Functionele Biologie van Planten, Fungi en Protisten
Lesnotities: Functionele Biologie van Planten, Fungi en Protisten
Structuur en opbouw
a. Taxonomie en fylogentische positie
Structuur en opbouw van kennis:
- Afdeling, klasse, orde, familie
- Welk domein, welk rijk? Waarom? Welke kenmerken rechtvaardigen dit? M.a.w.: wat zijn
de kenmerken van hogere taxonomische niveaus? (Waarom behoort Agaricus tot de
fungi?)
- Wat is kenmerkend voor dit taxonomisch niveau? (Waarom is Agaricus campestris een
basidomycota – basidiomycetes?)
• Eigenschappen die dit taxon goed helpen beschrijven, meestal met een goede schets
(=tekening) van het type-organisme. Een schematische, maar voldoende realistische
tekening met kennis van grootteorde van getoonde organismen moet je kunnen
maken.
- Wat differentieert dit taxon van verwante taxa of zustertaxa? (Waarin verschillen de
basidiomycota van de ascomycota?)
• Wat is in vergelijking eigen aan dit taxon en helpt om het te onderscheiden van zeer
verwante taxa?
b. Algemene structuur
Structuur en opbouw van kennis:
Op basis van een type (met expliciet een naam):
- Algemene structuurkenmerken
- Morfologie en anatomie (bouw, flagellatie,)
- Biochemische gegevens (bv. Celwandsamenstelling, pigmentatie, reservestoffen…)
1