Uitspraak 1: Zuid-Afrika
Actoren:
Minister van Buitenlandse zaken.
Staatssecretaris van Binnenlandse zaken.
Het college van B en W van Hilversum.
Feiten:
Het college van B en W van Hilversum heeft een offerte van Shell voor de levering van
brandstoffen niet in aanmerking genomen, terwijl zij gevraagd hadden deze offerte op te stellen.
De motivering van het niet in aanmerking nemen van de offerte is dat het college producten wil
weigeren van bedrijven die handel drijven met Zuid-Afrika.
Overwegingen:
Bepaalde gemeentelijke besluiten doorkruisen het Regeringsbeleid en leveren hierdoor een grond
voor vernietiging op, wegens strijdigheid met het algemeen belang.
Er zijn bepaalde bedrijven geboycot ten aanzien van een democratische en non-discriminatoire
samenleving, maar Shell maakt hier geen deel van uit.
Rechtsvraag: is het besluit van het college van B en W van de gemeente Hilversum in strijd met
Regeringsbeleid?
Conclusie: omdat Shell geen deel uitmaakt van de geboycotte bedrijven door de Nederlandse regering
deugt de motivatie van het college niet en doorkruist het besluit van het college het Regeringsbeleid
en kan deze niet in stand blijven. Het besluit wordt vernietigd wegens strijd met het algemeen belang.
Rechtsregel: gemeentes dienen geen besluiten te maken welke Regeringsbeleid doorkruisen.
Uitspraak 2: ECLI:NL:RVS:1995:AH6164 Sluiting drugspand
Actoren:
College van B en W van de gemeente Venlo: heeft de woning van M.H. Voeten voor drie maanden
gesloten en wil dat hun beroep gegrond verklaard wordt in hoger beroep.
M.H. Voeten: is het niet eens met de sluiting van zijn woning.
Feiten:
Het college van B en W van de gemeente Venlo heeft de woning van M.H. Voeten voor drie
maanden gesloten. Dit is gedaan omdat er een ernstige toename van de handel in (hard)drugs
vanuit de woning plaatsvond, waardoor veel overlast voor de onmiddellijke woonomgeving
ontstond.
Overwegingen:
Een woning die als zodanig in gebruik is naar haar aard behoort tot de persoonlijke levenssfeer
van haar bewoners mag alleen gesloten worden op basis van een wet in formele zin. Dat de
woning daarnaast nog een andere functie vervult maakt hiervoor niet uit. De grondslag ontbreekt
hierbij, omdat er geen wet in formele zin is op basis waarvan de woning gesloten is.
Rechtsvraag: is de woning van M.H. Voeten rechtsgeldig gesloten?
Conclusie: omdat er een grondslag op een wet in formele zin ontbreekt voor de sluiting van de woning
is deze niet rechtsgeldig gesloten en wordt de aangevallen uitspraak dus bevestigd. Appellanten
worden veroordeeld in de gemaakte kosten voor hoger beroep voor M.H. Voeten.
Rechtsregel: een woning die behoort tot de persoonlijke levenssfeer van haar bewoners mag alleen
gesloten worden op basis van een wet in formele zin.