Week 1
Jurisprudentie: uitspraken van rechters
Publiekrecht: verhouding overheid-burger
- Staatsrecht
- Bestuursrecht
- Strafrecht
Privaatrecht: verhouding burger-burger
- Burgerlijk(proces)recht
- Personen- en familierecht
BW burgerlijk wetboek staat in privaatrecht wettenbundel
- Boek 1: personen- en familierecht
- Boek 2: ondernemingsrecht
- Boek 4: erfrecht
- Boek 7: huurrecht, consumentenkoop
- Boek 8: goederenvervoer
- Boek 10: internationaal privaatrecht
Boeken die we gaan onderzoeken
- Boek 3: vermogensrecht (verbintenissenrecht en goederenrecht) in het algemeen
- Boek 5: zakelijke rechten
- Boek 6: algemeen gedeelte van het verbintenissenrecht
Onrechtmatige daad art. 6:162 BW: geen overeenkomst toch een verbintenis. Er moet sprake zijn
van onrechtmatigheid, toerekenbaarheid, causaal verband, schade en relativiteit. Rechtsgevolg is
verbintenis met plicht tot vergoeden van de geleden schade en recht op vergoeding van de geleden
schade
Voorwaarden onrechtmatige daad:
- Schade
- Relativiteit (art. 6:163, de norm is voor de schade bedoelt en niet ergens anders voor)
- Toerekenbaarheid (lastig vast te stellen, wat is nu schuld?)
- Moet in de wet staan omschreven
- Strijd met wettelijke plicht
- Inbreuk op recht
- In strijd met maatschappelijke betamelijkheid (handelen wat wij normaal, zorgvuldig vinden)
- In combinatie met rechtvaardigingsgronden
De grens tussen pech en onrechtmatig handelen is lastig te trekken en kent veel jurisprudentie
(kelderluik, zeulende zusjes).
Wel een daad, niet onrechtmatig, rechtvaardigingsgronden:
- Overmacht
- Noodweer
- Toestemming
,- Ambtelijk bevel
- Wettelijk voorschrift
Eigenrichting: in een geschil je gelijk halen door zelf geweld te gebruiken
Materieel recht: bevat regels die rechten verlenen en verplichtingen opleggen tussen burgers
onderling, tussen burgers en overheid, en tussen overheden onderling.
Formeel recht: bevat regels die aangeven hoe iemand zijn privaatrechtelijke rechten kan afdwingen
tegenover anderen.
Een jongere wet gaat voor een oudere wet.
Vereisten onrechtmatige daad:
1. Onrechtmatige gedraging – art. 6:162 lid 1 en 2 BW
2. Toerekenbaar – art. 6:162 lid 1 en 3 BW
3. Schade – art. 6:162 lid 1 BW
4. Causaal verband – art. 6:162 lid 1 BW
5. Relativiteitsvereiste – art. 6:163 BW (valt de schade onder de regel die daarvoor bestemt
was)
Geen beletsel = geen reden (art. 6:165)
Alles wat onrechtmatig is, is onrechtmatig er is geen lichamelijke of geestelijke reden dat een daad
niet onrechtmatig wordt verklaard.
Kelder luik criteria:
Hoe onwaarschijnlijk is het dat iemand voldoende op let?
Hoe groot is de kans dat er door onoplettendheid een ongeval gebeurt?
Hoe ernstig kunnen de gevolgen zijn?
Hoe bezwaarlijk zijn de te nemen veiligheidsmaatregelen?
OSVO: ongelukkige samenloop van omstandigheden. Geen onrechtmatige daad maar OSVO, omdat
er zorgvuldig genoeg gehandeld is o.i.d. – maatschappelijk verkeer betaamt
Overmacht: je moet kiezen tussen 2 slechte dingen. Van buiten komende druk die je op dat moment
niet kan weerstaan. Rechtvaardigingsgrond.
Als er sprake is van een rechtvaardigingsgrond dan is er geen sprake van een onrechtmatige daad.
, Hoe beantwoord je een casus
Onrechtmatige daad
Art. 6:162 BW
Eis 1: onrechtmatigheid
Art. 6:162 lid 2 BW
- Inbreuk op recht
- In strijd met wettelijke plicht
- Maatschappelijk verkeer betaamt
Eis 2: toerekenbaarheid
Art. 6:162 lid 3 BW
- Op grond van schuld
- Op grond van wet
- Op grond van geldende verkeersopvatting
Eis 3: causaal verband
- Oorzaak gevolg, schuld schade
Eis 4: schade
Art. 6:96 BW
Eis 5: Relativiteit