Een Inleiding op Theorie en Praktijk
Jan Remmerswaal, 11e herziene druk, 2013
Hoofdstuk 1 Groepsdynamica tussen psychologie en sociologie
1.1 Inleiding
Groepsdynamica is de studie van het gedrag van mensen in kleine groepen. Ieder mens is er sterk
sociaal door bepaald, zowel de groepen van vroeger (gezin) als nu. Invloedslijn loopt van
maatschappij → groep → individu. Ook andersom geldt dit. De groep is de verbindende schakel
tussen individu en maatschappij. Groepsdynamica ontwikkelde zich pas sinds de jaren '30 van de
vorige eeuw.
Psychologie ↔ groepsdynamica ↔ sociologie.
1.2 Enkele weerstanden tegen groepsdynamisch denken
Bestaan groepen eigenlijk wel?: Are groups real? (Allport, 1924). Groepen zijn niets meer dan
reeksen van waarden, ideeën, gedachten enz. Groepsverschijnselen kunnen echter niet in
psychologische termen verklaard worden, dus een valide theorie van groepsprocessen.
Individualistisch denken over leiderschap: zeven eigenschappen van effectief leiderschap (Covey,
1989).
Neiging tot narcisme: antropocentrisme, de neiging de mens centraal te stellen, is een hindernis
voor zicht op groepsprocessen. Wereldbeelden: De relatie tussen natuurwetenschappen en
menswetenschappen is tegelijk antagonistisch en complementair.
Gebrek aan aandacht voor de context: de wisseling in aandacht tussen groep en individu is een
centraal thema in de groepsdynamica. Veranderd ik-gevoel. Sterk meebepaald door de context
waarin we leven.
Spanning tussen individu en groep: spanning tussen autonomie en conformiteit.
Gevaar van kleine groepen: zowel voor collectiviteiten als de staat, kerk en leger, als voor de
maatschappij.
De kar van de visboer: leven in groepen is zo vanzelfsprekend, we zijn het ons niet bewust, bijv. het
gezin, de familie, de stam, de clan, het dorp. Natuurwetenschappen emancipeerden als eersten, later
pas de menswetenschap zoals psychologie en sociologie. Groepsdynamica vormt hier een
brugfunctie.
1.3 De mogelijke brugfunctie van groepsdynamica
De gedachte dat individu en maatschappij twee gescheiden entiteiten zijn die vervolgens weer
verbonden moeten worden, hangt samen met een zeer bepaald mensbeeld. Socioloog Norbert Elias
noemt de mens een gesloten persoonlijkheid (homo clausus). Het individu lijkt iets buiten de
maatschappij, het begrip maatschappij lijkt iets buiten individuen.
Toegenomen individualisering: sinds de Renaissance in Europa. Hofstede onderscheidt
individugerichte en groepsgerichte culturen. Dit is historisch en cultureel bepaald, niet universeel.
Allemaal andersdenkenden:De zes dimensies van Hofstede: 1. Machtsafstand 2.
Individualisme/Collectivisme 3. Masculiniteit/Femininiteit 4. Onzekerheidsvermijding 5. Lange- of
kortetermijngerichtheid 6. Hedonisme/Soberheid.
Brugfunctie:Groepsdynamica biedt meer inzicht in de onderlinge vervlechting van aspecten die als
individueel en als maatschappelijk opgevat worden.
Open mensbeeld: Elias pleit voor een open persoonlijkheid, op anderen afgestemd en een relatieve
autonomie. Deze interdependentie is ook een centraal thema in de theorieën van Lewin, grondlegger
van de groepsdynamica. Voor hem is de groep een 'gestalt 'die berust op wederzijdse betrokkenheid
en interdependenties.
Het affectieve leven van groepen: volgens Pagès is de ervaring van zichzelf en de ervaring van de
ander niet te scheiden. Denklijn voor het eerst geformuleerd door de gestaltpsychologie: van het
geheel uitgaan om meer te begrijpen van de samenstellende delen. Een derde voorbeeld is de
psychoanalytische benadering (hfdst 2).