Attachment (not) included
Leerdoelen
- Wanneer, hoe, waarom en voor hoelang hechten we?
- Welke aangeboren gedragingen zijn er?
- Wat is het originele experiment met de apen?
- Hoe meet je hechting?
- Welke verschillende hechtingsstijlen bestaan er? (oorzaak en gevolg)
- Wat is de invloed van het kinderdagverblijf?
Gelezen boeken: Shaffer & Kipp en Santrock en Bukato
Attachment: een dichte, wederzijdse, emotionele relatie tussen twee personen die
gekarakteriseerd wordt door wederzijdse affectie en het verlangen om bij elkaar te zijn. Het is
anders dan bonding omdat dit plaatsvindt wanneer kinderen ouder zijn, als ze zelf in staat zijn
een emotionele relatie te wormen. Ook is dit wederzijds, en bonding niet.
Verschillende hechtingsstijlen
Strange situations zijn bedacht door Ainsworth en zijn een observatiemaat van een kind zijn
hechtingstijl waarbij het kind ontmoetingen, scheidingen en herenigingen met zowel een
ouder als een vreemde in een voorgeschreven volgorde meemaakt. Door middel van
observatie tijdens strange situations hebben onderzoekers verschillende hechtingsstijlen
kunnen identificeren, namelijk:
- Securely attached babies (65% van de 1 jarige Noord Amerikanen): gebruiken de
verzorger als secure base waarvandaan ze de omgeving verkennen. In nabijheid van de
verzorger verkennen ze bijv. de kamer. Wanneer de verzorger weggaat protesteren ze.
Wanneer de verzorger terugkomt, herstelt de positieve interactie weer door bijv. te lachen
of op schoot te klimmen. De baby zoekt bij stres comfort bij moeder om zo de stres te
doen afnemen. Baby’s zijn outgoing tegenover vreemden (wanneer moeder aanwezig is).
- Insecure avoidant babies (20% van de 1 jarige Noord Amerikanen): vertonen een
onzekere hechting. Ze voelen zich niet ongemakkelijk als de verzorger weg is en wanneer
ze terugkomt zorgt dit meestal niet voor interactie. Ze kunnen zich zelfs van de verzorger
afwenden. Ze maken redelijk wat contact met vreemden, maar kunnen deze soms ook
negeren en vermijden, net zoals ze dat bij hun moeder doen.
- Insecure resistant (ambivalent) babies (10% van de 1 jarige Noord Amerikanen):
willen zo veel mogelijk bij de moeder zijn en verkennen de kamer niet. Klampen zich vast
aan de moeder. Ze worden erg gestrest wanneer ze van hun moeder gescheiden worden.
Als de moeder terugkomt vertonen ze dubbelzinnig gedrag. Ze blijven dicht bij haar, maar
lijken boos omdat ze is weggegaan. Contact dat wordt geïnitieerd door de moeder, wordt
weerstaan. Ze zijn behoedzaam bij vreemden, ook wanneer moeder aanwezig is.
- Insecure disorganized/disorientated babies (5% van de 1 jarige Noord Amerikanen):
het lijkt een beetje op een mix tussen avoidant en resistant baby’s. Ze zijn verward over of
ze de moeder nu wel of niet moeten benaderen. Als moeders terugkomen kunnen ze zowel
1