Samenvatting reader pathologie
Ziekten van de slokdarm
Oesophagitis
Is een ontsteking van de slokdarm, veroorzaakt door reflux en soms door infecties of inname
chemische vloeistoffen. Reflux treedt na het eten bij iedereen op. De peristaltiek van de slokdarm en
bufferende werking van speeksel zorgen er normaal voor dat er geen afwijkingen ontstaan. Bij
onvoldoende functioneren van de onderste slokdarmsfincter (gastro-oesofageale sfincter), treed
langdurige reflux op. Om het vast te stellen is een 24-uurs registratie van de zuurgraad in de slokdarm
nodig. Het kan voorkomen in verticale, horizontale of beide posities. Bij de laatste 2 zijn het vaak de
ergste vormen. Röntgen is voor het vaststellen van reflux-oesophagitis minder geschikt.
Klinische symptomen
Zuurbranden, oprispingen, pijn achter het borstbeen of in het epigastrium en moeilijkheden bij het
slikken zijn symptomen.
Complicaties
Er kunnen bloedingen optreden (heamatemesis=bloedbraken). Bij langdurige ontsteking kan door
littekenvorming een strictuur ontstaan (=vernauwing), wat kan zorgen voor vernauwing. Het
slijmvliestype kan veranderen in het onderste deel van de slokdarm. Normale plaveisepitheel wordt
vervangen door een op maagslijmvlies lijkend cilindrisch epitheel, heet Barrett-oesophagus. Kans dat
dit op een carcinoom leidt is 10% hoger dan normaal.
Behandeling
Begint met anti-refluxmaatregelen, zoals houdingsadviezen, vermijden van knellende kleding, geen
maaltijden vlak voor het slapen, streven naar gewichtsvermindering bij overgewicht en vermijden van
middelen die de werking van de onderste slokdarmsfincter doen afnemen en de maagzuursecretie
bevorderen. Je kan antacida slikken, maar bij ernstige afwijkingen wordt de maagzuursecretie geremd
met bijv. cimetidine, ranitidine of andere H2-antagonist. Peristaltiek en maagontlediging kan worden
bevorderd met prepulsid. Als niets werkt kan het nog chirurgisch behandeld worden.
Tumoren van de slokdarm
De meeste tumoren van de slokdarm zijn kwaadaardig. Meest voorkomend in het onderste deel. Vaak
plaveiscelcarcinomen, maar in het onderste deel komen ook adenocarcinomen voor. Roken en
alcohol verhogen het risico. Adenocarcinoom van de distale (=onderste deel) oesophagus kan
ontwikkelen tot een complicatie van een langdurig bestaande Barrett-oesophagus. De tumor wil in de
omgeving doorgroeien. Door ulceratie in de tumor kunnen fistels ontstaan, die een verbinding
vormen met luchtwegen, pleura en pericardholte.
Klinische symptomen
Dysfagie en passagebelemmering, eerst voor vast en later voor vloeibaar voedsel. Pijn komt vaak door
lokale doorgroei. Eetlust is vaak slecht, ze zijn vermagerd en in slechte conditie. Diagnose wordt
gesteld met röntgenonderzoek. Bij voorkeur wordt eerst een oesofagoscopie gedaan om de exacte
uitbreiding van de tumor te meten en een biopt genomen. Tumor wordt vaak gezien met ulceratie.
Behandeling
Kleine tumoren kunnen chirurgisch worden behandeld, maar meestal zijn ze te groot of
doorgegroeid. Oesophagus-tumoren, plaveiscelcarcinomen en adenocarcinomen reageren op
bestraling. Dit kan in- of uitwendig. Chemotherapie wordt soms gegeven in combinatie met
radiotherapie. Resultaten van de behandeling zijn vaak slecht. 5-jaars overleving is 5-10%. Vaak wordt
,een palliatieve behandeling toegepast. Belangrijkste is om de voedselpassage veilig te stellen door
dilatatie (=oprekken van stenose). De stenose komt vaak weer terug, daarom wordt aansluitend op
dilatatie een endoprothese aangebracht.
Complicaties
Complicatie van dilatatie en inbrengen van endoprothese is perforatie.
