Written by students who passed Immediately available after payment Read online or as PDF Wrong document? Swap it for free 4.6 TrustPilot
logo-home
Document preview thumbnail
Preview 4 out of 69 pages
Class notes

Uitgebreide notities van alle colleges van Psychodiagnostiek GZP master RU

Document preview thumbnail
Preview 4 out of 69 pages

In het document vind je zeer uitgebreide aantekeningen van de colleges van Psychodiagnostiek. Het is een uitgebreide samenvatting. Belangrijk voor het tentamen! Het bevat uitleg van plaatjes, diagrammen, etc. uit de colleges.

Content preview

Psychodiagnostiek
College aantekeningen


College 1
Inleiding


Valkuilen in de psychodiagnostiek (psychodiagnostiek anno 2020):
1. Context van opdrachtgevers en begeleidende documenten kunnen diagnostische oordeelsvorming vertekenen.
▪ Diagnostisch momentum: de verwijzer meldt aan de psycholoog welke diagnose hij zelf in gedachte
heeft en de psycholoog neemt dat als startpunt en zoekt naar verdere onderbouwing (tunnelvisie).
▪ Affiliatie-bias: deskundigen willen hun opdrachtgever te vriend houden (ze adopteren het perspectief
van de opdrachtgever).
▪ Protocollaire werken: manier om diagnostisch momentum en affiliatie-bias tegen te gaan. Psycholoog
gaat in gesprek met opdrachtgever, psycholoog neemt na psychodiagnostisch onderzoek kennis van
het volledige dossier en de psycholoog bezint op de vraag of loyaliteit richting de opdrachtgever een
sturende invloed heeft gehad op de oordeelsvorming.
2. Psychologen denken dat ze puur door observatie heel ver kunnen komen. De waarde van observatie is gering,
tenzij de psycholoog op voorhand duidelijke hypotheses heeft geformuleerd en vastomlijnde ideeën heeft over
welke observatiegegevens welke hypotheses ondersteunen dan wel tegenspreken.
▪ Overreliance on salient data: psychologen vertrouwen te veel op gegevens die makkelijk
observeerbaar zijn.
▪ Gestructureerd interview: alternatief voor ongerichte observatie waarin de psycholoog een lijst van
criteria langsloopt om te bepalen of de onderzochte voldoet aan een diagnose. Dit werkt niet voor alle
diagnoses, er is variabiliteit. Deze variabiliteit komt vanuit het feit dat aan sommige symptomen veel
meer gewicht wordt toegekend dan aan andere en soms ook symptomen woorden waargenomen die er
niet zijn. Leunen op stereotypen kan bijdragen aan base rate neglect (i.e., de basis/achtergrond
informatie over de populatie wordt vergeten mee te nemen in het schatten van een kans).
3. Testresultaten worden als uitgangspunt gezien maar wel met de kanttekening dat het verschillende problemen
kunnen kleven. Uitschieters naar beneden (scoren beneden de norm) zijn vaak nietszeggende fluctuaties.
▪ Het voorkomen van op een dwaalspoor raken door waarde te geven aan toevalsbevindingen kan
voorkomen worden door scores op verschillende tests in hun onderlinge samenhang te bezien (andi).
▪ Response bias: respondenten die de neiging hebben onnauwkeurige of valse antwoorden te geven in
gestructureerde interviews (e.g., sociaal wenselijke antwoorden of onnauwkeurige antwoorden door
een gebrek aan zelfinzicht). Dit kan worden voorkomen door gebruik te maken van goed
geïnformeerde derden wat betreft de onderzochte.
4. Meer onderzoek nodig naar verknopen van psychodiagnostiek en behadeling. Er is daarbij ook een risico van
diagnostische misinformatie (patiënten internaliseren misinformatie). Diagnostische misinformatie komt uit
ambiguïteit (moeilijkheden met inschatten van intensiteit en frequentie van interne ervaringen).

, ▪ Therapeutische diagnostiek: vorm van diagnostiek waarbij de psycholoog in samenspraak met de
onderzochte de belangrijke onderzoeksvragen formuleert, vervolgens psychodiagnostisch onderzoek
verricht en de resultaten daarvan uitvoerig bespreekt met de onderzochte.


