Willem De Hertogh
LES 1: Concepten klinisch redeneren en screening
1 Voorbeeldexamen
Casus: P komt in behandeling voor nekklachten die uitstralen naar de linkerarm. Uitstraling is
vrij hevig en gaat gepaard met tintelingen. De klachten zijn 4 weken aanwezig. Huisarts heeft
hem NSAID gegeven, met gunstig effect. Er is buiten de nekklachten ook hevige pijn aan het
linkerschouderblad, in de buurt van de margo medialis en de angulus superior.
Hoe zou je de pijn in het schouderblad kunnen verklaren?
- Neurogeen - welke zenuw of welke wortel?
- Gerefereerde pijn - van waar komt deze pijn?
Casus: Dame van 54 jaar komt in behandeling voor nekklachten. Deze ontstaan zijn na een
achteraanrijding. Na de aanrijding veel last. SIndsdien al verschillende therapieën gevolgd,
maar met weinig resultaat. Ze probeert haar werk als bediende terug op te pakken, maar dat
lukt niet goed door concentratieproblemen. Ze is ook erg moe, ze slaapt ook slecht. Op de
neck disability index behaalt ze een score van 37/50.
Hoe schat je de prognose in? En beargumenteer.
,2 Inleiding
Vaak voorkomend zijn prevalentie en incidentiecijfers.
→ Als je een klacht hebt dan moet je kunnen inschatten of die persoon die klacht wel degelijk
heeft. Denk aan leeftijd, geslacht,...
Info over grafiek:
- In alle werelddelen hebben nekklachten een gelijk verloop
- De klachten komen het meest voor tussen de 40-60 jaar. En kent een stijgend verloop
vanaf de 30 jaar ongeveer.
- Dus heb je een kind (vb. 8 jaar) met spontane nekpijn. Dan moet je weten dat dit iets
uitzonderlijk is. En moet je weten dat dit een abnormaal beloop is waardoor dit heel
snel moet verbeteren, anders moeten we aan iets ernstiger denken en moeten we deze
P doorsturen.
Wat zijn nekklachten?
• Heterogeen
• Spectrum symptomen, zoals:
- Pijn
- Zwakte
- Vermoeidheid
- Ervaren beperking
- Duizeligheid
- Concentratieproblemen
- Hoofdpijn
,3 Klinisch redeneren
Steeds ervanuit gaan dat het redeneren een cyclische beloop is. Het is niet omdat je een
hypothese hebt dat deze ook klopt, wanneer deze niet klopt moet je herbeginnen en verder
zoeken naar argumenten en hypotheses.
Er zijn verschillende concepten m.b.t. klinisch redeneren en in de praktijk worden vaak
combinaties gebruikt.
Er zijn 5 key elements:
1. Klinisch onderzoek
2. Evaluatie van de bevindingen
3. Diagnose
4. Prognose
5. Behandelplan
Dit wordt vervolgens gevolgd door een interventie/behandeling
3.1 ICF
, 3.2 Planetenmodel
In tegenstelling tot het ICF zal dit model geen onderscheid maken tussen het myofasciale,
articulaire en neuronen bewegingsdysfuncties. Deze 3 beïnvloeden elkaar en hangen samen.
3.3 Prognostische gezondheidsprofiel
Prognostisch kaderen van de verschillende elementen dat uit het ICF komen.
De kans op gunstig herstel is het grootst bij een “wait and see” beleid. Doorverwijzing naar
een specialist of fysiotherapeut gaf meer aanleiding tot absenteïsme.
Uit de literatuur zijn bijkomende prognostische indicatoren geïdentificeerd:
• Ernst en duur van de symptomen
• Gebrek aan controlemogelijkheden over het werk
• Stress
• Blootstelling aan mechanische risicofactoren zoals duur, kracht en herhaling van
activiteiten met de arm
• Catastroferen