Written by students who passed Immediately available after payment Read online or as PDF Wrong document? Swap it for free 4.6 TrustPilot
logo-home
Summary

Samenvatting Portaal

Rating
3.9
(21)
Sold
79
Pages
68
Uploaded on
15-01-2017
Written in
2016/2017

Samenvatting van het boek Portaal (praktische taaldidactiek voor het basisonderwijs) uit 2014 (vierde, herziene druk). Het betreft de hoofdstukken 1 t/m 7 en 9. Ook geschikt voor de Universitaire Pabo

Institution
Course

Content preview

Portaal hoofdstuk 1 taal en taalonderwijs
Achtergrondkennis: wat is taal?
De vier domeinen van taal
- Onderscheid tussen gesproken en geschreven taal – gesproken taal hoor je (je zet
een reeks klanken om in betekenis), geschreven tal zie je (je zet een reeks tekens om
in betekenis).
- Onderscheid tussen receptieve en productieve processen – Betekenis geven aan
klanken en tekens noemen we een receptief proces. Als je zelf klanken en tekens
produceert spreken we van een productief proces.
Productief Receptief
Mondeling Spreken Luisteren
Schriftelijk Schrijven Lezen

Omschrijvingen van taal
- Taal heeft verschillende functies – communicatief, conceptualiseren en expressief
- Taal heeft betekenis – taal gaat ergens over.
- Taal heeft een systeem – gestructureerd volgens een systeem

Functies van taal
Taal is een communicatiemiddel
Bij communicatie is er sprake van een zender een boodschap en een ontvanger. In een
communicatieve situatie onderscheiden we aan een boodschap: een zakelijk aspect – een
appellerend aspect – een relatie tussen zender en ontvanger – een expressief effect. De
reactie van de ontvanger heet feedback op de boodschap. Er zijn dus vier aspecten aan een
gesprek te onderscheiden: zender – boodschap – ontvanger – feedback.
Er is niet gesproken over het non-verbale aspect van een uiting. Het non-verbale gedrag is
bepalend voor het overgrote deel van de communicatie. In schrift spelen non-verbale
aspecten geen rol, maar zijn er extralinguïstische middelen (accenten, onderstrepingen
etc.).

Taal is een middel om greep te krijgen op de werkelijkheid
Taal verwijst naar de werkelijkheid. Door te praten en te schrijven kun je bij anderen
beelden over de werkelijkheid oproepen. Taal heeft dan een conceptualiserende functie: je
kunt de werkelijkheid vangen in de concepten die je weergeeft in taal. Taal is dus een middel
om te leren.

Taal is een expressiemiddel
Taal is een middel tot zelfexpressie. Iedereen is uniek in zijn mondeling en schriftelijk
taalgebruik. Dit expressieve aspect is van invloed op gesprekken.

Betekenis
Taal gaat ergens over, heeft een betekenis en verwijst naar een werkelijkheid die buiten de
taal ligt. De semantiek is de leer van de betekenis. Ook zinnen kunnen van invloed zijn op de
betekenis.

Woorden met een afhankelijke betekenis
Datgene waarnaar ze verwijzen is afhankelijk van iets wat bekend moet zijn.

, - Het kan worden afgeleid uit de context – de context moet je gezien hebben
- Het is in de situatie al eerder genoemd – het antecedent moet duidelijk zijn.

Lexicale woorden en afgeleiden daarvan
Woorden met een eigen betekenis. Deze woorden zijn niet afhankelijk van de context waarin
het woord gebruikt wordt.

Polysemie
Hetzelfde woord kan leiden tot een verschil in betekenis in verschillende contexten.

Homoniemen en synoniemen
Homoniemen zijn woorden die dezelfde klank en dezelfde schriftelijke weergave hebben,
maar een heel andere betekenis. Synoniemen zijn woorden die ongeveer dezelfde betekenis
hebben, maar andere klanken.

Hoe verwijzen woorden naar de werkelijkheid
Lexicale woorden verwijzen het meest duidelijk en direct naar de werkelijkheid. Het beeld
wat wij hebben van een woord, kan afhankelijk zijn van de persoonlijke voorgeschiedenis.
Concepten zijn gelabeld aan een klankvorm afhankelijk van de taal. Het concept kan bekend
zijn, maar in de eigen taal is er een ander label. Abstracte woorden kunnen verschillende
betekenissen bevatten. Het geheel van deze bijbetekenissen heten connotaties. Deze zijn
afhankelijk van de cultuur, persoonlijke interesses en van de kennis van de wereld.