Infecties van de slokdarm
Meest voorkomende komt door de gist Candida albicans, die vaak tegelijk is met candiasis van de
mond-keelholte. Je ziet dan een vlokkig, wit beslag in de mond dat aan het mondslijmvlies vastzit.
Soms geeft een candida infectie van de slokdarm weinig of geen klachten, het slikken kan moeilijk of
pijnlijk zijn. Bevorderende factoren voor de infectie zijn een slechte algemene conditie, gebruik van
antibiotica, corticosteroïden of cytostatica en een gestoorde en slecht ingestelde diabetes mellitus. Bij
een HIV geïnfecteerde patiënt met Candida is er sprake van AIDS. Na bestraling van mond-keelholte is
kans op candida infectie daar verhoogt. Diagnose wordt gesteld door endoscopie. Behandeling
bestaat uit het toedienen van nystatine-oplossing 6x per dag.
Hiatus-hernia
Ook wel hernia diaphragmatica (meestal een sliding hernia) wordt van gesproken wanneer een deel
van de maag boven het middenrif ligt. Oorzaak kan zijn een stijging van de intra-abdominale druk bij
bijv. overgewicht, zwangerschap, frequent hoesten en chronische obstipatie. De meeste mensen
hebben er geen last van, maar symptomen kunnen zijn zuurbranden, oprispen met reflux van
maagzuur of halfverteerde maaginhoud. Klachten nemen toe bij vooroverbuiging en plat gaan liggen.
Langdurig zuurbranden kan leiden tot peptische oesophagitis Langdurige hernia diaphragmatica kan
leiden tot chronisch occult bloedverlies met als gevolg een ijzergebreksanemie.
Para-oesophageale hernia ligt de cardia onder het diafragma, maar een deel van de maag ligt
erboven.
Divertikel
Uitstulping van één of meer lagen van de wand van de slokdarm. In ene grote divertikel kan zich
zoveel voedsel verzamelen dat het bovenste deel van de slokdarm wordt dichtgedrukt en de
voedselpassage wordt belemmerd. Klachten zijn aspiratie gepaard met prikkelhoest en bronchitis en
een vieze geur in de mond door rottende voedselresten in het divertikel. Grote divertikels moeten
operatief worden behandeld. Een laserbehandeling kan een alternatief zijn door de KNO-arts.
, Oesophagus spasmen
Kunnen aanleiding geven tot pijn achter het borstbeen. Kan komen door snel eten, koud eten,
emoties, enz. door manometrie en röntgen kan het aangetoond worden.
Achalasie
Gestoorde peristaltiek en het onvermogen van de onderste slokdarm sfincter om voedsel en vloeistof
naar de maag te laten passeren. Er ontstaat een extreme verwijding van de slokdarm boven een
nauw distaal segment. Oorzaak is onbekend, patiënten zijn vaak jong. Ontsteking van slokdarm en
aspiratie kan optreden. Diagnose wordt gesteld door röntgen en manometrie. Ziekte kan niet
genezen. Behandeling bestaat uit oprekken van het nauwe segment door pneumo-dilatie. Hierbij
wordt een ballon geplaatst. Gedurende korte tijd wordt druk aan gebracht, dit rekt het nauwe
segment op. Chirurgische behandeling is zelden nodig.
Aandoeningen van de maag
Maagbloedingen
Ulcus pepticum kan leiden tot chronisch bloedverlies. Dit leidt tot ijzergebrek anemie en occult bloed
in ontlasting. Bloedverlies bij een ulcus kan ook komen door bijv. een coloncarcinoom.
Klinische symptomen
Een acute bloeding leidt tot shockverschijnselen en tot symptomen van de bloeding zelf. Klachten zijn
duizeligheid en collaberen. Patiënten hebben een snelle weke pols en een lage bloeddruk. Klachten
nemen toe bij gaan zitten of staan. Symptomen van de bloeding zelf zijn melaena en heamatemesis.
Bij ernstige hypotensie (lage bloeddruk) is de patiënt klam, bleek, onrustig en de acra (neuspunt,
handen en voeten) zijn koud.
