Enkelvoud of meervoud ³ ⁴
Congruentie is de overeenkomst tussen onderwerp en persoonsvorm in persoon en getal. We
spreken van incongruentie als daarvan geen sprake is. Het getal van de persoonsvorm richt zich naar
het getal van het onderwerp.
Jij bereidt je werk voor. (Bij jij hoort een enkelvoudige persoonsvorm bereidt.)
Wij hebben de oplossing gevonden. (Bij wij hoort een meervoudige persoonsvorm hebben.)
We geven hieronder enkele bijzondere gevallen waarbij congruentie een rol speelt.
Bij reeksvormers als 'én …én …', 'zowel ... als', 'of ... of', 'noch ... noch' staat de persoonsvorm in het
meervoud als een van de delen meervoud is. Zijn beide delen enkelvoud dan kan de persoonsvorm in
het enkelvoud of in het meervoud gezet worden. In Nederland is er een voorkeur voor het enkelvoud
en in Vlaanderen voor het meervoud. Beide zijn goed. Bij twee enkelvoudige delen met een
verschillende persoonsvorm (bijvoorbeeld: ik ga - hij gaat) moet de persoonsvorm in het meervoud
gezet worden.
En haar opa én haar vrienden waren op het feest.
Op haar afstudeerfeest was/waren én haar adoptiemoeder én haar biologische moeder.
Of zijn ouders of de buren houden een oogje in het zeil.
Of zijn moeder of de buurman houdt/houden een oogje in het zeil.
Zowel de student als de docent gaat/gaan akkoord.
Zowel de studenten als de docent gaan akkoord.
Zowel ik als Pieter gaan naar het feest. (Ik ga – Pieter gaat, dus: gaan)
Noch Fred noch Marian is/zijn op de hoogte van de vertrektijden.
In een aaneenschakeling met ‘niet alleen, maar ook’ richt de persoonsvorm zich naar het deel dat er
het dichtst bij staat.
Niet alleen de studenten, maar ook de docent kijkt uit naar het introductiekamp.
Niet alleen de docent, maar ook de studenten kijken uit naar het introductiekamp.
Niet alleen ik, maar ook Chantal gaat mee op kamp.
Gebieden, staten, instellingen, bedrijven en organisaties met een meervoudige naam krijgen een
meervoudige persoonsvorm.
Als de meervoudige naam wordt afgekort, mag zowel de enkelvoudige als meervoudige
persoonsvorm gebruikt worden.
Congruentie is de overeenkomst tussen onderwerp en persoonsvorm in persoon en getal. We
spreken van incongruentie als daarvan geen sprake is. Het getal van de persoonsvorm richt zich naar
het getal van het onderwerp.
Jij bereidt je werk voor. (Bij jij hoort een enkelvoudige persoonsvorm bereidt.)
Wij hebben de oplossing gevonden. (Bij wij hoort een meervoudige persoonsvorm hebben.)
We geven hieronder enkele bijzondere gevallen waarbij congruentie een rol speelt.
Bij reeksvormers als 'én …én …', 'zowel ... als', 'of ... of', 'noch ... noch' staat de persoonsvorm in het
meervoud als een van de delen meervoud is. Zijn beide delen enkelvoud dan kan de persoonsvorm in
het enkelvoud of in het meervoud gezet worden. In Nederland is er een voorkeur voor het enkelvoud
en in Vlaanderen voor het meervoud. Beide zijn goed. Bij twee enkelvoudige delen met een
verschillende persoonsvorm (bijvoorbeeld: ik ga - hij gaat) moet de persoonsvorm in het meervoud
gezet worden.
En haar opa én haar vrienden waren op het feest.
Op haar afstudeerfeest was/waren én haar adoptiemoeder én haar biologische moeder.
Of zijn ouders of de buren houden een oogje in het zeil.
Of zijn moeder of de buurman houdt/houden een oogje in het zeil.
Zowel de student als de docent gaat/gaan akkoord.
Zowel de studenten als de docent gaan akkoord.
Zowel ik als Pieter gaan naar het feest. (Ik ga – Pieter gaat, dus: gaan)
Noch Fred noch Marian is/zijn op de hoogte van de vertrektijden.
In een aaneenschakeling met ‘niet alleen, maar ook’ richt de persoonsvorm zich naar het deel dat er
het dichtst bij staat.
Niet alleen de studenten, maar ook de docent kijkt uit naar het introductiekamp.
Niet alleen de docent, maar ook de studenten kijken uit naar het introductiekamp.
Niet alleen ik, maar ook Chantal gaat mee op kamp.
Gebieden, staten, instellingen, bedrijven en organisaties met een meervoudige naam krijgen een
meervoudige persoonsvorm.
Als de meervoudige naam wordt afgekort, mag zowel de enkelvoudige als meervoudige
persoonsvorm gebruikt worden.