Hoofdstuk 1 – Het karakter en de plaats van de systeemtheorie
Menselijk gedrag is een complex gegeven, waarvoor geen eenduidige verklaring te geven is.
In de volgende paragrafen worden 3 belangrijke psychologische stromen voorgesteld. De
systeemtheorie wordt in dit kader als 4e stroming opgevat.
Vooraf dienen 3 opmerkingen te worden gemaakt:
1. De keuze van de 3 voorafgaande theoretische stromingen is subjectief.
2. De beknopte typeringen van de betreffende stromingen, die in dit beperkte kader
gegeven zullen worden als contrast met de systeemtheorie, doen onvoldoende recht
aan de rijkdom en reikwijdte van deze stromingen.
3. De systeemtheorie is meer een wijze van denken en benaderen dan een verzameling
van theoretische uitspraken het is een metatheorie.
1.1.1 De psychoanalyse
Sigmund Freud – heeft een theorie en een therapeutische methode ontwikkeld, die later als
psychoanalyse bekend is geworden. De psychoanalyse bestaat uit:
- De psychoanalytische theorie;
Deze theorie behandelt de dynamiek van de psychische processen van de
mens, die voor een belangrijk deel onbewust zijn en bepaald worden door
verdringing en afweermechanismen. Deze afweer heeft te maken met
onaanvaardbare, pijnlijke of angst verwekkende bewustzijnsinhouden, die
meestal verband houden met seksuele en agressieve driften.
- De psychoanalytische therapie;
Deze therapie is de vorm van therapeutisch handelen waarbij uitsluitend
psychische, dat wil zeggen niet medische of medicinale,
beïnvloedingsmiddelen worden aangewend om stoornissen op het spoor te
komen en op te heffen, met als doel om ziekten te genezen.
Freud onderscheidt 3 ontwikkelingsfasen:
1. De orale fase;
2. De anale fase;
3. De fallische of genitale fase.
Als mensen in hun seksualiteitsbeleving te veel worden ingeperkt, kan dat leiden tot
psychische problemen of geestesziekten. -> Dit heeft weer te maken met het
doorlopen van de fasen.
Het persoonlijkheidsmodel:
1. Het Es; hier verblijven de driften, de impulsen en de seksualiteit, die voortdurend de
aandacht van de persoon vragen.
2. Het Ich; Dit heeft een sturende en coördinerende functie.
3. Het Über-Ich; dit is het gedeelte van de persoonlijkheid waarin het individu de
waarden, normen, geboden en verboden van de samenleving heeft verinnerlijkt.
1