2. SECUNDAIR TRANSPORT
(actief transport – onrechtstreeks afh v. ATP – Na+ - H+ gr afh.)
actief transport –
COTRANSPORTERS
Symporter (Na+/gluc, Na+/AZ,…)
Cotransporters Antiporters (Na+/Ca2+ -uiwisselaar)
Exanger
uitwisselaars
PASSIEF TRANSPORT
o Afh. Van ionengradiënt over cel (Na+ - H+) halen E uit waterval v ionen
Zo actief over ionengr
tansporteren
I. Symporters
I. SGLT: Na+/glucose
= sodium glucose transporter
A: met gradient –
oB: SGLT1,3: 2Na+ - 1 gluc cotranporter naar binnen
tegen gradient
= 2Na+ samen met 1 glucose naar binnen tegen hoge [ ]-gr
[gluc]i >>> [gluc]o
+ +
- E uit Na (2Na ) om een gluc [ ]-gr op te bouwen
[ glucose ] i
Van 1/40.000 40.000= als -∆G=∆G
[ glucose ] o
1
40.000
Geen gluc verplaatsing als [gluc]i 40.000 > [gluc]0
Door gluc-gr gaat glucose tegen zijn gradient id cel (B) --> E
nodig, krijgt deze doordat Na+ van hoge naar lage [ ] gaat.
oSGLT2: 1Na+ - gluc cotransporter naar binnen
[ glucose ] i
200=
[ glucose ] o
- Met E van Na+ arm is er voldoende E om een gluc [ ]-gr van 1/200 op te
wekken
-Na+ heeft hier een electro-gr die geladen is – Glucose niet
- Onrechtstreeks afh v ATP: Na+/K+ -pompt zorgt ervoor dat [Na] i < [Na+]o
- Rechtstreeks afh v Na+ - H+ gradient
1
, II. Na+-coupled transporters
Werking: 1. Na+ bindt neg. Lading verdwijnt
Vorm eiwit
veranderd door + &
- ladingen
2. bindingsplaats voor glucose
ontstaat
3. Eiwit draait: bindingsplaats
glucose: IN
4. glucose eraf: lage affiniteit
5. w terug – geladen Na+ weg
6. opnieuw omdraaien & binden
Wat als geen Na-gradient of Na-waterval is?
Gebeurd niks, [Na]i zou te groot zijn, waardoor Na niet meer naar binnen wil
Na/k-pomp zorgt voor de
gradient
ATP-afh
Wat als geen Glucose is?
Blijft draaien zolang er Na-waterval is
Oral Rehydration Therapy (ORS):
= Bij Cholera uitdrooging, hoe snel
terug hydrateren?
ORS: toedienen zout en glucose
SGLT1: transport glucose naar binnen
samen met H2O
2
, III. Heropname NT
o Prikkel: NT komt vrij
o NT bindt op receptor geeft signaal
o Actief opname van NT en Na+ in synaptische
spleet
Acetylcholine=uitzondering!
1. Bindt op receptor
2. Bindt op lipideanker (Ach-esterase)
3. Choline & acetaat komen gesplitst vrij
4. Actief opname via Na+/choline tranpsport
Dus pas na 2 stappen terug
opgenomen ipv 1.
Cocaïne: stimulant
Blokkeert Na+/dopamine cotransporter
Langer effect van dopamine (=onovermannelijk gevoel)
Verlengde NT-signalen in
de hersenen
Prozac: antidepressivum
Blokkeert Na+/serotine cotransporter
Langer actief van serdonine in synaps (=gelukshormoon)
||. Antiporters / exangers / uitwisselaar
ook passief
I. 3Na+/1Ca2+-uitwisselaar
Kan in 2 richtingen werken (afh v ECH-gr)
Andere zal in tegen grad in W getransporteerd
- 3Na+-gradient = groot Ca2+: naar buiten kost veel E
- ATP indirect afh via Na+/K+-pomp (houdt Na-gr in stand)
Secundair transport
Na+/K+-pomp: geinhibeert?
