Taak 3 – blok 1
Probleemstelling: Wat is hechting/opvoeding? En wat is het belang van hechting/opvoeding
tussen ouder en kind?
Brainstormen:
Aangeboren of aangeleerd door opvoeding?
In welke omgeving groei je op?
Familiebanden
Hechting en opvoeding zijn beide nog beïnvloedbaar
Leeftijd
Gebeurtenissen
Situatieveranderingen
Hoeveel tijd breng je met je ouders door?
Huidcontact, vooral in vroegere fases
Instinct
Emotionele toestand
Sociale vaardigheden
Emotionele band
Hoe beinvloedt hechting het gedrag?
Autoriteit
Probleemgezinnen (verslavingen)
Gezinssituatie
Hechting vader/moeder
Rolmodel
Leerdoelen.
1. Wat is de definitie van hechting?
2. Wat is de definitie van opvoeding?
3. Wat zijn de effecten van hechting op je gedrag en gezondheid, en wat zijn de effecten
als er geen hechting is?
4. Wat is hechting volgens Bowlby?
5. Wat is hechting volgens Ainsworth? Wat zijn de verschillende vormen?
6. Wat is hechting volgens Harlow?
7. Heeft opvoeding effect op het eetgedrag van kinderen?
8. Wat is de relatie tussen hechting en opvoeding?
9. Wat zijn de effecten van opvoeding op je gedrag en gezondheid?
10. Wat houdt de classificatie van Baumrind in?
1. Wat is de definitie van hechting?
Hechting gaat over de duurzame en intensieve band tussen een kind en diens verzorger(s), in
de meeste gevallen de ouders. Doordat een kind van jongs af aan veel met zijn/haar
verzorger in contact is, ontstaat er een emotionele, sociale (affectieve) band. Deze band is
duurzaam en continu, ongeacht hoe het tot stand gekomen is. Met affectief wordt bedoeld
dat gevoel erbij betrokken is. Gehechtheid is duidelijk te zien wanneer een kind bang is of
, zich niet lekker voelt (moe, ziek etc.). Kinderen zoeken namelijk troost bij degene aan wie ze
gehecht zijn. Deze persoon/personen kunnen het kind vaak het best kalmeren. Het kind voelt
zich namelijk veilig en zal minder snel angstig zijn in het bijzijn van zijn verzorgers. Honger is
hier ook een voorbeeld van. Er is een verschil tussen hechting en afhankelijkheid: kinderen
kunnen op de crèche afhankelijk zijn van de begeleiders, maar hebben toch alleen hechting
met hun verzorgers. Het proces van hechting is ook duidelijk terug te zien bij dieren in het
wild. Wanneer er gevaar dreigt vluchten de kleintjes naar hun vader of moeder. Hierdoor is
de overlevingskans voor de kleintjes veel groter bij dreiging van buitenaf. Hechting is dus een
natuurlijke aangeboren vorm van gedrag. Opvoeding heeft zeker invloed op de hechting,
maar dus niet geheel. De eerste hechtingsrelatie (1 e levensjaar) is het prototype van alle
relaties die een persoon in het verdere leven zal hebben. Hechting is het meest cruciaal in de
eerste 3 jaren.
2. Wat is de definitie van opvoeding?
Opvoeden is een persoonlijk proces waarbij de ouders/verzorgers hun kinderen begeleiden
en leren volwassen te worden door middel van hun kinderen culturele normen en waarden
mee te geven, en de kinderen te verzekeren van een veilige en gezonde leefomgeving. Deze
aspecten verschillen per gezin: verschillende regels, meer/minder regels, strenge/minder
strenge regels, woonsituatie, gezinssituatie, leefstijl etc. Een goede opvoeding vraagt van de
ouders om verzorging en bescherming van de kinderen, maar ook handhaving van de
gestelde regels. De drie aspecten van opvoeding zijn cognitief, affectief en gedragsmatig. In
Nederland is opvoeding te verdelen in drie verschillende aspecten, gedragsmatig:
- Ondersteuning: ouders laten genegenheid (warm gevoel/liefde) aan hun kinderen
zien en weten wat de behoeftes van hun kinderen zijn. Bij goede ondersteuning
spelen de ouders op deze behoeften van het kind in bijv. troosten bij verdriet.