Of je voor een diagnostisch intakegesprak een dossier inkijkt of voorinformatie leest, hangt af van de sector binnen de
psychologie waarin je werkt (3e lijns psychologie of forensische psychologie doe je het vaak wel). Het lezen van
voorinformatie kan zorgen voor biases, hier moet je rekening mee houden.


Diagnostiek is niet altijd je vertrekpunt voor behandeling. Soms is het beeld niet helemaal duidelijk of is er sprake van
een crisissituatie en dan start je vaak met behandeling.


▪ DSM-classificatie: er wordt gekeken naar een x aantal symptomen, je moet er aan een x aantal voldoen en dan
heb je een diagnose of niet. DSM-diagnose is nodig voor vergoeding door verzekering.
▪ Beschrijvende diagnose: holistische theorie over de patiënt, wordt geformuleerd als een hypothese met
betrekking tot oorzaak (etiologie) en gevolg). Dit geeft vaak een vollediger beeld van de patiënt en klachten.


Een weloverwogen keuze kan zijn om geen drinken aan te bieden, omdat je dan vaak kan zien hoe iemand omgaan
met ongemak (een beker drinken is een middel om om te gaan met ongemak). Bij sommige patiëntgroepen (ASS) kun
je wel drinken aanbieden.


College 2
NPO: Multi-dimensioneel


Bio-psycho-sociaal model: samenspel van factoren op
lichamelijk, psychisch en sociaal gebied die bijdragen aan
de ontwikkeling van psychische aandoeningen.
▪ De klinische psychologie is meer gericht op de
persoonlijkheid, psychopathologie en de context.
▪ De klinisch neuropsychologie is meer gericht op
het hersen functioneren, hersenbeschadiging en
het cognitief (dys)functioneren.


Integratieve psychodiagnostiek: je kan binnen het bio-psycho-sociaal model aangeven waar de meeste aandacht voor
is. Dit zou onder te term transdiagnostisch kunnen vallen, je gaat over de grenzen van de benadering waarbij je
gebruik maakt van hypothesen die over de velden van je eigen discipline heen gaan.
▪ Dit zou leiden tot het multiconceptueel benaderen van hypothesen (bijv. je wilt niet werken als
neuropsycholoog maar je weet wel dat de hersenen een rol spelen).


De werkvelden hebben consequenties voor de psychodiagnostiek:

, ▪ Klinische psychologie: klinisch psychologisch onderzoek indien hypothesen gebaseerd zijn op theorieën over
persoonlijkheid en psychopathologie.
▪ Klinische neuropsychologie: neuropsychologisch diagnostiek indien hypothesen gebaseerd zijn op hersen-
gedragrelaties.


Deze thema’s vragen om andere methoden (andere hypothesen wanneer iemand niet goed in zijn of haar vel zit dan
wanneer iemand dingen niet goed meer kan onthouden), maar inhoudelijk zit er niet zo veel verschil (worden nog
steeds evidence-based wetenschappelijk geformuleerd). Echter zijn de toetsingsinstrumenten ook anders (somber
voelen is geen prestatie, onthouden is wel een prestatie).
▪ Wanneer je hypothesen vanuit beide perspectieven wil formuleren > transdiagnostisch.


Klinisch neuropsychologisch diagnostiek: je kan het bio-
psycho-sociaal model op een andere manier kunnen
vormgeven waarbij je je meer richt op de cognitie. In de
praktijk richten psychologen zich vaak op de domeinen,
maar het is belangrijk om juist op de pijlen te richten (de
relaties met de andere domeinen). Je moet dit ook in het
levensloop perspectief kunnen zien (bijv. aanleg, familie).
▪ De niveaus zijn descriptief, geen relatie met
andere niveaus (gene verklarend diagnostiek).


Research Domain Criteria (RDoC): onderzoekskader voor het onderzoeken van
psychisch stoornissen. Het doel is om de aard van geestelijke gezondheid en ziekte te
begrijpen in termen van verschillende graden van disfunctie in fundamentele
psychologische/biologische systemen.


Objectief meten: in de neuropsychologie wordt ook het gedrag gemeten (niet het brein). Je kan stellen dat wanneer je
op een MRI ziet dat er hypocampale beschadigingen zijn, dat er problemen ontstaan met het geheugen. Daarentegen
kun je niet stellen dat er hypocampale beschadigingen zijn omdat er geheugenproblemen zijn wanneer er niks op een
MRI te zien is.