Behandeling
Herstel van het circulerend volume door intraveneuze toediening van vocht NaCl. Maagsonde wordt
alleen gegeven bij grote bloeding. Bloeding hoog in de tractus digestivus kan alleen worden
aangetoond door gastroscopie. Acute endoscopie wordt kort na opname verricht. Eerst moeten
shock, anemie en gestoorde bloedstolling worden behandeld. Complicatie van endoscopie zijn
aspiratie en luxeren van recidiefbloeding door een stolsel weg te spoelen van een ulcus of door
braakneigingen bij oesophagusvarices.
Andere oorzaken van bloedingen dan ulcera in maag of duodenum die met behulp van endoscopie
kunnen worden gediagnostiseerd zijn: oesophagus-varices, refluxoesophagitis, erosieve gastritis,
maagcarcinoom. Een operatie voorkomen is gewenst. Patiënt met bloeding hoog in de tractus
digestivus dient niet zonder diagnostische endoscopie te worden geopereerd.
De gemiddelde sterftekans is ong. 10%. Ongunstig zijn: leeftijd >60, ernstige bloeding, haematemesis,
hypotensie, grote transfusiebehoefte, varices-bloedingen, recidiefbloedingen en ernstige bijkomende
ziekten.
Vaak verdwijnt de pijn bij bloeding door ulcus, doordat bloed het maagzuur neutraliseert. Bij ong.
20% van ulcus patiënten is bloeding het eerste symptoom. Bij 40% van patiënten met ulcus duodeni
en 25% van patiënten met ulcus ventriculi ontstaat recidiefbloeding. Als een bloeding niet snel stopt
of na korte tijd recidiveert is chirurgische therapie nodig.
Oesophagus-varices
= Slokdarmspataders zijn gezwollen spataderen in de wand van de slokdarm (oesofagus). Ze kunnen
gemakkelijk barsten en gaan bloede
Bij behandeling van bloedingen hoog in de tractus digestivus (maagdarmstelsel)nemen bloedingen
uit oesophagus-varices een speciale plaats in. Zijn bloedingen met de hoogste mortaliteit en hoogste
kans op recidiefbloedingen. Prognose hangt af van de resterende leverfunctie.
Ziekten van de slokdarm
Oesophagitis
Is een ontsteking van de slokdarm, veroorzaakt door reflux en soms door infecties of inname
chemische vloeistoffen. Reflux treedt na het eten bij iedereen op. De peristaltiek van de slokdarm en
bufferende werking van speeksel zorgen er normaal voor dat er geen afwijkingen ontstaan. Bij
onvoldoende functioneren van de onderste slokdarmsfincter (gastro-oesofageale sfincter), treed
langdurige reflux op. Om het vast te stellen is een 24-uurs registratie van de zuurgraad in de slokdarm
nodig. Het kan voorkomen in verticale, horizontale of beide posities. Bij de laatste 2 zijn het vaak de
ergste vormen. Röntgen is voor het vaststellen van reflux-oesophagitis minder geschikt.
Klinische symptomen
Zuurbranden, oprispingen, pijn achter het borstbeen of in het epigastrium en moeilijkheden bij het
slikken zijn symptomen.
Complicaties
Er kunnen bloedingen optreden (heamatemesis=bloedbraken). Bij langdurige ontsteking kan door
littekenvorming een strictuur ontstaan (=vernauwing), wat kan zorgen voor vernauwing. Het
slijmvliestype kan veranderen in het onderste deel van de slokdarm. Normale plaveisepitheel wordt
vervangen door een op maagslijmvlies lijkend cilindrisch epitheel, heet Barrett-oesophagus. Kans dat
dit op een carcinoom leidt is 10% hoger dan normaal.
Behandeling
Begint met anti-refluxmaatregelen, zoals houdingsadviezen, vermijden van knellende kleding, geen
maaltijden vlak voor het slapen, streven naar gewichtsvermindering bij overgewicht en vermijden van
middelen die de werking van de onderste slokdarmsfincter doen afnemen en de maagzuursecretie
bevorderen. Je kan antacida slikken, maar bij ernstige afwijkingen wordt de maagzuursecretie geremd
met bijv. cimetidine, ranitidine of andere H2-antagonist. Peristaltiek en maagontlediging kan worden
bevorderd met prepulsid. Als niets werkt kan het nog chirurgisch behandeld worden.
