Proefopgaven ontwikkelingspsychologie
Echte toets: 14 open vragen, kennis, inzicht en toepassing. Soms bestaat een vraag uit meerdere
onderdelen: kijk na of alles is beantwoord. Geef ook definities om een beperkt aantal punten te halen.
Let bij cases op het antwoord ook echt naar de case te vertalen.
1 - onderzoek
Een onderzoeker wil weten hoe gezondheidsgedrag samenhangt met leeftijd. Hij wil daarbij het
cohorteffect vermijden. Welk type onderzoeksopzet moet hij kiezen, en waarom?
Antwoordindicatie:
Longitudinaal onderzoek (3 pt). Daarbij zou hij een groep proefpersonen over de tijd volgen
en hun gezondheidsgedrag op verschillende momenten meten (2 pt).
Bij dwarsdoorsnede onderzoek zou hij het gezondheidsgedrag van mensen van verschillende
leeftijden met elkaar vergelijken (2 pt). Hij weet echter niet of die groepen (generaties) ook
bloot hebben gestaan aan andere ervaringen, die een eventueel verschil zouden kunnen
verklaren. Tieners van nu krijgen op school bijvoorbeeld voorlichting over gezonde voeding.
Mensen die 50 jaar terug een tiener waren hebben zulke lessen nooit gekregen. Een verschil
dat wordt veroorzaakt door generatiegebonden ervaringen, en niet door leeftijd op zich,
wordt een cohorteffect genoemd (3 pt).
Kijk goed naar hoe de punten hier zijn verdeeld: er zijn punten te verdienen door het noemen van het
juiste type onderzoek (inzicht) en door uit te leggen wat longitudinaal onderzoek is (kennis).
Daarnaast worden punten gegeven voor uitleg van wat het cohort effect is (= kennis), en door uit te
leggen waarom dit effect wel bij dwarsdoorsnede onderzoek, maar niet bij longitudinaal onderzoek
optreedt (= inzicht). Bij de meeste tentamenvragen zijn ook punten te verdienen door te laten zien dat
je de begrippen die worden genoemd, begrijpt. Het is altijd verstandig om dit ook te laten zien in het
antwoord!
2 - erfelijkheid
Hoe zie je nature en nurture terug in de theorie van Piaget?
Antwoordindicatie:
Nature: aangeboren, in aanleg mee gegeven (1 pt)
Nurture: aangeleerd, door ervaring en leren verkregen (1 pt)
Piaget gaat uit van leeftijdsgebonden stadia (2 pt): die liggen kennelijk vast in ons erfelijk
materiaal (nature) (2 pt) .
Nurture is van minder belang in zijn theorie (2 pt). Wel beschrijft hij hoe ervaringen worden
geïntegreerd in onze mentale schema’s, en hoe schema’s eventueel worden aangepast aan
de hand van nieuwe ervaringen (assimilatie en accomodatie) (1 pt) (nurture) (1 pt).
3 - morele ontwikkeling
Echte toets: 14 open vragen, kennis, inzicht en toepassing. Soms bestaat een vraag uit meerdere
onderdelen: kijk na of alles is beantwoord. Geef ook definities om een beperkt aantal punten te halen.
Let bij cases op het antwoord ook echt naar de case te vertalen.
1 - onderzoek
Een onderzoeker wil weten hoe gezondheidsgedrag samenhangt met leeftijd. Hij wil daarbij het
cohorteffect vermijden. Welk type onderzoeksopzet moet hij kiezen, en waarom?
Antwoordindicatie:
Longitudinaal onderzoek (3 pt). Daarbij zou hij een groep proefpersonen over de tijd volgen
en hun gezondheidsgedrag op verschillende momenten meten (2 pt).
Bij dwarsdoorsnede onderzoek zou hij het gezondheidsgedrag van mensen van verschillende
leeftijden met elkaar vergelijken (2 pt). Hij weet echter niet of die groepen (generaties) ook
bloot hebben gestaan aan andere ervaringen, die een eventueel verschil zouden kunnen
verklaren. Tieners van nu krijgen op school bijvoorbeeld voorlichting over gezonde voeding.
Mensen die 50 jaar terug een tiener waren hebben zulke lessen nooit gekregen. Een verschil
dat wordt veroorzaakt door generatiegebonden ervaringen, en niet door leeftijd op zich,
wordt een cohorteffect genoemd (3 pt).
Kijk goed naar hoe de punten hier zijn verdeeld: er zijn punten te verdienen door het noemen van het
juiste type onderzoek (inzicht) en door uit te leggen wat longitudinaal onderzoek is (kennis).
Daarnaast worden punten gegeven voor uitleg van wat het cohort effect is (= kennis), en door uit te
leggen waarom dit effect wel bij dwarsdoorsnede onderzoek, maar niet bij longitudinaal onderzoek
optreedt (= inzicht). Bij de meeste tentamenvragen zijn ook punten te verdienen door te laten zien dat
je de begrippen die worden genoemd, begrijpt. Het is altijd verstandig om dit ook te laten zien in het
antwoord!
2 - erfelijkheid
Hoe zie je nature en nurture terug in de theorie van Piaget?
Antwoordindicatie:
Nature: aangeboren, in aanleg mee gegeven (1 pt)
Nurture: aangeleerd, door ervaring en leren verkregen (1 pt)
Piaget gaat uit van leeftijdsgebonden stadia (2 pt): die liggen kennelijk vast in ons erfelijk
materiaal (nature) (2 pt) .
Nurture is van minder belang in zijn theorie (2 pt). Wel beschrijft hij hoe ervaringen worden
geïntegreerd in onze mentale schema’s, en hoe schema’s eventueel worden aangepast aan
de hand van nieuwe ervaringen (assimilatie en accomodatie) (1 pt) (nurture) (1 pt).
3 - morele ontwikkeling