CHEMIE
1. BOUWSTENEN VAN DE MATERIE
Zuivere stof kenmerken:
- fysische verschijnselen= moleculaire samenstelling van de stof verandert niet bv. smelten van
ijs
- chemisch verschijnsel= moleculaire samenstelling van een stof verandert wel bv. verbranden
van alcohol
wetten:
- wet van Lavoisier: behoud van massa
- Proust: constante verhouding tussen de massa’s van de reagerende stoffen
- Gay-Lussac: constante en eenvoudige verhouding tussen de gasvolumes
Dalton (1803)
1. Stoffen bestaan uit ondeelbare deeltjes, atomen
2. Enkelvoudige stof/ element bevat identieke atomen
3. Samengestelde stof/ verbinding bevat verschillende soorten atomen in vaste verhouding
4. Chemische reactie= uitwisseling van atomen tussen verschillende moleculen
<-> geladen deeltjes, elektronen. Atomen hebben ijle structuur.
Massagetal= aantal protonen (/aantal elektronen)+ aantal neutronen
Covalente binding: krachten tot stand gekomen door het delen van een gemeenschappelijk
elektronenpaar. Bv. chloorgas, stikstofgas, …
Ionbinding: krachten zijn van elektrostatische aard (ionrooster)
VSEPR-theorie: valentieschil-elektronenpaar-repulsie-theorie
-> onderlinge afstand tussen atomen moet zo groot mogelijk zijn
SG= sterisch getal-> aantal bindingspartners centrale element+ aantal vrije elektronenparen centrale
element
Apolair: symmetrisch
polair: asymmetrisch
Vorming kation (+) : atoom(en) verwijderd -> ionisatie-energie E i (hoe kleiner, hoe gemakkelijker)
- Ei neemt af van recht naar links
- Ei neemt af van boven naar onder
, Vorming anion (-): atoom(en) toegevoegd -> elektronenaffiniteit E A (hoe groter, hoe gemakkelijker)
- EA stijgt van links naar rechts
- EA stijgt van onder naar boven
Positieve ionen: klein, negatieve ionen: groot
De ionaire binding
Verschil in EN-waarde>= 1,8
1. Sterk
2. Gemakkelijk te breken door polaire oplosmiddelen
Oxidatie getal
Kennen!!
Zwakke intermoleculaire krachten
LONDONKRACHTEN
- Elektronenverdeling in de moleculen verandert continu -> ontstaan korte zwakke dipooltjes
die elkaar aantrekken
- Moleculen met grote diffuse elektronenwolk zijn vest polariseerbaar
- Zeer zwakke intermoleculaire krachten
- Komen tussen alle moleculen voor
KEESOMKRACHTEN/ DIPOOLINTERACTIES
- Bij polaire moleculen
- Sterker dan Londonkrachten
WATERSTOFBRUGGEN
- Bij moleculen die opgebouwd zijn uit H en een uitgesproken EN element draagt bv. F,N,O
- Veel sterker dan dipoolinteracties
- Verantwoordelijk voor hoog kookpunt en secundaire structuur van eiwitten
- Houden 2 strengen van DNA bijeen
KOOKPUNT EN SMELTPUNT
- Waterstofbruggen-> hoog kookpunt
- Kookpunt stijgt met toenemende MM
- Kookpunt stijgt bij toenemende intermoleculaire krachten
!! 1.28 nog bekijken
1. BOUWSTENEN VAN DE MATERIE
Zuivere stof kenmerken:
- fysische verschijnselen= moleculaire samenstelling van de stof verandert niet bv. smelten van
ijs
- chemisch verschijnsel= moleculaire samenstelling van een stof verandert wel bv. verbranden
van alcohol
wetten:
- wet van Lavoisier: behoud van massa
- Proust: constante verhouding tussen de massa’s van de reagerende stoffen
- Gay-Lussac: constante en eenvoudige verhouding tussen de gasvolumes
Dalton (1803)
1. Stoffen bestaan uit ondeelbare deeltjes, atomen
2. Enkelvoudige stof/ element bevat identieke atomen
3. Samengestelde stof/ verbinding bevat verschillende soorten atomen in vaste verhouding
4. Chemische reactie= uitwisseling van atomen tussen verschillende moleculen
<-> geladen deeltjes, elektronen. Atomen hebben ijle structuur.
Massagetal= aantal protonen (/aantal elektronen)+ aantal neutronen
Covalente binding: krachten tot stand gekomen door het delen van een gemeenschappelijk
elektronenpaar. Bv. chloorgas, stikstofgas, …
Ionbinding: krachten zijn van elektrostatische aard (ionrooster)
VSEPR-theorie: valentieschil-elektronenpaar-repulsie-theorie
-> onderlinge afstand tussen atomen moet zo groot mogelijk zijn
SG= sterisch getal-> aantal bindingspartners centrale element+ aantal vrije elektronenparen centrale
element
Apolair: symmetrisch
polair: asymmetrisch
Vorming kation (+) : atoom(en) verwijderd -> ionisatie-energie E i (hoe kleiner, hoe gemakkelijker)
- Ei neemt af van recht naar links
- Ei neemt af van boven naar onder
, Vorming anion (-): atoom(en) toegevoegd -> elektronenaffiniteit E A (hoe groter, hoe gemakkelijker)
- EA stijgt van links naar rechts
- EA stijgt van onder naar boven
Positieve ionen: klein, negatieve ionen: groot
De ionaire binding
Verschil in EN-waarde>= 1,8
1. Sterk
2. Gemakkelijk te breken door polaire oplosmiddelen
Oxidatie getal
Kennen!!
Zwakke intermoleculaire krachten
LONDONKRACHTEN
- Elektronenverdeling in de moleculen verandert continu -> ontstaan korte zwakke dipooltjes
die elkaar aantrekken
- Moleculen met grote diffuse elektronenwolk zijn vest polariseerbaar
- Zeer zwakke intermoleculaire krachten
- Komen tussen alle moleculen voor
KEESOMKRACHTEN/ DIPOOLINTERACTIES
- Bij polaire moleculen
- Sterker dan Londonkrachten
WATERSTOFBRUGGEN
- Bij moleculen die opgebouwd zijn uit H en een uitgesproken EN element draagt bv. F,N,O
- Veel sterker dan dipoolinteracties
- Verantwoordelijk voor hoog kookpunt en secundaire structuur van eiwitten
- Houden 2 strengen van DNA bijeen
KOOKPUNT EN SMELTPUNT
- Waterstofbruggen-> hoog kookpunt
- Kookpunt stijgt met toenemende MM
- Kookpunt stijgt bij toenemende intermoleculaire krachten
!! 1.28 nog bekijken