Na+ IN stijgt (Na-gr daalt)
Minder E over membraan (haalt E uit Na-gr)
Na+/Ca+-uitwissel werkt minder Ca2+ blijft langer zitten hart krachtiger
goed voor hartfalen (net als digitalisch ook Na/K-pomp inhibeert)
(hartspiercellen: Ca 2+ laag houden)
- Pomp wisselt van INUIT
- Dwz: 1 keer 3Na+ naar binnen/buiten, andere keer Ca 2+ naar
binnen/buiten Reverse mode
|||. Transepitheliaal transport (Coördinatie van
transportsystemen)
I. Opname in bloed van glucose door/uit darmepitheel
3
, Basol (bloed) : [Na+] Hoog
: [K+] laag
Cytosol: [Na+] laag
: [K+] hoog
Apicaal (lumen):
: High dietary Na+/Cl-
1. Actief transport langs apicale kant: (lumen= vocht in een organel)
Glucose op nemen id cel (cytosol)
2Na+/1-glucose symporter (SGLT1,3) - Na+ arm zorgt dat gluc
Een gr kan opbouwen van
+
(-Transporteerd ook H2O, mee genomen door Na & gluc) 1/40.000
2. Passief transport langs basol kant:
Glucose op nemen in bloed (basol)
Veel Na+CL- in darm door eten (High
via GLUT2
dietary) om Na+ gradient hoog genoeg te opnemen (leven & B-cellen)
+ Primair actief transport
houden (drijvende kracht)
Na+/K+ pomp:
- Houdt gradienten in stand (voor symporter)
- ATPase
o Ziekte: Glucose galactose malabsorptie
= mutatie SGLT1
- Opname v glucose/galactose = niet goed
- Mutatie SGLT1 (symporter 2Na+/1gluc)
Lactose = glucose + galactose
SGLT1 zorgt voor opname id darm
- Oplossing: Orale rehydratatie theorie
= goed tegen diarree en uitdrooging: cholera
OPM: Glucose uniporter/carries of glucose symporters (SGLT)
Kunnen ook andere suikers transporteren
Affiniteit voor glucose= het hoogst
OPM2: transport v H2O
1. Eenvoudige diffusie OSMOSE (passief)
2. Aquaporines
3. SGLT (Na+/gluc pomp neemt ook H2O mee
osmose door hoge [ ]-gr glucose
II. Opname in bloed van glucose door nierepitheel
o Apicaal: (voorurine, nierepitheel) – ACTIEF
- Glucose in de cel via
SGLT1/2(symporter)
SGLT1: hoge aff voor gluc
Bloed
Urine/voorurine 4
APICAAL BASOL
(actief transport – onrechtstreeks afh v. ATP – Na+ - H+ gr afh.)
actief transport –
COTRANSPORTERS
Symporter (Na+/gluc, Na+/AZ,…)
Cotransporters Antiporters (Na+/Ca2+ -uiwisselaar)
Exanger
uitwisselaars
PASSIEF TRANSPORT
o Afh. Van ionengradiënt over cel (Na+ - H+) halen E uit waterval v ionen
Zo actief over ionengr
tansporteren
I. Symporters
I. SGLT: Na+/glucose
= sodium glucose transporter
A: met gradient –
oB: SGLT1,3: 2Na+ - 1 gluc cotranporter naar binnen
tegen gradient
= 2Na+ samen met 1 glucose naar binnen tegen hoge [ ]-gr
[gluc]i >>> [gluc]o
+ +
- E uit Na (2Na ) om een gluc [ ]-gr op te bouwen
[ glucose ] i
Van 1/40.000 40.000= als -∆G=∆G
[ glucose ] o
1
40.000
Geen gluc verplaatsing als [gluc]i 40.000 > [gluc]0
Door gluc-gr gaat glucose tegen zijn gradient id cel (B) --> E
nodig, krijgt deze doordat Na+ van hoge naar lage [ ] gaat.
oSGLT2: 1Na+ - gluc cotransporter naar binnen
[ glucose ] i
200=
[ glucose ] o
- Met E van Na+ arm is er voldoende E om een gluc [ ]-gr van 1/200 op te
wekken
-Na+ heeft hier een electro-gr die geladen is – Glucose niet
- Onrechtstreeks afh v ATP: Na+/K+ -pompt zorgt ervoor dat [Na] i < [Na+]o
- Rechtstreeks afh v Na+ - H+ gradient
1
, II. Na+-coupled transporters
Werking: 1. Na+ bindt neg. Lading verdwijnt
Vorm eiwit
veranderd door + &
- ladingen
2. bindingsplaats voor glucose
ontstaat
3. Eiwit draait: bindingsplaats
glucose: IN
4. glucose eraf: lage affiniteit
5. w terug – geladen Na+ weg
6. opnieuw omdraaien & binden
Wat als geen Na-gradient of Na-waterval is?
