Casus 1: patiënt met heupklachten.
Theorie
Onjuist/juist
7. De eerste klachten die optreden bij artrose zijn (start)stijfheid en (start)pijn.
Juist - Onjuist
Figuur 2
8. Met nummer 1 wordt in de deze figuur de m. iliopsoas aangewezen.
Juist – Onjuist
Meerkeuze
1. Bij Artrosis Deformans is de primair aangedane structuur:
a. Het bot
b. Het spierweefsel
c. Het gewrichtskraakbeen
d. Het gewrichtskapsel
2. Het heupgewricht is:
a. Een kogelgewricht
b. Een rolgewricht
c. Een zadelgewricht
d. Een scharniergewricht
,3. Het capsulair patroon van de heup is:
a. Endorotatie - retroflexie - abductie
b. Exorotatie – retroflexie – adductie
c. Endorotatie - anteflexie - abductie
d. Anteflexie – retroflexie – abductie
4. Wat veroorzaakt harde en zachte zwellingen bij Artrosis Deformans?
a. Harde zwellingen: ontstoken synoviaal membraan, zachte zwellingen:
osteofyten
b. Harde zwellingen: osteofyten, zachte zwellingen: hematoom vorming
c. Harde zwellingen: sclerose, zachte zwellingen: ontstoken synoviaal
membraan
d. Harde zwellingen: osteofyten, zachte zwellingen: ontstoken synoviaal
membraan
5. Welke van de volgende beweringen is juist:
I. beschadigd kraakbeen heeft een snel genezingsproces.
II. kraakbeen bevat geen zenuwen, bloedvaten en lymfevaten.
III. kraakbeen is geen vorm van bindweefsel.
IV. kraakbeen bestaat voor het grootste deel uit kraakbeencellen en collageenvezels.
a. Stelling II en III zijn juist
b. Stelling II is juist
c. Stelling I en III zijn juist
d. Stelling IV is juist
6. Artrose verloopt in verschillende stadia. Stadium 1 kan als volgt worden beschreven:
a. De afwijkingen zijn klinisch aantoonbaar, geven klachten en zijn
röntgenologisch te zien
b. De afwijkingen zijn subklinisch: geringe afwijkingen zonder
verschijnselen
c. Het gewricht is structureel verwoest en vrijwel onbruikbaar
d. De patiënt heeft veel last maar op de röntgenfoto zijn geen
afwijkingen te zien
, Praktijk
Juist/onjuist
16. Door een goede fysiotherapeutische behandeling kan artrose genezen worden.
Juist – Onjuist
Figuur 3
17. Deze figuur laat een positieve Trendelenburg test zien.
Juist – Onjuist
18. Röntgenafwijkingen zijn een indicatiestelling voor behandeling van Artrosis
Deformans.
Juist – Onjuist
Meerkeuze
10. Met de VAS schaal meet je de:
a. Vermoeidheid die de patiënt ervaart
b. Kracht van een bepaalde spier
c. Pijn die de patiënt ervaart
d. Bewegingsuitslag van een bepaalde beweging
11. Spierkracht 3 van de MRC-schaal van de gluteus musculatuur kan het best worden
getest in:
a. Zijlig
b. Buiklig
c. Ruglig
d. Zit
12. Bij een persoon met artrose in de heup zijn tijdens het bewegingsonderzoek de
volgende bewegingen het meest beperkt:
a. Flexie en exorotatie
b. Endorotatie en flexie
c. Endorotatie en extensie
d. Exorotatie en endorotatie
Theorie
Onjuist/juist
7. De eerste klachten die optreden bij artrose zijn (start)stijfheid en (start)pijn.
Juist - Onjuist
Figuur 2
8. Met nummer 1 wordt in de deze figuur de m. iliopsoas aangewezen.
Juist – Onjuist
Meerkeuze
1. Bij Artrosis Deformans is de primair aangedane structuur:
a. Het bot
b. Het spierweefsel
c. Het gewrichtskraakbeen
d. Het gewrichtskapsel
2. Het heupgewricht is:
a. Een kogelgewricht
b. Een rolgewricht
c. Een zadelgewricht
d. Een scharniergewricht
,3. Het capsulair patroon van de heup is:
a. Endorotatie - retroflexie - abductie
b. Exorotatie – retroflexie – adductie
c. Endorotatie - anteflexie - abductie
d. Anteflexie – retroflexie – abductie
4. Wat veroorzaakt harde en zachte zwellingen bij Artrosis Deformans?
a. Harde zwellingen: ontstoken synoviaal membraan, zachte zwellingen:
osteofyten
b. Harde zwellingen: osteofyten, zachte zwellingen: hematoom vorming
c. Harde zwellingen: sclerose, zachte zwellingen: ontstoken synoviaal
membraan
d. Harde zwellingen: osteofyten, zachte zwellingen: ontstoken synoviaal
membraan
5. Welke van de volgende beweringen is juist:
I. beschadigd kraakbeen heeft een snel genezingsproces.
II. kraakbeen bevat geen zenuwen, bloedvaten en lymfevaten.
III. kraakbeen is geen vorm van bindweefsel.
IV. kraakbeen bestaat voor het grootste deel uit kraakbeencellen en collageenvezels.
a. Stelling II en III zijn juist
b. Stelling II is juist
c. Stelling I en III zijn juist
d. Stelling IV is juist
6. Artrose verloopt in verschillende stadia. Stadium 1 kan als volgt worden beschreven:
a. De afwijkingen zijn klinisch aantoonbaar, geven klachten en zijn
röntgenologisch te zien
b. De afwijkingen zijn subklinisch: geringe afwijkingen zonder
verschijnselen
c. Het gewricht is structureel verwoest en vrijwel onbruikbaar
d. De patiënt heeft veel last maar op de röntgenfoto zijn geen
afwijkingen te zien
, Praktijk
Juist/onjuist
16. Door een goede fysiotherapeutische behandeling kan artrose genezen worden.
Juist – Onjuist
Figuur 3
17. Deze figuur laat een positieve Trendelenburg test zien.
Juist – Onjuist
18. Röntgenafwijkingen zijn een indicatiestelling voor behandeling van Artrosis
Deformans.
Juist – Onjuist
Meerkeuze
10. Met de VAS schaal meet je de:
a. Vermoeidheid die de patiënt ervaart
b. Kracht van een bepaalde spier
c. Pijn die de patiënt ervaart
d. Bewegingsuitslag van een bepaalde beweging
11. Spierkracht 3 van de MRC-schaal van de gluteus musculatuur kan het best worden
getest in:
a. Zijlig
b. Buiklig
c. Ruglig
d. Zit
12. Bij een persoon met artrose in de heup zijn tijdens het bewegingsonderzoek de
volgende bewegingen het meest beperkt:
a. Flexie en exorotatie
b. Endorotatie en flexie
c. Endorotatie en extensie
d. Exorotatie en endorotatie