- Controle: ouders zorgen ervoor dat er regels zijn en dat deze regels ook worden
nageleefd binnen het gezin. Belangrijk bij het begrip controle is het straffen en
belonen. Hier zijn verschillende manieren voor, die door ieder gezin anders worden
gekozen en gebruikt (afzonderen, complimenteren etc.). Om het gedrag van kinderen
te reguleren is het belangrijk dat kinderen weten wat de regels inhouden. Wanneer
het straffen plaatsvindt, moet ook uitgelegd worden waarom dit plaatsvindt.
Daarnaast moeten kinderen ook steeds een stukje zelfstandiger worden, waar
zelfbepaalde beslissingen mogen maken bij hoort.
- Structuur: opgroeien met structuur en regelmaat is belangrijk voor de ontwikkeling
van een kind. Kinderen moeten weten waar ze aan toe zijn. Voor kinderen is het goed
om vaste tijdstippen voor bepaalde (verplichte) activiteiten te hebben en een
dagelijkse routine in te brengen. Ook het consequent zijn van de ouder speelt een
belangrijke rol in een goede opvoeding bijv. straf uitdelen die er voor is
aangekondigd in plaats van het niet uitvoeren van de regels.
Opvoeden is vooral de taak van de ouders/verzorgers, maar kinderen worden ook door
hun sociale omgeving opgevoed. Ook op school en bij verschillende verenigingen zijn
ondersteuning, controle en structuur terug te vinden. Mensen in zowel de directe sociale
omgeving als in de indirecte sociale omgeving kunnen een oogje in het zeil houden
wanneer de kinderen van hun naasten in de buurt zijn en ze zo nodig aanspreken bij
verkeerd gedrag (controle). Ouders moeten kennis, waarden en normen bijdragen.
Probleemstelling: Wat is hechting/opvoeding? En wat is het belang van hechting/opvoeding
tussen ouder en kind?
Brainstormen:
Aangeboren of aangeleerd door opvoeding?
In welke omgeving groei je op?
Familiebanden
Hechting en opvoeding zijn beide nog beïnvloedbaar
Leeftijd
Gebeurtenissen
Situatieveranderingen
Hoeveel tijd breng je met je ouders door?
Huidcontact, vooral in vroegere fases
Instinct
Emotionele toestand
Sociale vaardigheden
Emotionele band
Hoe beinvloedt hechting het gedrag?
Autoriteit
Probleemgezinnen (verslavingen)
Gezinssituatie
Hechting vader/moeder
Rolmodel
Leerdoelen.
1. Wat is de definitie van hechting?
2. Wat is de definitie van opvoeding?
3. Wat zijn de effecten van hechting op je gedrag en gezondheid, en wat zijn de effecten
als er geen hechting is?