Scientist-practitioner: reflectief werken is erg belangrijk, dan blijf je je verbeteren als psycholoog (heb ik wel de
goede vragen gesteld, ben ik een vraag vergeten).

, ▪ Voorbeeld label verstandelijke beperking: voorheen was het zo dat je met een IQ < 70 een verstandelijke
beperking had. Nu is het zo dat alleen dat IQ niet kan inschatten hoe iemand functioneert in het dagelijks
leven. Nu wordt bijvoorbeeld ook het adaptief vermogen gemeten (conceptuele vaardigheden zoals kunnen
lezen, schrijven en rekenen, sociale vaardigheden zoals communicatieve vaardigheden en oplossen van sociale
problemen en praktische vaardigheden zoals persoonlijke verzorging). Het IQ en het adaptief vermogen
kunnen dan samen aangeven wat de indicaties en complicaties kunnen zijn. Het IQ kan ervoor zorgen dat je
een hypothese aanneemt of verwerpt, maar dat het adaptief vermogen bepaald dat je ondanks het IQ een
verstandelijke beperking hebt of niet.


Dus hypothese verwerpen of aannemen is alleen
een handvat om op een klinische besluitvorming te
redeneren. Je mag hier nog steeds de vrijheid
hanteren of er wel of geen sprake is van lvb (om
verschillende contextuele, adaptieve redenen bijv.).
Hypthesetoetsend: vraagstelling gebaseerd op
hypothesen en niet op vragen. Neuropsychologisch diagnostiek indien hypothesen gebaseerd zijn op hersen-
gedragrelaties. Methode en onderzoek doen is niet anders dan in de klinische psychologie, maar zodra je een
hypothese formuleert die rekening houdt met kennis van de hersen-gedragrelaties, dan zou je het een
neuropsychologische vraagstelling kunnen noemen. Een hypothese die rekening houdt met de DSM of
persoonlijkheidskenmerken dan is het meer een klinisch psychologische vraagstelling.


Psychodiagnostiek volgens empirische cyclus:
Gefaseerd proces:
1. Aanmelding en verwijzingsvraag.
2. Dossieronderzoek/(hetero-)anamnese.
3. Formuleren van vraagstellingen en hypothesen.
4. Onderzoeksoperationalisatie.
5. Afname, verwerking, toetsing van hypothesen.
6. Integrale beschrijving van patiëntgegevens, beantwoorden vraagstelling en rapportage.


Evidence-based psychodiagnostiek:
1. Gestandaardiseerd: en wetenschappelijk onderbouwd instrumentarium (standaardisering, normering,
betrouwbaarheid, validiteit).
2. Transparantie: alle stappen moeten verantwoord kunnen worden.
3. Multi methodisch: meerdere onderzoeksmethoden en informatiebronnen.

Document information

Study
Uploaded on
October 28, 2023
Number of pages
69
Written in
2023/2024
Type
Class notes
Professor(s)
Marc hendriks
Contains
All classes
$8.31

Wrong document? Swap it for free Within 14 days of purchase and before downloading, you can choose a different document. You can simply spend the amount again.
Written by students who passed
Immediately available after payment
Read online or as PDF

Seller avatar
Reputation scores are based on the amount of documents a seller has sold for a fee and the reviews they have received for those documents. There are three levels: Bronze, Silver and Gold. The better the reputation, the more your can rely on the quality of the sellers work.
danieksmits
4.0
(9)
Sold
61
Followers
30
Items
13
Last sold
10 months ago


Why students choose Stuvia

Created by fellow students, verified by reviews

Quality you can trust: written by students who passed their tests and reviewed by others who've used these notes.

Didn't get what you expected? Choose another document

No worries! You can instantly pick a different document that better fits what you're looking for.

Pay as you like, start learning right away

No subscription, no commitments. Pay the way you're used to via credit card and download your PDF document instantly.

Student with book image

“Bought, downloaded, and aced it. It really can be that simple.”

Alisha Student

Working on your references?

Create accurate citations in APA, MLA and Harvard with our free citation generator.

Working on your references?

Frequently asked questions