Tumoren van de slokdarm
De meeste tumoren van de slokdarm zijn kwaadaardig. Meest voorkomend in het onderste deel. Vaak
plaveiscelcarcinomen, maar in het onderste deel komen ook adenocarcinomen voor. Roken en
alcohol verhogen het risico. Adenocarcinoom van de distale (=onderste deel) oesophagus kan
ontwikkelen tot een complicatie van een langdurig bestaande Barrett-oesophagus. De tumor wil in de
omgeving doorgroeien. Door ulceratie in de tumor kunnen fistels ontstaan, die een verbinding
vormen met luchtwegen, pleura en pericardholte.
Klinische symptomen
Dysfagie en passagebelemmering, eerst voor vast en later voor vloeibaar voedsel. Pijn komt vaak door
lokale doorgroei. Eetlust is vaak slecht, ze zijn vermagerd en in slechte conditie. Diagnose wordt
gesteld met röntgenonderzoek. Bij voorkeur wordt eerst een oesofagoscopie gedaan om de exacte
uitbreiding van de tumor te meten en een biopt genomen. Tumor wordt vaak gezien met ulceratie.
Behandeling
Kleine tumoren kunnen chirurgisch worden behandeld, maar meestal zijn ze te groot of
doorgegroeid. Oesophagus-tumoren, plaveiscelcarcinomen en adenocarcinomen reageren op
bestraling. Dit kan in- of uitwendig. Chemotherapie wordt soms gegeven in combinatie met
radiotherapie. Resultaten van de behandeling zijn vaak slecht. 5-jaars overleving is 5-10%. Vaak wordt
,een palliatieve behandeling toegepast. Belangrijkste is om de voedselpassage veilig te stellen door
dilatatie (=oprekken van stenose). De stenose komt vaak weer terug, daarom wordt aansluitend op
dilatatie een endoprothese aangebracht.
Complicaties
Complicatie van dilatatie en inbrengen van endoprothese is perforatie.
Infecties van de slokdarm
Meest voorkomende komt door de gist Candida albicans, die vaak tegelijk is met candiasis van de
mond-keelholte. Je ziet dan een vlokkig, wit beslag in de mond dat aan het mondslijmvlies vastzit.
Soms geeft een candida infectie van de slokdarm weinig of geen klachten, het slikken kan moeilijk of
pijnlijk zijn. Bevorderende factoren voor de infectie zijn een slechte algemene conditie, gebruik van
antibiotica, corticosteroïden of cytostatica en een gestoorde en slecht ingestelde diabetes mellitus. Bij
een HIV geïnfecteerde patiënt met Candida is er sprake van AIDS. Na bestraling van mond-keelholte is
kans op candida infectie daar verhoogt. Diagnose wordt gesteld door endoscopie. Behandeling
bestaat uit het toedienen van nystatine-oplossing 6x per dag.
Hiatus-hernia
Ook wel hernia diaphragmatica (meestal een sliding hernia) wordt van gesproken wanneer een deel
van de maag boven het middenrif ligt. Oorzaak kan zijn een stijging van de intra-abdominale druk bij
bijv. overgewicht, zwangerschap, frequent hoesten en chronische obstipatie. De meeste mensen
hebben er geen last van, maar symptomen kunnen zijn zuurbranden, oprispen met reflux van
maagzuur of halfverteerde maaginhoud. Klachten nemen toe bij vooroverbuiging en plat gaan liggen.
Langdurig zuurbranden kan leiden tot peptische oesophagitis Langdurige hernia diaphragmatica kan
leiden tot chronisch occult bloedverlies met als gevolg een ijzergebreksanemie.
Para-oesophageale hernia ligt de cardia onder het diafragma, maar een deel van de maag ligt
erboven.
Divertikel
Uitstulping van één of meer lagen van de wand van de slokdarm. In ene grote divertikel kan zich
zoveel voedsel verzamelen dat het bovenste deel van de slokdarm wordt dichtgedrukt en de
voedselpassage wordt belemmerd. Klachten zijn aspiratie gepaard met prikkelhoest en bronchitis en
een vieze geur in de mond door rottende voedselresten in het divertikel. Grote divertikels moeten
operatief worden behandeld. Een laserbehandeling kan een alternatief zijn door de KNO-arts.
