Hoorcolleges: Onderste lidmaat en lumbo-plevische regio
1. Liespijn
2. De evaluatie en aanpak van een patiënt met complexe enkelklachten
3. Inleiding en klinisch redeneren
4. Klinisch redeneren
5. Kraakbeenlijden
6. Management van meniscusletsels
7. mHealth en telerevalidatie voor MSK-aandoeningen
8. Prioriteiten in de aanpak van lage rugklachten
9. Eerste lijnszorg
10. Patiënt empowerment
11. HIT in MSK pain
1
, 1. Liespijn (Lars Poppe)
1.1. Inleiding
1. Rectus abdominus
2. Obliquus externus
3. Lig inguinale
4. Iliopsoas
5. Os pubis
6. Pectineus
7. Adductor longus
(Pietje ligt graag op Margrietje) → ezelsbruggetje van de adductoren
De lies is een complexe regio. Er zijn vaak verschillende namen in de regio, en dus veel
verschillende terminologie. Hierdoor is het moeilijk om studies te gaan vergelijken met elkaar.
1.2. Incidentie
De studie van Kerberl et al. (2018) is een studie bij school atleten. Hierbij zag men dat er een
hoge incidentie was bij:
- Mannelijke voetballers
- Mannelijke ijshockeyers
- Vrouwelijke ijshockeyers
- Mannelijke footballers
- Mannelijke basketters
2
,Bij de incidentie van voetballers zien we dat er 1 blessure per 1000 uur bij profs voorvallen.
Daarnaast zien we dat deze klachten vaker voorkomen in een match dan op een training. De
prevalentie van liespijn is 23%, deze personen ontwikkelen niet perse een blessure maar wel
last van de lies. We zien een 6-7 liesblessures per club per seizoen.
1.3. Eigenschappen
Meest voorkomende eigenschappen van liespijn:
- Meestal dominante zijde (59%), niet dominantie zijde komt 36% voor, bilateraal komt
het maar 6% voor
- Meer mannen zullen klachten vertonen
- Vaker in match, dan op training (intensiteit hoger, factor stress en spanning gaan
meer een rol spelen)
- Meestal graduele onset, gradueel dat het gaat ontstaan. Het kan wel acuut en plots
ontstaan, maar zal minder vaak voorkomen.
- Hoge recurrence rate!! Hier kunnen we als kine invloed op hebben
- Meer aan het begin van het seizoen dan op het einde van het seizoen
1.4. Verloop
We zien dat liesklachten een gunstig beloop hebben. Meestal zijn de klachten van korte
duur, en zullen deze binnen de 1-7 dagen verdwijnen. Echter zien we wel dat zo een 70%
terug last krijgt van de lies (hoge recurentie graad)
Het verloop per sport zien we dat meer dan 50% vanzelf geneest wanneer ze liespijn
hebben. De meeste sporten die liespijn hebben zullen binnen de 24 uur oplossen.
3
, 1.5. Ontstaan
We zien dat de klacht bij geen contactsporten voorkomt. Meestal zal het plaats vinden bij
sprint of trap letsels die gradueel ontstaan.
1.6. Terminologie
4
1. Liespijn
2. De evaluatie en aanpak van een patiënt met complexe enkelklachten
3. Inleiding en klinisch redeneren
4. Klinisch redeneren
5. Kraakbeenlijden
6. Management van meniscusletsels
7. mHealth en telerevalidatie voor MSK-aandoeningen
8. Prioriteiten in de aanpak van lage rugklachten
9. Eerste lijnszorg
10. Patiënt empowerment
11. HIT in MSK pain
1
, 1. Liespijn (Lars Poppe)
1.1. Inleiding
1. Rectus abdominus
2. Obliquus externus
3. Lig inguinale
4. Iliopsoas
5. Os pubis
6. Pectineus
7. Adductor longus
(Pietje ligt graag op Margrietje) → ezelsbruggetje van de adductoren
De lies is een complexe regio. Er zijn vaak verschillende namen in de regio, en dus veel
verschillende terminologie. Hierdoor is het moeilijk om studies te gaan vergelijken met elkaar.
1.2. Incidentie
De studie van Kerberl et al. (2018) is een studie bij school atleten. Hierbij zag men dat er een
hoge incidentie was bij:
- Mannelijke voetballers
- Mannelijke ijshockeyers
- Vrouwelijke ijshockeyers
- Mannelijke footballers
- Mannelijke basketters
2
,Bij de incidentie van voetballers zien we dat er 1 blessure per 1000 uur bij profs voorvallen.
Daarnaast zien we dat deze klachten vaker voorkomen in een match dan op een training. De
prevalentie van liespijn is 23%, deze personen ontwikkelen niet perse een blessure maar wel
last van de lies. We zien een 6-7 liesblessures per club per seizoen.
1.3. Eigenschappen
Meest voorkomende eigenschappen van liespijn:
- Meestal dominante zijde (59%), niet dominantie zijde komt 36% voor, bilateraal komt
het maar 6% voor
- Meer mannen zullen klachten vertonen
- Vaker in match, dan op training (intensiteit hoger, factor stress en spanning gaan
meer een rol spelen)
- Meestal graduele onset, gradueel dat het gaat ontstaan. Het kan wel acuut en plots
ontstaan, maar zal minder vaak voorkomen.
- Hoge recurrence rate!! Hier kunnen we als kine invloed op hebben
- Meer aan het begin van het seizoen dan op het einde van het seizoen
1.4. Verloop
We zien dat liesklachten een gunstig beloop hebben. Meestal zijn de klachten van korte
duur, en zullen deze binnen de 1-7 dagen verdwijnen. Echter zien we wel dat zo een 70%
terug last krijgt van de lies (hoge recurentie graad)
Het verloop per sport zien we dat meer dan 50% vanzelf geneest wanneer ze liespijn
hebben. De meeste sporten die liespijn hebben zullen binnen de 24 uur oplossen.
3
, 1.5. Ontstaan
We zien dat de klacht bij geen contactsporten voorkomt. Meestal zal het plaats vinden bij
sprint of trap letsels die gradueel ontstaan.
1.6. Terminologie
4