4. Wat is hechting volgens Bowlby?
5. Wat is hechting volgens Ainsworth? Wat zijn de verschillende vormen?
6. Wat is hechting volgens Harlow?
7. Heeft opvoeding effect op het eetgedrag van kinderen?
8. Wat is de relatie tussen hechting en opvoeding?
9. Wat zijn de effecten van opvoeding op je gedrag en gezondheid?
10. Wat houdt de classificatie van Baumrind in?
1. Wat is de definitie van hechting?
Hechting gaat over de duurzame en intensieve band tussen een kind en diens verzorger(s), in
de meeste gevallen de ouders. Doordat een kind van jongs af aan veel met zijn/haar
verzorger in contact is, ontstaat er een emotionele, sociale (affectieve) band. Deze band is
duurzaam en continu, ongeacht hoe het tot stand gekomen is. Met affectief wordt bedoeld
dat gevoel erbij betrokken is. Gehechtheid is duidelijk te zien wanneer een kind bang is of
, zich niet lekker voelt (moe, ziek etc.). Kinderen zoeken namelijk troost bij degene aan wie ze
gehecht zijn. Deze persoon/personen kunnen het kind vaak het best kalmeren. Het kind voelt
zich namelijk veilig en zal minder snel angstig zijn in het bijzijn van zijn verzorgers. Honger is
hier ook een voorbeeld van. Er is een verschil tussen hechting en afhankelijkheid: kinderen
kunnen op de crèche afhankelijk zijn van de begeleiders, maar hebben toch alleen hechting
met hun verzorgers. Het proces van hechting is ook duidelijk terug te zien bij dieren in het
wild. Wanneer er gevaar dreigt vluchten de kleintjes naar hun vader of moeder. Hierdoor is
de overlevingskans voor de kleintjes veel groter bij dreiging van buitenaf. Hechting is dus een
natuurlijke aangeboren vorm van gedrag. Opvoeding heeft zeker invloed op de hechting,
maar dus niet geheel. De eerste hechtingsrelatie (1 e levensjaar) is het prototype van alle
relaties die een persoon in het verdere leven zal hebben. Hechting is het meest cruciaal in de
eerste 3 jaren.
2. Wat is de definitie van opvoeding?
Opvoeden is een persoonlijk proces waarbij de ouders/verzorgers hun kinderen begeleiden
en leren volwassen te worden door middel van hun kinderen culturele normen en waarden
mee te geven, en de kinderen te verzekeren van een veilige en gezonde leefomgeving. Deze
aspecten verschillen per gezin: verschillende regels, meer/minder regels, strenge/minder
strenge regels, woonsituatie, gezinssituatie, leefstijl etc. Een goede opvoeding vraagt van de
ouders om verzorging en bescherming van de kinderen, maar ook handhaving van de
gestelde regels. De drie aspecten van opvoeding zijn cognitief, affectief en gedragsmatig. In
Nederland is opvoeding te verdelen in drie verschillende aspecten, gedragsmatig:
- Ondersteuning: ouders laten genegenheid (warm gevoel/liefde) aan hun kinderen
zien en weten wat de behoeftes van hun kinderen zijn. Bij goede ondersteuning
spelen de ouders op deze behoeften van het kind in bijv. troosten bij verdriet.
- Controle: ouders zorgen ervoor dat er regels zijn en dat deze regels ook worden
nageleefd binnen het gezin. Belangrijk bij het begrip controle is het straffen en
belonen. Hier zijn verschillende manieren voor, die door ieder gezin anders worden
gekozen en gebruikt (afzonderen, complimenteren etc.). Om het gedrag van kinderen
te reguleren is het belangrijk dat kinderen weten wat de regels inhouden. Wanneer
het straffen plaatsvindt, moet ook uitgelegd worden waarom dit plaatsvindt.
Daarnaast moeten kinderen ook steeds een stukje zelfstandiger worden, waar
zelfbepaalde beslissingen mogen maken bij hoort.
- Structuur: opgroeien met structuur en regelmaat is belangrijk voor de ontwikkeling
van een kind. Kinderen moeten weten waar ze aan toe zijn. Voor kinderen is het goed
om vaste tijdstippen voor bepaalde (verplichte) activiteiten te hebben en een
dagelijkse routine in te brengen. Ook het consequent zijn van de ouder speelt een
belangrijke rol in een goede opvoeding bijv. straf uitdelen die er voor is
aangekondigd in plaats van het niet uitvoeren van de regels.
Opvoeden is vooral de taak van de ouders/verzorgers, maar kinderen worden ook door
hun sociale omgeving opgevoed. Ook op school en bij verschillende verenigingen zijn
ondersteuning, controle en structuur terug te vinden. Mensen in zowel de directe sociale
omgeving als in de indirecte sociale omgeving kunnen een oogje in het zeil houden
wanneer de kinderen van hun naasten in de buurt zijn en ze zo nodig aanspreken bij
verkeerd gedrag (controle). Ouders moeten kennis, waarden en normen bijdragen.