, Oesophagus spasmen
Kunnen aanleiding geven tot pijn achter het borstbeen. Kan komen door snel eten, koud eten,
emoties, enz. door manometrie en röntgen kan het aangetoond worden.
Achalasie
Gestoorde peristaltiek en het onvermogen van de onderste slokdarm sfincter om voedsel en vloeistof
naar de maag te laten passeren. Er ontstaat een extreme verwijding van de slokdarm boven een
nauw distaal segment. Oorzaak is onbekend, patiënten zijn vaak jong. Ontsteking van slokdarm en
aspiratie kan optreden. Diagnose wordt gesteld door röntgen en manometrie. Ziekte kan niet
genezen. Behandeling bestaat uit oprekken van het nauwe segment door pneumo-dilatie. Hierbij
wordt een ballon geplaatst. Gedurende korte tijd wordt druk aan gebracht, dit rekt het nauwe
segment op. Chirurgische behandeling is zelden nodig.
Aandoeningen van de maag
Maagbloedingen
Ulcus pepticum kan leiden tot chronisch bloedverlies. Dit leidt tot ijzergebrek anemie en occult bloed
in ontlasting. Bloedverlies bij een ulcus kan ook komen door bijv. een coloncarcinoom.
Klinische symptomen
Een acute bloeding leidt tot shockverschijnselen en tot symptomen van de bloeding zelf. Klachten zijn
duizeligheid en collaberen. Patiënten hebben een snelle weke pols en een lage bloeddruk. Klachten
nemen toe bij gaan zitten of staan. Symptomen van de bloeding zelf zijn melaena en heamatemesis.
Bij ernstige hypotensie (lage bloeddruk) is de patiënt klam, bleek, onrustig en de acra (neuspunt,
handen en voeten) zijn koud.
Behandeling
Herstel van het circulerend volume door intraveneuze toediening van vocht NaCl. Maagsonde wordt
alleen gegeven bij grote bloeding. Bloeding hoog in de tractus digestivus kan alleen worden
aangetoond door gastroscopie. Acute endoscopie wordt kort na opname verricht. Eerst moeten
shock, anemie en gestoorde bloedstolling worden behandeld. Complicatie van endoscopie zijn
aspiratie en luxeren van recidiefbloeding door een stolsel weg te spoelen van een ulcus of door
braakneigingen bij oesophagusvarices.
Andere oorzaken van bloedingen dan ulcera in maag of duodenum die met behulp van endoscopie
kunnen worden gediagnostiseerd zijn: oesophagus-varices, refluxoesophagitis, erosieve gastritis,
maagcarcinoom. Een operatie voorkomen is gewenst. Patiënt met bloeding hoog in de tractus
digestivus dient niet zonder diagnostische endoscopie te worden geopereerd.
De gemiddelde sterftekans is ong. 10%. Ongunstig zijn: leeftijd >60, ernstige bloeding, haematemesis,
hypotensie, grote transfusiebehoefte, varices-bloedingen, recidiefbloedingen en ernstige bijkomende
ziekten.
Vaak verdwijnt de pijn bij bloeding door ulcus, doordat bloed het maagzuur neutraliseert. Bij ong.
20% van ulcus patiënten is bloeding het eerste symptoom. Bij 40% van patiënten met ulcus duodeni
en 25% van patiënten met ulcus ventriculi ontstaat recidiefbloeding. Als een bloeding niet snel stopt
of na korte tijd recidiveert is chirurgische therapie nodig.
Oesophagus-varices
= Slokdarmspataders zijn gezwollen spataderen in de wand van de slokdarm (oesofagus). Ze kunnen
gemakkelijk barsten en gaan bloede
Bij behandeling van bloedingen hoog in de tractus digestivus (maagdarmstelsel)nemen bloedingen
uit oesophagus-varices een speciale plaats in. Zijn bloedingen met de hoogste mortaliteit en hoogste
kans op recidiefbloedingen. Prognose hangt af van de resterende leverfunctie.