Written by students who passed Immediately available after payment Read online or as PDF Wrong document? Swap it for free 4.6 TrustPilot
logo-home
Document preview thumbnail
Preview 4 out of 65 pages
Summary

Samenvatting Psychofarmacologie

Document preview thumbnail
Preview 4 out of 65 pages

Dit is een volledige samenvatting voor het vak psychofarmacologie voor de opleiding psychologie aan de VU, derde jaar.

Content preview

1


Samenvatting Psychofarmacologie Periode 3
Concepten
Farmacologie: kennis van drugs of medicijnen; medicijnen ontwikkelen
Farmacon: medicijn/farmaceutisch product
Drug (Engels): farmacologisch actieve stof (medicijn) of psychoactieve misbruikstof
Drug (Nederlands): psychoactieve misbruikstof

Classificatie
Op basis van:
- Werkingsmechanisme (ideale classificatie, maar er is vaak te weinig over bekend om deze indeling te gebruiken)
- Chemische structuur (dezelfde structuur kan best een verschillende werking hebben)
- Gebaseerd op hun gedragseffecten (meest hanteerbare classificatie!)

Classificatie
- Benzodiazepine en zijn antidote (‘antigif’)
= librium (chlordiazepoxide) en anexate (flumazenil)
- Bij een overdosis aan libirum, geef je een dosis anexate

Onderdrukkers van het centrale zenuwstelsel
- Barbituraten: slaap- en kalmeermiddelen
- Ethylalcohol: alcohol → hoe méér je drinkt, hoe meer dit een onderdrukker is (bij één glaasje kan het best stimuleren)
- Anesthetica: narcose
- Angstremmers: benzodiazepines, non-benzodiazepines (worden zo genoemd omdat het een nieuwe stroom aan
benzodiazepines is, maar met minder bijwerkingen; bijv. zolpidem, buspirone)

Anti-epileptica
- Benzodiazepines - Clonazepam - Clorazepate

Stimulanten
- Cocaïne- Methylfenidaat (Ritalin) - Amfetamine - Cafeïne - Nicotine

Antidepressiva
- Tricyclisch (imipramine) - Serotonine-specifieke heropname remmers (SSRI’s: zoals fluoxetine
[Prozac] en paroxetine [Seroxat]) - Monoamine oxidase remmers (MAO-remmers)

Humeurstabilisatoren
- Lithium → voornamelijk gebruikt bij manisch-depressieven, waarbij het vooral goed werkt in de manische fase

Narcotische analgetica (pijnbestrijdende slaapopwekkers)
→ Ze worden níét als slaapmiddel gebruikt, omdat ze zwaar verslavend zijn!
- Opioïde - Morfine- Codeïne (zit bijvoorbeeld in hoestsiroop en dit werkt een beetje als morfine)
- Heroïne

Antipsychotica
- Chlorpromazine - Risperidon - Haloperidol

Psychedelica en hallucinogenen
- LSD - Marihuana - Hasj - Mescaline (komt uit een cactus)

Toediening
- Oraal - Rectaal (ook wel suppositorium genoemd) - Injectie (intraveneus; in je aders,
intramusculair; in je spieren, subcutaneus; onder de huid) - Inhalatie (longen)
- Slijmvliezen van de mond
→ Via de mond inname = ‘veilig’ omdat het niet direct in je bloed terecht komt en je het dus nog uit je lichaam kunt krijgen
(maag legen) als je een slechte reactie krijgt

Drugs
- Komen in je bloedbaan terecht en binden zich hier aan albumine (een eiwit)
- Kan extracellulair: zitten in de vloeistof rondom de cellen van je lichaamsweefsel, of intracellulair (intrastitiaal)
→ Opname hangt sterk af van hun vetoplosbaarheid: hoe beter vet oplosbaar, hoe sneller het in je hersenen terecht komt!
Alcohol is niet zo vet oplosbaar, maar gaat tóch heel snel naar de hersenen omdat het makkelijk door de poriën kan.

Farmacokinetiek
= Wat doet het lichaam met het middel?
- Absorptie in het bloed - Distributie in het lichaam - Interactie met de receptor
- Eliminatie uit het lichaam
→ Dit verandert met de tijd en de hoeveelheid/concentratie van de drugs en het metabolisme ervan

, 2


Distributie
- Drugs is binnen één minuut het hele lichaam rondgepompt
- Uitwisseling van drugs met de lichaamscellen gaat via de capillairen
- Elke lichaamscel die op een afstand van 10-30 micrometer van een capillair ligt

Farmacodynamica
= Wat doet een middel met het lichaam/op de receptor?
- Interactie tussen drug en receptor; de werking van de drug

Tijd-concentratie relatie
- Time0: drugsconcentratie in het plasma piekt direct en daalt daarna sterk
- Sterke daling: de distributie van de drug uit de bloedvaten in lichaamsweefsels (cellen,
vet, spieren)