Gebeurd niks, [Na]i zou te groot zijn, waardoor Na niet meer naar binnen wil
Na/k-pomp zorgt voor de
gradient
ATP-afh
Wat als geen Glucose is?
Blijft draaien zolang er Na-waterval is
Oral Rehydration Therapy (ORS):
= Bij Cholera uitdrooging, hoe snel
terug hydrateren?
ORS: toedienen zout en glucose
SGLT1: transport glucose naar binnen
samen met H2O
2
, III. Heropname NT
o Prikkel: NT komt vrij
o NT bindt op receptor geeft signaal
o Actief opname van NT en Na+ in synaptische
spleet
Acetylcholine=uitzondering!
1. Bindt op receptor
2. Bindt op lipideanker (Ach-esterase)
3. Choline & acetaat komen gesplitst vrij
4. Actief opname via Na+/choline tranpsport
Dus pas na 2 stappen terug
opgenomen ipv 1.
Cocaïne: stimulant
Blokkeert Na+/dopamine cotransporter
Langer effect van dopamine (=onovermannelijk gevoel)
Verlengde NT-signalen in
de hersenen
Prozac: antidepressivum
Blokkeert Na+/serotine cotransporter
Langer actief van serdonine in synaps (=gelukshormoon)
||. Antiporters / exangers / uitwisselaar
ook passief
I. 3Na+/1Ca2+-uitwisselaar
Kan in 2 richtingen werken (afh v ECH-gr)
Andere zal in tegen grad in W getransporteerd
- 3Na+-gradient = groot Ca2+: naar buiten kost veel E
- ATP indirect afh via Na+/K+-pomp (houdt Na-gr in stand)
Secundair transport
Na+/K+-pomp: geinhibeert?
Na+ IN stijgt (Na-gr daalt)
Minder E over membraan (haalt E uit Na-gr)
Na+/Ca+-uitwissel werkt minder Ca2+ blijft langer zitten hart krachtiger
goed voor hartfalen (net als digitalisch ook Na/K-pomp inhibeert)
(hartspiercellen: Ca 2+ laag houden)
- Pomp wisselt van INUIT
- Dwz: 1 keer 3Na+ naar binnen/buiten, andere keer Ca 2+ naar
binnen/buiten Reverse mode
|||. Transepitheliaal transport (Coördinatie van
transportsystemen)
I. Opname in bloed van glucose door/uit darmepitheel
3
, Basol (bloed) : [Na+] Hoog
: [K+] laag
Cytosol: [Na+] laag
: [K+] hoog
Apicaal (lumen):
: High dietary Na+/Cl-
1. Actief transport langs apicale kant: (lumen= vocht in een organel)
Glucose op nemen id cel (cytosol)
2Na+/1-glucose symporter (SGLT1,3) - Na+ arm zorgt dat gluc
Een gr kan opbouwen van
+
(-Transporteerd ook H2O, mee genomen door Na & gluc) 1/40.000
2. Passief transport langs basol kant:
Glucose op nemen in bloed (basol)
Veel Na+CL- in darm door eten (High
via GLUT2
dietary) om Na+ gradient hoog genoeg te opnemen (leven & B-cellen)
+ Primair actief transport
houden (drijvende kracht)
Na+/K+ pomp:
- Houdt gradienten in stand (voor symporter)
- ATPase
o Ziekte: Glucose galactose malabsorptie
= mutatie SGLT1
- Opname v glucose/galactose = niet goed
- Mutatie SGLT1 (symporter 2Na+/1gluc)
Lactose = glucose + galactose
SGLT1 zorgt voor opname id darm
- Oplossing: Orale rehydratatie theorie
= goed tegen diarree en uitdrooging: cholera
OPM: Glucose uniporter/carries of glucose symporters (SGLT)
Kunnen ook andere suikers transporteren
Affiniteit voor glucose= het hoogst
OPM2: transport v H2O
1. Eenvoudige diffusie OSMOSE (passief)
2. Aquaporines
3. SGLT (Na+/gluc pomp neemt ook H2O mee
osmose door hoge [ ]-gr glucose
II. Opname in bloed van glucose door nierepitheel
o Apicaal: (voorurine, nierepitheel) – ACTIEF
- Glucose in de cel via
SGLT1/2(symporter)
SGLT1: hoge aff voor gluc
Bloed
Urine/voorurine 4
APICAAL BASOL