van Bell = ontsteking van hersenzenuw facialis
Geeft zwelling  compressie  (gedeeltelijk) verlies van functie
Symptomen = unilaterale (aan 1 kant) verslapping/verlamming van aangezichtsspieren
Vaak door virale infectie, behandelen met ontstekingsremmers en virusremmers  meeste patiënten
herstellen volledig

Autonome zenuwstelsel: sympathicus en parasympathicus
1. Sympathetische divisie “fight or flight”
Stimulerend; activeren en opwinding, verbonden met thorocale en lumbale ruggenmerg segmenten
Ganglia (minibrains) dichtbij ruggenmerg met grensstreng, preganglionaire vezels kort, postganglionaire
vezels lang. Preganglionair = acetylcholine + postganglionair = norepinephrine
2. Parasympatische divisie “rest and digest”
Inhiberend; relaxen, voedsel verteren, verbonden met sacrale ruggenmerg segmenten, vooral met 3
hersenzenuwen = vagus, facialis, oculomotorius. Ganglia dichtbij organen, geen grensstreng
Preganglionaire vezels lang, postganglionaire vezels kort, Acetylcholine  voor dingen die rechtstreeks uit
ruggenmerg komen (preganglionair + postganglionair)
 middendeel ruggenmerg is sympatisch, hogere en lagere delen is parasympatisch

Hersenstam;
- Achterhersenen = motorische functies
- Middenhersenen = sensorische functies
- Tussenhersenen = integratie van sensorische en motorische informatie

Achterhersenen; metencephalon (across brain) + myelencephalon (spinal brain)
Across brain = pons + cerebellum
Spinal brain = medulla oblongata
- Reticulaire formative (netvormige structuur): mix zenuwcellen en -vezels, opwinding + slaap/waak
- Pons: verbindt cerebellum met rest van de hersenen
- Medulla + pons: vitale functies
- Cerebellum: timing en coördinatie van complexe bewegingen

Middenhersenen;
- Cerebraal aquaduct = gaat over in ruggenmerg en bevat vloeistof, CVS?
- Substantie nigra = stuurt motorbewegingen aan, als dit afsterft krijg je
parkinson
- Ventrale deel is motorisch, dorsale deel is sensorisch

Tussenhersenen;
- Thalamus (kamer) = integreert sensorische informatie en stuurt deze door naar specifieke gebieden
in cerebrale cortex/hersenschors
- Hypothalamus (onder de kamer) = reguleert hormoonproductie via hypofyse, betrokken bij vrijwel
alle aspecten van gedrag

Connected book

Written for

Institution
Study
Course

Document information

Summarized whole book?
Yes
Uploaded on
January 25, 2024
Number of pages
39
Written in
2022/2023
Type
SUMMARY

Subjects

$11.77
Get access to the full document:

Wrong document? Swap it for free Within 14 days of purchase and before downloading, you can choose a different document. You can simply spend the amount again.
Written by students who passed
Immediately available after payment
Read online or as PDF

Get to know the seller

Seller avatar
Reputation scores are based on the amount of documents a seller has sold for a fee and the reviews they have received for those documents. There are three levels: Bronze, Silver and Gold. The better the reputation, the more your can rely on the quality of the sellers work.
lysareuvers
Follow You need to be logged in order to follow users or courses
Sold
25
Member since
4 year
Number of followers
20
Documents
11
Last sold
1 year ago

3.0

1 reviews

5
0
4
0
3
1
2
0
1
0

Why students choose Stuvia

Created by fellow students, verified by reviews

Quality you can trust: written by students who passed their tests and reviewed by others who've used these notes.

Didn't get what you expected? Choose another document

No worries! You can instantly pick a different document that better fits what you're looking for.

Pay as you like, start learning right away

No subscription, no commitments. Pay the way you're used to via credit card and download your PDF document instantly.

Student with book image

“Bought, downloaded, and aced it. It really can be that simple.”

Alisha Student

Working on your references?

Create accurate citations in APA, MLA and Harvard with our free citation generator.

Working on your references?

Frequently asked questions