Drug halfwaarde
- Distributie halfwaarde: de tijd die nodig is voor de redistributie, om het piekniveau van
de drug met 50% te verminderen (alfa fase)
- Eliminatie halfwaarde: de tijd die nodig is voor het lichaam om de drug te elimineren
via metabolisme (lever) en 50% van deze metabolen uit te scheiden via de nieren (beta
fase)
- Er zijn 6 halfwaardes nodig voor een eliminatie van 98% (want: je elimineert de hele tijd
de helft van de drug, dus 100/2 = 50, 50/2= 25, 25/2 = 12.5, etc.)
→ Die eliminatie halfwaarde is eigenlijk de belangrijkste eigenschap van een drug: je wilt
namelijk niet dat een middel nog dagenlang in je systeem zit!

Hoofdstuk 1 Chemische neurotransmissie
Anatomische vs. chemische basis van neurotransmissie
Anatomische basis
= Neuronen en hun verbindingen (synapsen); ook wel anatomically addressed nervous system genoemd, wat een complexe
wirwar aan ‘kabels’ is die elektrische boodschappen verzenden/ontvangen
- Synapsen kunnen op meerdere plekken van een neuron zitten (niet alleen dendrieten en axodendritisch) maar bijvoorbeeld
ook axosomatisch en axoaxonisch (zie figuur 1.2, blz. 3) → dit heten ‘asymmetrische’ synapsen, aangezien communicatie
eigenlijk éénrichtingsverkeer dient te zijn (van de axon van de ene neuron naar de dendriet/soma/axon van de andere neuron)
→ Dit betekent dat presynaptische elementen anders zijn dan postsynaptische elementen, e.g. neurotransmitters verpakt in
een presynaptische zenuw worden afgevuurd naar de postsynaptische receptoren
Zie figuur 1.3, blz. 4

Synapsen
Zie figuur 1.4, blz. 5
- De eindknopjes van axonen vormen synapsen met het postsynaptisch neuron
- Mitochondriën leveren de energie voor deze overdracht
- De neurotransmitter zit in kleine blaasjes opgeslagen
- Er zitten receptoren aan beide kanten van de synapsspleet

Neuron
- Subcellulaire organellen en interne vervoerswegen
- Eiwitmachine (ribosomen): maken bijvoorbeeld de receptoren. Die ribosomen lezen het RNA af en maken zo de eiwitten.
- Vorm, lengte en grootte bepalen de functie van de neuron, evenals lokalisatie in het brein
- Malfunctie in een neuron betekent een gedragssymptoom, en dit kan worden veroorzaakt door drugs/medicatie

Algemene structuur van een neuron
- Neuronen zijn eigenlijk allemaal uniek in hun structuur, afhankelijk van hun lokalisatie en functie
- Ze hebben allemaal een soma (cellichaam) en ontvangen informatie via hun dendrieten (die soms dendritische spines
kunnen hebben) en verzenden informatie via hun axon die presynaptische eindknopjes ofwel óp de axon (‘en passant’) ofwel
aan het eind van de axon heeft (zie figuur 1.1 en 1.2, blz. 2-3).

Een aantal unieke neuronen
- Pyramidale cellen: excitatoir, hele belangrijke cellen die o.a. in je prefrontale cortex, hippocampus en entorhinale cortex
zitten
= Het cellichaam van deze cellen is een driehoekige pyramide
= Apicale dendriet (betekent: van boven)
= Hebben één axon
- Basket cellen: inhibitoire interneuronen in de cortex, dendrieten vormen een soort mandje
- Dubbele bouquet cellen: inhibitoire interneuroren in de cortex, dendrieten vormen twee boeketjes (boven en onder)
[Interneuronen: liggen binnen het ruggenmerg, vormen de schakel tussen sensorische en motorische neuron]
- Kroonluchter cellen: inhibitoire interneuronen in de cortex of inhibitoire pyramidale neuronen, hebben axoaxonische
synapsen, zien eruit als een ouderwetse kroonluchter

, 3


- Spiny cellen: inhibitoir, krijgen input van de cortex, thalamus en substantia nigra; zitten in je striatum en hebben lange
axonen; zien er een beetje doornig uit → belangrijke cellen bij Parkinson!
- Purkinje cellen: inhibitoir, hebben van boven (apicale) takken als een boom (dat zijn de dendrieten), hebben één axon en
zitten in je cerebellum → bij drinken van alcohol tast je deze cellen aan (en ga je dus
zwalken!)
Purkinje-shift: gedurende de dag verdwijnt de kleur van bloemen, komt doordat staafjes het over gaan nemen richting de
nacht (die beter blauw en groen kunnen zien) en ga je dingen donkerder zien




Ontvangers (receptie): van andere neuronen, omgeving,
chemicaliën, hormonen, drugs



