Geachte studenten,
Dit tentamen bestaat uit 27 meerkeuzevragen van elk 3,7 punten.
Let op dat je je versiecode invult op het antwoordenblad!
Veel succes!
VERSIE A
Vraag 1
Welke stelling is juist?
a. Creative accounting doet zich eerder bij de interne dan bij de externe
informatieverschaffing voor.
b. Interne informatieverschaffing doet zich eens per kwartaal voor.
c. Interne informatieverschaffing biedt toegang tot vrijwel alle informatie in
het bedrijf.
d. Voor interne informatieverschaffing bestaan diverse wettelijke richtlijnen.
Vraag 2
Welke stelling is juist?
a. Het ruime kostenbegrip is bruikbaarder voor de management accounting dan
het enge kostenbegrip omdat het rekening houdt met alle feitelijk gemaakt
kosten.
b. Het ruime kostenbegrip is bruikbaarder voor de management accounting dan
het enge kostenbegrip omdat het de verantwoordelijkheid voor
kostenbeheersing lager in de organisatie legt.
c. Het enge kostenbegrip is bruikbaarder voor de management accounting dan
het ruime kostenbegrip omdat het de ondernemingsleiding de mogelijkheid
biedt de kosten te beheersen.
d. Het enge kostenbegrip is bruikbaarder voor de management accounting dan
het ruime kostenbegrip omdat het de verspillingen meeneemt in de kostprijs.
Vraag 3
Peter Panne heeft een transportbedrijf. Hij rijdt voor vaste klanten met tamelijk
specifieke lading op Frankrijk en op Duitsland.
Hieronder volgen enkele gegevens over beide landen:
Frankrijk Duitsland
Prijs per ton: €125 €110
Gemiddelde belading: 12 ton 10 ton
Gemiddelde afstand per opdracht: 600 km. 400 km.
Variabele kosten per km. €1,50 €1,80
Orderportefeuille 30.000 km. 40.000 km.
1
Dit tentamen bestaat uit 27 meerkeuzevragen van elk 3,7 punten.
Let op dat je je versiecode invult op het antwoordenblad!
Veel succes!
VERSIE A
Vraag 1
Welke stelling is juist?
a. Creative accounting doet zich eerder bij de interne dan bij de externe
informatieverschaffing voor.
b. Interne informatieverschaffing doet zich eens per kwartaal voor.
c. Interne informatieverschaffing biedt toegang tot vrijwel alle informatie in
het bedrijf.
d. Voor interne informatieverschaffing bestaan diverse wettelijke richtlijnen.
Vraag 2
Welke stelling is juist?
a. Het ruime kostenbegrip is bruikbaarder voor de management accounting dan
het enge kostenbegrip omdat het rekening houdt met alle feitelijk gemaakt
kosten.
b. Het ruime kostenbegrip is bruikbaarder voor de management accounting dan
het enge kostenbegrip omdat het de verantwoordelijkheid voor
kostenbeheersing lager in de organisatie legt.
c. Het enge kostenbegrip is bruikbaarder voor de management accounting dan
het ruime kostenbegrip omdat het de ondernemingsleiding de mogelijkheid
biedt de kosten te beheersen.
d. Het enge kostenbegrip is bruikbaarder voor de management accounting dan
het ruime kostenbegrip omdat het de verspillingen meeneemt in de kostprijs.
Vraag 3
Peter Panne heeft een transportbedrijf. Hij rijdt voor vaste klanten met tamelijk
specifieke lading op Frankrijk en op Duitsland.
Hieronder volgen enkele gegevens over beide landen:
Frankrijk Duitsland
Prijs per ton: €125 €110
Gemiddelde belading: 12 ton 10 ton
Gemiddelde afstand per opdracht: 600 km. 400 km.
Variabele kosten per km. €1,50 €1,80
Orderportefeuille 30.000 km. 40.000 km.
1