Vaktaalwoorden: laagfrequente inhoudswoorden (veelal op school uit de vakterminologie).
Schooltaalwoorden: specifiek in onderwijssituaties. Algemene abstracte functionele
woorden.
Signaalwoorden: verschaffen informatie over de taal- en denkrelaties in een tekst. Er is een
verdeling tussen inhoudswoorden en functiewoorden (vooral de signaalfunctie).

Systeem
Bij spreken en luisteren is de kleinste eenheid een spraakklank of een foneem en de grootste
eenheid een voordracht of een gesprek. Bij schrijven en lezen is de kleinste eenheid een
letter of grafeem en de grootste eenheid een tekst.

Fonologie
De spraakklank. Nederlands heeft 40 fonemen. Deze worden onderscheiden in klinkers –
tweeklanken – medeklinkers. Bij klinkers en tweeklanken trillen de stembanden en wordt
de uitstromende adem nergens belemmerd. Tweeklanken bestaan uit 2 klinkers, die op 1
ononderbroken adem worden uitgesprokene en waarbij de ene klinker hoorbaar overgaat in
de ander. Medeklinkers kunnen stemhebbend of stemloos zijn. Onderscheiden van
medeklinkers:
- Bilabialen: met beide lippen
- Labiodentalen: met de onderlip en de boventanden
- Dentalen: tongpunt en de achterzijde van de boventanden
- Palatalen: tongblad en het harde gehemelte
- Velaren: tongblad en de grens harde/zachte gehemelte.

,Je hebt explosieve medeklinkers waarvan je de klank niet lang kunt aanhouden. Je hebt
neusklanken die langer aangehouden kunnen worden en je hebt glijders.
De taalgebruiker weet dat de uitspraak afhangt van de klanken in de buurt. Dit heet
assimilatie (onmiddellijk, uitvinden).

Morfologie
Een bekend onderdeel van taalbeschouwing is de benoeming van woorden in
woordsoorten, taalkundige ontleding. Morfemen zijn de kleinste betekenisdragende delen
van taal. Vrije morfemen is 1 morfeem dat zelf als woord voorkomt. Vrije morfemen kunnen
gecombineerd worden, maar ook met gebonden morfemen, woorddelen die niet zelfstandig
als woord kunnen voorkomen.

Een samenstelling is een woord dat bestaat uit delen die zelf ook als woord kunnen
voorkomen. Als 2e lid kan een: werkwoord – zelfstandig naamwoord – bijvoeglijk
naamwoord – bijwoord. Afleidingen zijn woorden die bestaan uit een woord met een affix
(aanplaksel) voor -> prefix, achter -> suffix. Een uitgang is ook achter het woord vastgeplakt,
maar dan als onderdeel van het Nederlandse verbuigings- en vervoegingssysteem.
- Vervoeging van werkwoorden – regelmatige en onregelmatige werkwoorden.
- Verbuigingen van naamwoorden – in meervouden (en uitzonderingen)
- Verbuigingen van bijvoeglijke naamwoorden – onbewust.

Syntaxis
Taal bestaat altijd uit zinnen. De woorden in een zin staan in een bepaalde relatie tot elkaar.
De redekundige ontleding is een analyse van een zin waarbij zinsdelen worden benoemd
naar hun grammaticale functie.

Teksten
Een opzichzelfstaande samenhangende verzameling van zinnen noemen we een tekst. Dit
kan worden geproduceerd via een monoloog of bijvoorbeeld een verhaal. Voor de opbouw
van een tekst gelden bepaalde regels. De structuur en het taalgebruik zijn ook afhankelijk
van objectieve factoren:
- De bedoeling van de tekst – iedere bedoeling vraagt om een andere structurering
- Het niveau en de leeftijd publiek – aanpassing voor het publiek.

Componenten van de kennis over taal
We weten waar taal is opgeslagen, maar we weten weinig hoe onze kennis over taal is
opgeslagen. Kennis over taal wordt meestal onderverdeel in de componenten: fonologisch –
semantisch – morfologisch – grammaticaal/syntactisch – tekstueel – pragmatisch –
orthografie.

Orthografie
Spellingsregels zijn bewust gemaakte afspraken die we volgen als we gesproken taal
vastleggen in lettertekens.

Taal of talen? Over meertaligheid
Achterstand of potentieel voordeel?

, Meertaligheid wordt vaak als een probleem gezien en in verband gebracht met een
taalachterstand. De achterstand geldt natuurlijk alleen als je vanuit het Nederlands
perspectief bekijkt. Een opgegroeide leerling in een meertalige omgeving kan ook cognitieve,
sociale en sociaaleconomische voordelen gaan bieden.