Integratie: cascades van signalen naar het genoom sturen
Decodering door het genoom → encodering van chemische signalen
voor interne en externe communicatie
Elektrische encodering: integratie van inkomende elektrische
signalen
Signaal propagatie: elektrische signalen door het membraan sturen


Output: chemisch → signaal output naar volgende neuron




Proteïnesynthese (eiwitaanmaak)
Vrije polysomen (niet gebonden aan het membraan): oplosbare proteïne (in het cytoplasma) → dendrieten/axonen = perifere
proteïne
Ruw endoplasmatisch reticulum (gebonden aan membraan) → uitscheidende proteïne/peptide → verpakt in blaasjes →
Golgiapparaat → uitscheiding van de blaasjes → insertie in membraan

Peptiden: zijn soort eiwitten (serotonine en dopamine zijn dat bijvoorbeeld niet)
- Kunnen alleen in cel gemaakt worden
- Wordt afgebroken in synapsspleet door catabolisch peptidase en dit kan níét heropgenomen worden

De cel

1. Nucleolus: celdeling
2. Nucleus
3. Ribosoom
4. Blaasje
5. Ruw endoplasmatisch reticulum
6. Golgiapparaat: maakt eiwitjes van ribosomen af.
7. Cytoskeleton: geeft stevigheid.
8. Glad endoplasmatisch reticulum
9. Mitochondriën: energievoorziening.
10. Vacuole: vaatjes, vervoeren stoffen
11. Cytoplasma
12. Lysosomen: afbraak van afvalstoffen
13. Centriolen: celdeling




Chemische basis
= Hoe chemische signalen worden ge(de)codeerd, getransduceerd en verzonden; ook wel chemical addressed nervous system
genoemd

, 4


Principes van chemische neurotransmissie
Neurotransmitters
De zes belangrijkste:
Aminen:
1. Serotonine (5-HT)
2. Norepinefrine (noradrenaline; NE)
3. Dopamine (DA)
4. Acetylcholine (ACh)
Aminozuren:
5. Glutamaat
6. GABA (gamma-aminoboterzuur)

- Sommige neurotransmitters lijken erg op drugs en worden ‘God’s pharmacopeia’ genoemd; het brein maakt bijvoorbeeld
zijn eigen morfine (beta-endorfine) en marihuana (anandamide) [receptor voor benzodiazepine = valium, serotonine
transporter = fluoxetine]
- Drugs imiteren vaak de natuurlijke neurotransmitters en sommige drugs zijn zelfs ontdekt voordat de natuurlijke
neurotransmitter was gevonden; dit benadrukt dat véél drugs die effect hebben op het CZS dit doen via neurotransmissie
- Neuronen zenden en ontvangen informatie via een variëteit aan neurotransmitters en daarom is het belangrijk om bij
psychiatrische stoornissen meerdere medicijnen die verschillende neurotransmitters aanpakken, te gebruiken als het niet lukt
met het aanpakken van één neurotransmitter

Neurotransmissie: klassiek, retrograde en volume
Neuronaal transport
- Langzaam: 2 millimeter per dag
Cytoplasma-proteïnen van axon → dendriet
- Snel: 200 millimeter per dag
Mitochondriën
Blaasjes met neurotransmitters of met peptiden
Receptoren
Enzymen
Ionkanalen
Transportpompen

Anterograde: van soma naar axon
Retrograde: van axon naar soma (100 millimeter per dag); gebruikte
proteïnen, groeifactoren en virussen

Connected book
 image
Stephen M. Stahl, S. M. Stahl Stahl\'s Essential Psychopharmacology
Publisher: april 2013 ISBN: 9781139833462 Edition: Unknown

Document information

Study
Summarized whole book?
No
Which chapters are summarized?
Hoofdstuk 1, 2, 3, 4, 5, 6, 7, 9, 14
Uploaded on
September 26, 2017
Number of pages
65
Written in
2016/2017
Type
Summary
$9.61

Wrong document? Swap it for free Within 14 days of purchase and before downloading, you can choose a different document. You can simply spend the amount again.
Written by students who passed
Immediately available after payment
Read online or as PDF

Seller avatar
Reputation scores are based on the amount of documents a seller has sold for a fee and the reviews they have received for those documents. There are three levels: Bronze, Silver and Gold. The better the reputation, the more your can rely on the quality of the sellers work.
MilaStoop
4.0
(115)
Sold
606
Followers
345
Items
7
Last sold
5 months ago


Why students choose Stuvia

Created by fellow students, verified by reviews

Quality you can trust: written by students who passed their tests and reviewed by others who've used these notes.

Didn't get what you expected? Choose another document

No worries! You can instantly pick a different document that better fits what you're looking for.

Pay as you like, start learning right away

No subscription, no commitments. Pay the way you're used to via credit card and download your PDF document instantly.

Student with book image

“Bought, downloaded, and aced it. It really can be that simple.”

Alisha Student

Working on your references?

Create accurate citations in APA, MLA and Harvard with our free citation generator.

Working on your references?

Frequently asked questions