Filosofie
(examen:3 open vragen, 2 logica vragen en 1 ethische kwestie, definitie van begrip, voorbeelden, linken, krijgt een volledig
blad per vraag, voorbeeldvragen in cursus)
1) Inleiding: wat, waarom, hoe?
FMK= filosoferen met kinderen (filmpje met dierenverhaal van Toon Tellegen of Berrie
Heessen )
Socratische gesprekken= dezelfde gesprekken maar dan met volwassenen
Counseling= 1 op 1 gesprekken
Hermsen Joke:
-> boek: stil de tijd: onderverdelen van de tijd, om iets zo efficiënt mogelijk te doen. De kloktijd is te
dominant geworden om nog antwoord te krijgen op filosofische vragen. Iedereen heeft het gevoel
steeds minder tijd te hebben.
3 centrale begrippen van studeren:
- willen: orgaan van de toekomst
- moeten: moeten we echt zo veel? Best vervangen door willen.
- kunnen: ik wil het, ik moet het, maar kan ik het wel?
4 houdingsaspecten om te studeren: (kunnen inzetten)
- Uithouding: iedereen kan het, jong oud,… als je maar probeert
- Creativiteit: je geest is een parachute, hij werkt beter als hij open is. Bv argumenten kunnen
opsommen, zinnen bedenken als samenvatting -> moet je over denken, creatief denken
Ted conferentie, speech van Ken Robinson :
- creativiteit is aangeboren, we groeien er stilaan uit doorheen de jaren, door het onderwijs
- kinderen hebben angst om fouten te maken, dit is aangeleerd. Je moet fouten durven
maken, om creatief te kunnen denken.
-> creatief proces: kwantiteit -> incubatieperiode -> kwaliteit bv 100 vragen moeten denken of
iedereen tekent dezelfde vis of 10 verschillende vissen. Eerst focussen op veel, brainstorm technieken
( zoals vertrekken met kleuren of letters)
- Nieuwsgierigheid: anders kan je niet ontwikkelen
- liefde voor de wereld: als je cynisch naar de wereld kijkt, word je niet uitgedaagd om je denken te
ontwikkelen.
1
,-> boeken:
Piero Ferrucci: over dalai lama, boeddhisten, leren vriendelijk om te gaan, ongeacht de
emoties die we voelen.
Friedrich Nietzsche: wetenschap leert dat we niet veel waard zijn, hoe kunnen we dan nog
zin geven aan het leven? -> we moeten met een lach naar het leven kijken, en het leven zin
geven. “de vrolijke wetenschap”
Umberto eco: “in de naam van de roos” -> filmfragment in de duistere middeleeuwen,
nadruk op serieuze studie >< nadruk op het lachen
Visie op personaliteit:
-> filosofie voor inzicht en wijsheid, er is een link tussen filosofie-denken-doen, wat beroep je ook
doet, je moet af en toe stilstaan bij wat je doet.
Waarom is iemand wijs?
Definitie van Aristoteles: wijsheid komt tot uiting in de keuzes, wijs is diegenen die de juiste keuze
maakt tussen te veel en te weinig, als we het goede willen streven we naar perfectie en maken we
eigenlijk meer kapot dan dat we verwezenlijken, we moeten blij zijn met hoe het is. Zoeken naar een
juiste middenweg. Dit vergt inspanning en jaren tijd.
Bv Japanse meubelmakers: meubel willen schilderen, doen dat zo ver mogelijk van het land,
om geen stoffen te hebben, gaat ver in het zoeken naar perfectie. Wij zouden zeggen dat is
overdreven.
Bv spelletje spelen, nuttig of onnozel? Kan ook ontspanning zijn: hebben we ook nodig. Net
zoals, muziek, feesten,… we moeten wel grenzen stellen en dat kunnen we door praktische
wijsheid.
Bv radicaliserende jongeren: er wordt tegen hen gezegd dat muziek en dans duivels is door de
predikers, kunnen we toestaan dat sommigen (predikers)geen perfect wereldbeeld hebben?
Bv in voorziening na 10u deur dicht: 1min te laat, goede uitleg: jij als verantwoordelijke moet
binnen nog veel regelen en beslissen of ze binnen mogen of niet. Wat is wijs in die beslissing?
Volgens Aristoteles: 3min praten en dan stoppen of zorgen dat ze ergens anders terecht
kunnen. Je moet niet altijd een oplossing vinden.
2
, 2) kennismaking
= de kunst van het aandacht vestigen op interessante vragen.
