Geschiedenis samenvatting tijdvak 6: De tijd van de regenten en vorsten.
KA 23: Het streven van vorsten naar absolute macht.
Lodewijk XIV nam op 22-jarige leeftijd de macht over in Frankrijk.
Doelen: -rechtspraak in het gehele land weghalen
-toestemming van gebruik van geweld weghalen bij de adel
Staatsvorming, hij probeerde alle macht naar de staat te trekken.
“L’état, c’est moi”: uitspraak Lodewijk XIV (de staat, dat ben ik)
Absolutisme: manier van regeren waarbij alle macht formeel in handen was van de koning
De 4 pijlers van het absolutisme:
1. God heeft de koning zijn macht gegeven, verzet tegen koning=verzet tegen god
2. Bestuur is in handen van een grote groep ambtenaren in loondienst
3. ‘Goede’ economie. Bestaat uit weinig import en veel binnenlandse handel.
Er was spraken van een zelfstandige, agrarische economie.
4. Eenheid van godsdienst. Lodewijk verbood het protestantisme en streefde naar een
religieuze eenheid.
Deze 4 pijlers moesten zorgen voor eenheid in Frankrijk en het centraal regelen van zaken.
KA24: De bijzondere plaats in staatkundig opzicht en de bloei in economisch en cultureel
opzicht van de Nederlandse Republiek.
Moedernegotie: De handel over de Oostzee
Oost-Europa exporteerde: Graan
Holland exporteerde: Haring
Holland kocht goedkoop graan in van Oost-Europa en verkocht dit met winst door.
Antwerpen (belangrijkste havenstad) werd in 1585 veroverd door Spanjaarden
-Kooplui vertrokken met kapitaal naar vooral Amsterdam
-Andere gewesten blokkeerden de handel met Antwerpen (te veel macht voor Spanje)
Nederlandse Republiek werkte met stadhouders en de Staten-Generaal.
De cultuur in de republiek bloeide op in de 17e eeuw:
-kunstenaars waren geïnspireerd door de renaissance
-rijke burgers hadden behoefte aan mooie dingen
-theologen en filosofen mochten vrij schrijven
-geloofsvrijheid voor het voorkomen van conflicten in de republiek
KA25: Wereldwijde handelscontacten, handelskapitalisme en het begin van een
wereldeconomie.
Amsterdam: -centra van handel in Nederland (tijd na Antwerpen)
-stapelmarkt, goederen uit heel Europa werden opgeslagen in pakhuizen en later verkocht.
KA 23: Het streven van vorsten naar absolute macht.
Lodewijk XIV nam op 22-jarige leeftijd de macht over in Frankrijk.
Doelen: -rechtspraak in het gehele land weghalen
-toestemming van gebruik van geweld weghalen bij de adel
Staatsvorming, hij probeerde alle macht naar de staat te trekken.
“L’état, c’est moi”: uitspraak Lodewijk XIV (de staat, dat ben ik)
Absolutisme: manier van regeren waarbij alle macht formeel in handen was van de koning
De 4 pijlers van het absolutisme:
1. God heeft de koning zijn macht gegeven, verzet tegen koning=verzet tegen god
2. Bestuur is in handen van een grote groep ambtenaren in loondienst
3. ‘Goede’ economie. Bestaat uit weinig import en veel binnenlandse handel.
Er was spraken van een zelfstandige, agrarische economie.
4. Eenheid van godsdienst. Lodewijk verbood het protestantisme en streefde naar een
religieuze eenheid.
Deze 4 pijlers moesten zorgen voor eenheid in Frankrijk en het centraal regelen van zaken.
KA24: De bijzondere plaats in staatkundig opzicht en de bloei in economisch en cultureel
opzicht van de Nederlandse Republiek.
Moedernegotie: De handel over de Oostzee
Oost-Europa exporteerde: Graan
Holland exporteerde: Haring
Holland kocht goedkoop graan in van Oost-Europa en verkocht dit met winst door.
Antwerpen (belangrijkste havenstad) werd in 1585 veroverd door Spanjaarden
-Kooplui vertrokken met kapitaal naar vooral Amsterdam
-Andere gewesten blokkeerden de handel met Antwerpen (te veel macht voor Spanje)
Nederlandse Republiek werkte met stadhouders en de Staten-Generaal.
De cultuur in de republiek bloeide op in de 17e eeuw:
-kunstenaars waren geïnspireerd door de renaissance
-rijke burgers hadden behoefte aan mooie dingen
-theologen en filosofen mochten vrij schrijven
-geloofsvrijheid voor het voorkomen van conflicten in de republiek
KA25: Wereldwijde handelscontacten, handelskapitalisme en het begin van een
wereldeconomie.
Amsterdam: -centra van handel in Nederland (tijd na Antwerpen)
-stapelmarkt, goederen uit heel Europa werden opgeslagen in pakhuizen en later verkocht.