Taal of dialect
Er is geen scherpe grens te trekken tussen sprekers van standaardtaal en sprekers van
dialect. Standaardtaal zou rijker (meer woorden) moeten zijn, meer status hebben, door
meer mensen gesproken moeten worden en wordt meer gebruikt in officiële documenten.

Wat is meertaligheid
Bij meertaligheid spreek je gewoon meerdere talen. Iedereen hoort tijdens zijn ontwikkeling
veel verschillende talen, dialecten en andere varianten die sociolecten en regiolecten heten.
De taal die je gebruikt verschilt per situatie en zonder moeite wissel je in taal. Vanuit deze
gedachten is meertaligheid geen uitzondering maar regel.

Wat betekent dit voor het onderwijs?
Vreemdetaalonderwijs is onderwijs waarbij een andere taal geleerd wordt, maar de
voertaal de instructietaal blijft. Je moet altijd de taal van je leerlingen praten. Ga voor een
positief taalbeleid.

Taalonderwijs
We willen kinderen beter leren spreken, luisteren, schrijven en lezen. We laten ze oefenen
en dragen belangrijke taalkennis- en vaardigheden over waarmee kinderen betere
taalgebruikers worden. Taal is verder een belangrijk element van onze cultuur. Het is nu
eenmaal het instrument waardoor wij als mens verschillen met andere levenssoorten.

Visies op taalonderwijs
Traditioneel taalonderwijs
Taal is een belangrijke drager van onze cultuur. Er ligt nadruk op schriftelijke vaardigheden
en daarbinnen is er nadruk op vormaspecten. Grammatica is belangrijk (want dit leidt tot
een betere taalbeheersing). Kinderen leren systematisch de schrijfwijze van de woorden. Bij
lezen ligt de nadruk op de techniek van het lezen. Weinig aandacht voor spreken en
luisteren. Leerkracht draagt de leerstof over.
+ Taalonderwijs is overzichtelijk (losse deelaspecten)
_ Verschillende domeinen zijn niet evenwichtig.

Thematisch-cursorisch taalonderwijs
Kinderen leren door taal te gebruiken. Leerlingen werken zo veel mogelijk vanuit bepaalde
thema’s met taal. Naast thematische activiteiten zijn er cursorische activiteiten, die niet in
het kader van een thema kunnen worden geleerd (bijv. vaardigheden). Hier worden
vakonderdelen geoefend die belangrijk worden geacht. Sommige cursorische onderdelen
kunnen wel door een thema geoefend worden. De leerkracht stuurt bij cursorisch
onderwijsproces.
+ De leerlingen zijn bezig met activiteiten die ze zelf als zinvol ervaren.
_ Thematisch werken kost veel tijd. Balans thematisch – cursorisch is moeilijk. Het is lastig
om inzicht te krijgen in hetgeen wat de leerlingen hebben geleerd.

Connected book

Written for

Institution
Study
Unknown

Document information

Summarized whole book?
No
Which chapters are summarized?
H1 t/m h7, h9
Uploaded on
January 15, 2017
Number of pages
68
Written in
2016/2017
Type
SUMMARY

Subjects

$8.21
Get access to the full document:
Purchased by 79 students

Wrong document? Swap it for free Within 14 days of purchase and before downloading, you can choose a different document. You can simply spend the amount again.
Written by students who passed
Immediately available after payment
Read online or as PDF

Reviews from verified buyers

Showing 7 of 21 reviews
5 year ago

5 year ago

6 year ago

7 year ago

7 year ago

7 year ago

6 year ago

3.9

21 reviews

5
5
4
11
3
3
2
1
1
1
Trustworthy reviews on Stuvia

All reviews are made by real Stuvia users after verified purchases.

Get to know the seller

Seller avatar
Reputation scores are based on the amount of documents a seller has sold for a fee and the reviews they have received for those documents. There are three levels: Bronze, Silver and Gold. The better the reputation, the more your can rely on the quality of the sellers work.
ikoomen Universiteit van Amsterdam
Follow You need to be logged in order to follow users or courses
Sold
160
Member since
10 year
Number of followers
141
Documents
9
Last sold
3 months ago

3.8

37 reviews

5
9
4
18
3
7
2
1
1
2

Why students choose Stuvia

Created by fellow students, verified by reviews

Quality you can trust: written by students who passed their tests and reviewed by others who've used these notes.

Didn't get what you expected? Choose another document

No worries! You can instantly pick a different document that better fits what you're looking for.

Pay as you like, start learning right away

No subscription, no commitments. Pay the way you're used to via credit card and download your PDF document instantly.

Student with book image

“Bought, downloaded, and aced it. It really can be that simple.”

Alisha Student

Working on your references?

Create accurate citations in APA, MLA and Harvard with our free citation generator.

Working on your references?

Frequently asked questions