Philos= vriend
= vriend/liefhebber van de wijsheid= filosofie
Sofoi/sofia= wijsheid
-> in IJsland= Heimspeki = naar de wereld kijken, of het wel de enige mogelijkheid is om naar de
wereld te kijken, vanuit een ander punt kijken, alternatieve gezichtspunten. Je referentiekader in
vraag kunnen stellen en je oordeel uit te stellen. Je bent als observeerder in de wereld.
Filosoferen= start met het stellen van vragen: over jezelf, beter zicht op het bestaan, zorgt
voor meer mogelijkheden, anderen ontmoeten, proberen uit te leggen en antwoorden
zoeken.
“Das weisse band” : kind stelt vragen over de dood, om zijn kennis te verrijken
Amor mundi= liefde voor de wereld, zonder je hoop op een betere wereld op te geven. Dat
de wereld voor jou waardevol is op een betrokken en positieve manier.
Filosofie is oorspronkelijk denken:
= de oorsprong/essentie proberen te achterhalen. Je bent niet tevreden met antwoorden tot jij
overtuigd bent van de werkelijkheid van die antwoorden. “Waar gaat dit eigenlijk over?”
-> door zijn oorsprong bloot te leggen doet men aan ontgoocheling
Ont-goochelend/demystifiërend:
= mythisch denken (komt van goochelaar die zijn truc verborgen houdt)
Wat is de eerste gedachte die de mens ooit gehad heeft? -> instrumenteel, dingen kapot maken, doel
hebben. -> denken steeds verfijnder geworden -> taal -> wie ben ik?... = grootste vragen, fantasie
voor nodig -> eerste mythes ontstaan.
bv sinterklaas: kind begint zich na een tijdje vragen te stellen. Kind houdt het sprookje intact,
weet misschien dat het niet waar is, maar vind het leuk om er in te geloven. Maar dat blijft
niet duren, het sprookje wordt doorprikt -> kan gepaard gaan met ontgoocheling.
Bv scheppingsverhaal: conclusie van Darwin heeft voor sommigen voor ontgoocheling
gezorgd.
-> door kritisch denken is er een verlichting (Franse revolutie, gevolg van ontgoochelend denken)
ontstaan
-> door de kracht van ons denken zijn we bevrijd van mythes en beïnvloedingen en dat we vrij kunnen
denken. Klopt dat? Zijn wij vrij om te denken wat we willen?
3
(examen:3 open vragen, 2 logica vragen en 1 ethische kwestie, definitie van begrip, voorbeelden, linken, krijgt een volledig
blad per vraag, voorbeeldvragen in cursus)
1) Inleiding: wat, waarom, hoe?
FMK= filosoferen met kinderen (filmpje met dierenverhaal van Toon Tellegen of Berrie
Heessen )
Socratische gesprekken= dezelfde gesprekken maar dan met volwassenen
Counseling= 1 op 1 gesprekken
Hermsen Joke:
-> boek: stil de tijd: onderverdelen van de tijd, om iets zo efficiënt mogelijk te doen. De kloktijd is te
dominant geworden om nog antwoord te krijgen op filosofische vragen. Iedereen heeft het gevoel
steeds minder tijd te hebben.
3 centrale begrippen van studeren:
- willen: orgaan van de toekomst
- moeten: moeten we echt zo veel? Best vervangen door willen.
- kunnen: ik wil het, ik moet het, maar kan ik het wel?
4 houdingsaspecten om te studeren: (kunnen inzetten)
- Uithouding: iedereen kan het, jong oud,… als je maar probeert
- Creativiteit: je geest is een parachute, hij werkt beter als hij open is. Bv argumenten kunnen
opsommen, zinnen bedenken als samenvatting -> moet je over denken, creatief denken
Ted conferentie, speech van Ken Robinson :
- creativiteit is aangeboren, we groeien er stilaan uit doorheen de jaren, door het onderwijs
- kinderen hebben angst om fouten te maken, dit is aangeleerd. Je moet fouten durven
maken, om creatief te kunnen denken.
-> creatief proces: kwantiteit -> incubatieperiode -> kwaliteit bv 100 vragen moeten denken of
iedereen tekent dezelfde vis of 10 verschillende vissen. Eerst focussen op veel, brainstorm technieken
( zoals vertrekken met kleuren of letters)
- Nieuwsgierigheid: anders kan je niet ontwikkelen
- liefde voor de wereld: als je cynisch naar de wereld kijkt, word je niet uitgedaagd om je denken te
ontwikkelen.
1
,-> boeken:
Piero Ferrucci: over dalai lama, boeddhisten, leren vriendelijk om te gaan, ongeacht de
emoties die we voelen.
