Waterhuishouding
Waterhuishouding - osmoregulatie
⇒ evolutionaire context
→ zee: de zee was vroeger iso- osmotisch met de zeedieren
→ rivieren: rivieren zijn eigenlijk hypo-osmotisch voor dieren MAAR door een kloppende
vacuole (osmoregulator) is de osmolariteit gelijk
Je hebt twee soorten dingen om de dieren iso-osmotisch te kunnen houden met de
omgeving:
● osmoconformers = osmolariteit aanpassen aan de omgeving
● osmoregulators = osmolariteit gelijk houden van het dier met de omgeving
BV. osmoregulators van zoutwaterorganismen:
vissen die zwemmen in een zoute zee zijn hypo osmotisch met de zee (meer zout in de zee
dan in de vis). Dus geeft de vis water af aan de zee. Om dit te compenseren, drinken vissen
water van de zee MAAR hier zit ook zout in → zout via kieuwen weg
!!!! haaien doen dit niet (drinken) ⇒ zij zijn wel iso osmotisch want zij hebben andere ionen
die ervoor zorgen dat ze iso osmotisch zijn
BV. osmoregulators van zoetwaterorganismen:
ook hier is er een hogere concentratie in de zee dan in de vis → vis gaat water drinken om
dit tegen te gaan → gaan dit urineren (heel veel en verdund)
→ zee
→ rivier
→ land
Water drinken en je maakt ook water tijdens je metabolisme → verliezen water
door bewegen, ademen, zweten, urine (toxische stoffen verdunnen)
Excretie van afvalstoffen: verschillende vormen van nitrogene afvalproducten
(zout, water, ammoniak omgevormd tot ureum, ..) ⇒ excretiesystemen:
1. filtratie: het bloed komt langs een uitscheidingsbuis → water en ionen
zijn door de bloeddruk geforceerd om naar de uitscheidingsbuis te gaan
2. reabsorptie: waardevolle stoffen worden door het epitheel van de
uitscheidingsbuis verzameld en terug afgeven aan het bloed
3. secretie: toxische stoffen en overtollige ionen komen terug in de
uitscheidingsbuis
4. excretie: het gewijzigd filtraat (urine) verlaat het lichaam
Voorbeeld secretiesysteem = nier
De nier heeft verschillende functies. Het regelt de regulatie van metabole
(afval) producten (excretie) + osmolariteit + bloeddruk + ionenbalans + hormonen
Waterhuishouding - osmoregulatie
⇒ evolutionaire context
→ zee: de zee was vroeger iso- osmotisch met de zeedieren
→ rivieren: rivieren zijn eigenlijk hypo-osmotisch voor dieren MAAR door een kloppende
vacuole (osmoregulator) is de osmolariteit gelijk
Je hebt twee soorten dingen om de dieren iso-osmotisch te kunnen houden met de
omgeving:
● osmoconformers = osmolariteit aanpassen aan de omgeving
● osmoregulators = osmolariteit gelijk houden van het dier met de omgeving
BV. osmoregulators van zoutwaterorganismen:
vissen die zwemmen in een zoute zee zijn hypo osmotisch met de zee (meer zout in de zee
dan in de vis). Dus geeft de vis water af aan de zee. Om dit te compenseren, drinken vissen
water van de zee MAAR hier zit ook zout in → zout via kieuwen weg
!!!! haaien doen dit niet (drinken) ⇒ zij zijn wel iso osmotisch want zij hebben andere ionen
die ervoor zorgen dat ze iso osmotisch zijn
BV. osmoregulators van zoetwaterorganismen:
ook hier is er een hogere concentratie in de zee dan in de vis → vis gaat water drinken om
dit tegen te gaan → gaan dit urineren (heel veel en verdund)
→ zee
→ rivier
→ land
Water drinken en je maakt ook water tijdens je metabolisme → verliezen water
door bewegen, ademen, zweten, urine (toxische stoffen verdunnen)
Excretie van afvalstoffen: verschillende vormen van nitrogene afvalproducten
(zout, water, ammoniak omgevormd tot ureum, ..) ⇒ excretiesystemen:
1. filtratie: het bloed komt langs een uitscheidingsbuis → water en ionen
zijn door de bloeddruk geforceerd om naar de uitscheidingsbuis te gaan
2. reabsorptie: waardevolle stoffen worden door het epitheel van de
uitscheidingsbuis verzameld en terug afgeven aan het bloed
3. secretie: toxische stoffen en overtollige ionen komen terug in de
uitscheidingsbuis
4. excretie: het gewijzigd filtraat (urine) verlaat het lichaam
Voorbeeld secretiesysteem = nier
De nier heeft verschillende functies. Het regelt de regulatie van metabole
(afval) producten (excretie) + osmolariteit + bloeddruk + ionenbalans + hormonen