Biologie samenvatting H2
§2.1
Biologen hebben afgesproken dat individuen met min of meer gelijk uiterlijk tot
dezelfde soort horen als ze vruchtbare nakomelingen kunnen krijgen. Een soort
alleen beschrijven aan hand van uiterlijke kenmerken s niet voldoende. Individuen
verschillen van elkaar. Niet alleen uiterlijke kenmerken zijn belangrijk om soort te
beschrijven. Soms lijken 2 dieren op elkaar, maar herkennen zij elkaar niet als
soortgenoot. Het gedrag, geluid, voedsel en leefgebied is totaal anders. Het zijn 2
verschillende soorten.
Is een soort beschreven, dan krijgt hij een wetenschappelijke naam. Bestaat uit
delen: geslachtsnaam en soortaanduiding. Dit is de binominale naamgeving. De
geslachtsnaam is altijd met een hoofdletter. De soortnaam altijd met kleine letter.
Taxonomie is de wetenschappelijke indeling van soorten. De Zweed Linnaeus heeft
veel dieren een naam gegeven. Linnaeus’ indeling plaatst organismen bijeen in
steeds grotere groepen: organismen soorten geslachtenfamiliesorden
klassenrijken.
Soms levert DNA-onderzoek verassende dingen op. Zo kunnen onderzoekers er
achter komen dat bijvoorbeeld 2 egels toch niet hetzelfde zijn. Hieruit blijkt dus dat
het indelen op soort niet alleen op uiterlijk kan. Door DNA-onderzoek is de indeling
van soorten betrouwbaarder.
De grens tussen soorten is vaag. Soms kruisen verschillende soorten met elkaar en
krijgen ze levensvatbare nakomelingen (hybriden). Deze hybriden helpen de
familierelaties tussen soorten vast te stellen. 2 soorten kunnen alleen jongen krijgen
als het DNA voor een groot deel gelijk is. Meestal zijn hybriden onvruchtbaar, zodat
een groere vermenging van soorten niet optreedt. Sommige diersoorten zoals het
insect de wandelende tak, planten zich vooral ongeslachtelijk voort. Vrouwtjes
kunnen vruchtbare jongen krijgen zonder een paring. Het kenmerk dat soortgenoten
smaen vruchtbare jongen kunnen krijgen, vervalt bij deze soorten.
§2.2
Een groep of kolonie van dezelfde dieren heet een populatie; organismen van
dezelfde soort in een bepaald gebied. Binnen populatie paren de dieren vaker
onderling dan met soortgenoten uit nadere populaties. Zeker als kolonies ver uit
elkaar liggen. Daardoor zijn individuen in populatie vaak directe familie van elkaar.
Dat maakt ze kwetsbaar voor ziektes. Hierdoor kan populatie ineens verdwijnen. Een
populatie kan ook snel groeien door gunstige omstandigheden of veel uitwisseling
van erfelijk materiaal.
Koolmezen komen vooral in oude bossen voor. Niet alleen vanwege het voedsel,
maar vooral vanwege de holle bomen waarin ze hun jongen grootbrengen. In jong
bos is nestgelegenheid de beperkende factor. Op bepaald moment is hoeveelheid
voedsel te krap voor alle nieuwe dieren en trekken jongen we uit leefgebied van hun
ouders. Blijven ze in de buurt, dan kunnen ze proberen eigen territorium te
bemachtigen. In dat geval versterken ze hun oorspronkelijke populatie. Ze kunnen
ook nieuwe gebied koloniseren. Dan vormen ze een nieuwe populatie. Of ze komen
§2.1
Biologen hebben afgesproken dat individuen met min of meer gelijk uiterlijk tot
dezelfde soort horen als ze vruchtbare nakomelingen kunnen krijgen. Een soort
alleen beschrijven aan hand van uiterlijke kenmerken s niet voldoende. Individuen
verschillen van elkaar. Niet alleen uiterlijke kenmerken zijn belangrijk om soort te
beschrijven. Soms lijken 2 dieren op elkaar, maar herkennen zij elkaar niet als
soortgenoot. Het gedrag, geluid, voedsel en leefgebied is totaal anders. Het zijn 2
verschillende soorten.
Is een soort beschreven, dan krijgt hij een wetenschappelijke naam. Bestaat uit
delen: geslachtsnaam en soortaanduiding. Dit is de binominale naamgeving. De
geslachtsnaam is altijd met een hoofdletter. De soortnaam altijd met kleine letter.
Taxonomie is de wetenschappelijke indeling van soorten. De Zweed Linnaeus heeft
veel dieren een naam gegeven. Linnaeus’ indeling plaatst organismen bijeen in
steeds grotere groepen: organismen soorten geslachtenfamiliesorden
klassenrijken.
Soms levert DNA-onderzoek verassende dingen op. Zo kunnen onderzoekers er
achter komen dat bijvoorbeeld 2 egels toch niet hetzelfde zijn. Hieruit blijkt dus dat
het indelen op soort niet alleen op uiterlijk kan. Door DNA-onderzoek is de indeling
van soorten betrouwbaarder.
De grens tussen soorten is vaag. Soms kruisen verschillende soorten met elkaar en
krijgen ze levensvatbare nakomelingen (hybriden). Deze hybriden helpen de
familierelaties tussen soorten vast te stellen. 2 soorten kunnen alleen jongen krijgen
als het DNA voor een groot deel gelijk is. Meestal zijn hybriden onvruchtbaar, zodat
een groere vermenging van soorten niet optreedt. Sommige diersoorten zoals het
insect de wandelende tak, planten zich vooral ongeslachtelijk voort. Vrouwtjes
kunnen vruchtbare jongen krijgen zonder een paring. Het kenmerk dat soortgenoten
smaen vruchtbare jongen kunnen krijgen, vervalt bij deze soorten.
§2.2
Een groep of kolonie van dezelfde dieren heet een populatie; organismen van
dezelfde soort in een bepaald gebied. Binnen populatie paren de dieren vaker
onderling dan met soortgenoten uit nadere populaties. Zeker als kolonies ver uit
elkaar liggen. Daardoor zijn individuen in populatie vaak directe familie van elkaar.
Dat maakt ze kwetsbaar voor ziektes. Hierdoor kan populatie ineens verdwijnen. Een
populatie kan ook snel groeien door gunstige omstandigheden of veel uitwisseling
van erfelijk materiaal.
Koolmezen komen vooral in oude bossen voor. Niet alleen vanwege het voedsel,
maar vooral vanwege de holle bomen waarin ze hun jongen grootbrengen. In jong
bos is nestgelegenheid de beperkende factor. Op bepaald moment is hoeveelheid
voedsel te krap voor alle nieuwe dieren en trekken jongen we uit leefgebied van hun
ouders. Blijven ze in de buurt, dan kunnen ze proberen eigen territorium te
bemachtigen. In dat geval versterken ze hun oorspronkelijke populatie. Ze kunnen
ook nieuwe gebied koloniseren. Dan vormen ze een nieuwe populatie. Of ze komen