HANDELSHUUR (moeilijkste stuk)
HOOFDSTUK 1: Inleiding
De wet van 30 april 1951 had een specifiek doel namelijk een heel uitgesproken bescherming
van de handels en de ambachtsman. De verdeling is eigenlijk heel simpel: Alles waarbij een
handelaar rechtstreeks in contact komt met het publiek. Dat was de ruggengraad van de
Belgische economie. De bedoeling van de wet was dat de handelszaak zelf werd beschermd
en niet de handelaar zelf, want zo een zaak moet kunnen voortbestaan, dat moet worden
vrijwaard. Het mag niet zijn dat de eigenaar van een pand door zijn wil kan zeggen: “dat is
hier van mij en maak dat je hier buiten bent”. Het gaat niet om de persoon van de handelaar,
maar het gaat erom dat je een stukje van de economie kapot maakt. Vandaar die zeer grote
mate van bescherming. Dit is een heel moeilijke wet!! Dus een wet waar je echt voorzichtig
mee moet zijn en zeker later in de praktijk.
De soort wijzigingen dat je bij de woninghuurwet dat is hier nooit nodig geweest, de inhoud is
eigenlijk bewaard gebleven zoals hij in 1951 werd opgesteld, met uitzondering van een
kleingheidje dat werd rechtgezet in 1955, dan een tweede wijziging in 1970, maar dat is niet
fundamenteel geweest. En dan ook nog een artikel 11bis in 1997 werd ingevoerd, dat was
alweer de schuld van de woninghuurwet omdat de woninghuurwet en de handelshuurwet
moeilijk samengaan. Vandaar bij woninghuur een handelshuur waar een handelaar mee
bewoond (bv. Woont boven zijn winkel in een gehuurd huis), daar is de woninghuurwet niet
op van toepassing omdat je geen 2 verschillende dwingende wetgevingen tegelijk kunt
toepassen.
Vraag: WAT WORDT ER HIER DAN BESCHERMD????
Het handelsfonds, dat is alles waaruit een handelszaak is samengesteld, dus wat heeft die?
(vb. Overname van studentencafe, schoenwinkel, … en wat neem je dan over?? Alles!).
En wat wordt er overgenomen? Het onroerend goed dus het huis/het gebouw waarin die
handel is gevestigd; de roerende goederen zoals bedrijfsuitrusting, meubilair; handelsnaam;
clienteel; goodwill, … In het geval van een kleinhandel hangt het behoud en de verdere
ontwikkeling van het cliënteel dan weer nauw samen met de plaats waar de handel gevestigd
is.
Je zal zien dat de wet op de handelshuur wel ingewikkeld is, maar eigenlijk staat daar
niet zoveel in. Een grootste deel van bepalingen gaat over “hoelang mag de huurder
blijven?” en in tegenstelling tot de woninghuur kan dat 36 jaar zijn. En het wordt dan
voor de verhuurder niet makkelijk om die huurder buiten te krijgen. Van daaruit blijkt
net die bescherming, maar niet van de huurder maar van de handelszaak. Want als de
huurder ondertussen zijn handelszaak verkoopt, dan heeft dat op het bestaan van die
huur niet veel invloed.
115