Friedrich Nietzsche: wetenschap leert dat we niet veel waard zijn, hoe kunnen we dan nog
zin geven aan het leven? -> we moeten met een lach naar het leven kijken, en het leven zin
geven. “de vrolijke wetenschap”
Umberto eco: “in de naam van de roos” -> filmfragment in de duistere middeleeuwen,
nadruk op serieuze studie >< nadruk op het lachen
Visie op personaliteit:
-> filosofie voor inzicht en wijsheid, er is een link tussen filosofie-denken-doen, wat beroep je ook
doet, je moet af en toe stilstaan bij wat je doet.
Waarom is iemand wijs?
Definitie van Aristoteles: wijsheid komt tot uiting in de keuzes, wijs is diegenen die de juiste keuze
maakt tussen te veel en te weinig, als we het goede willen streven we naar perfectie en maken we
eigenlijk meer kapot dan dat we verwezenlijken, we moeten blij zijn met hoe het is. Zoeken naar een
juiste middenweg. Dit vergt inspanning en jaren tijd.
Bv Japanse meubelmakers: meubel willen schilderen, doen dat zo ver mogelijk van het land,
om geen stoffen te hebben, gaat ver in het zoeken naar perfectie. Wij zouden zeggen dat is
overdreven.
Bv spelletje spelen, nuttig of onnozel? Kan ook ontspanning zijn: hebben we ook nodig. Net
zoals, muziek, feesten,… we moeten wel grenzen stellen en dat kunnen we door praktische
wijsheid.
Bv radicaliserende jongeren: er wordt tegen hen gezegd dat muziek en dans duivels is door de
predikers, kunnen we toestaan dat sommigen (predikers)geen perfect wereldbeeld hebben?
Bv in voorziening na 10u deur dicht: 1min te laat, goede uitleg: jij als verantwoordelijke moet
binnen nog veel regelen en beslissen of ze binnen mogen of niet. Wat is wijs in die beslissing?
Volgens Aristoteles: 3min praten en dan stoppen of zorgen dat ze ergens anders terecht
kunnen. Je moet niet altijd een oplossing vinden.
2
, 2) kennismaking
= de kunst van het aandacht vestigen op interessante vragen.
Philos= vriend
= vriend/liefhebber van de wijsheid= filosofie
Sofoi/sofia= wijsheid
-> in IJsland= Heimspeki = naar de wereld kijken, of het wel de enige mogelijkheid is om naar de
wereld te kijken, vanuit een ander punt kijken, alternatieve gezichtspunten. Je referentiekader in
vraag kunnen stellen en je oordeel uit te stellen. Je bent als observeerder in de wereld.
Filosoferen= start met het stellen van vragen: over jezelf, beter zicht op het bestaan, zorgt
voor meer mogelijkheden, anderen ontmoeten, proberen uit te leggen en antwoorden
zoeken.
“Das weisse band” : kind stelt vragen over de dood, om zijn kennis te verrijken
Amor mundi= liefde voor de wereld, zonder je hoop op een betere wereld op te geven. Dat
de wereld voor jou waardevol is op een betrokken en positieve manier.
Filosofie is oorspronkelijk denken:
= de oorsprong/essentie proberen te achterhalen. Je bent niet tevreden met antwoorden tot jij
overtuigd bent van de werkelijkheid van die antwoorden. “Waar gaat dit eigenlijk over?”
-> door zijn oorsprong bloot te leggen doet men aan ontgoocheling
Ont-goochelend/demystifiërend:
= mythisch denken (komt van goochelaar die zijn truc verborgen houdt)
Wat is de eerste gedachte die de mens ooit gehad heeft? -> instrumenteel, dingen kapot maken, doel
hebben. -> denken steeds verfijnder geworden -> taal -> wie ben ik?... = grootste vragen, fantasie
voor nodig -> eerste mythes ontstaan.
bv sinterklaas: kind begint zich na een tijdje vragen te stellen. Kind houdt het sprookje intact,
weet misschien dat het niet waar is, maar vind het leuk om er in te geloven. Maar dat blijft
niet duren, het sprookje wordt doorprikt -> kan gepaard gaan met ontgoocheling.
Bv scheppingsverhaal: conclusie van Darwin heeft voor sommigen voor ontgoocheling
gezorgd.
-> door kritisch denken is er een verlichting (Franse revolutie, gevolg van ontgoochelend denken)
ontstaan
-> door de kracht van ons denken zijn we bevrijd van mythes en beïnvloedingen en dat we vrij kunnen
denken. Klopt dat? Zijn wij vrij om te denken wat we willen?
3