NLT Samenvatting – Rijden onder invloed
Zenuwstelsel van de mens opgebouwd uit
zenuwcellen (=neuronen). Deze neuronen
hebben uitlopers waardoor ze contact met
elkaar maken. Dendrieten: ontvangen
signalen (+ en -) Cellichaam neemt
ontvangen signalen (+ en -) samen >
actiepotentiaal. Axon: leid actiepotentiaal
(=elektirische signalen geleid: impulsen).
Neuron een rustpotentiaal (=bepaald
voltage over het celmembraan: - 70 mV)>
gepolariseerd. Binnenin cel(negatief): Kalium en negatief geladen moleculen en buiten
cel(positief): Natrium en negatieve chloor-ionen. In stand gehouden door
(Na+K+)pomp=sluiseiwit in celmembraan >> bij actiepotentiaal verandert de verhouding
Bij signaal > depolarisatie > Na+ gaan in de cel > binnenin positief geladen > 40 mV
> repolarisatie > K+ gaan uit de cel > binnenkant weer negatief >> pomp doet Na+ en K+
weer terug aan de goede kant.
Impuls dat zich door neuron verplaatst komt bij axonuiteinde > impulsoverdracht in een
synaps. Deze kleine afstand wordt overbrugt onder invloed van een overdrachtsstof of
neurotransmitter. Neurotransmitter in blaasjes in axoneindknopjes > actipotentiaal zorgt
ervoor dat Ca+-spanningskanalen open gaan > neurottransmitters zetten zich vervolgens
vast op receptoreiwitten in volgende membraan.
Activerende neurotransmitter (exitatie) gaan op een natriumkanaal receptor
Een remmende neurotransmitter (inhibitie) vertragen impulsoverdracht > kaliumkanaal
>>> zorgt ervoor dat er veel positieve ionen naar buiten > hyperpolarisatie
GABA vertraagt impulsoverdracht tussen neuren in de hersenen > bind aan receptoreiwit
en laat chloor-ionen naar binnen stromen > binnen heel erg negatief> hyperpolarisatie
> alcohol beïnvloed de normale overdracht van impulsen
+ GABA > inhiberend effect versterkt. Alcohol aan GABA-receptor> groter kanaal en
binding langer > grotere en langer durende stroom negatieve ionen. Dit fiksen duurt weer
langer > reactievermogen vertraagd.
Reflexen maken een snelle reactie mogelijk
- Ongeconditioneerde reflex: is van nature aanwezig (kniereflex, speekselreflex)
- Geconditioneerde reflex: is aangeleerd.
Pavlov > honden eten geven met belletje > klassieke conditionering: nieuwe
verbindingen aangelegd in het zenuwstelsel.
Instrumentele conditionering: katten in kooi die deur open moeten krijgen >
reflexaschtige verbinging die bij belonen versterkt en bij afstraffen verzwakt > pad in
hersens
Operante conditionering: Skinner met duiven in een kooitje en een kleuren venster>
tikken is eten. operant= basale eenheid van het gedrag
Behaviorisme: “al het gedrag is het resultaat van conditioneringsmechanismen.”
Eenparig versnelde (vertraagde) rechtlijnige beweging: een beweging in een rechte
lijn met een constante versnelling (vertraging)
∆𝑣 1 1
a = ∆t 𝑣 (𝑡) = 𝑎 ∙ 𝑡 𝑠 = 2 ∙ 𝑎 ∙ 𝑡 2 ( 𝑣 (𝑡) = 𝑣 (0) − 𝑎 ∙ 𝑡 𝑠 (𝑡) = 𝑣(0) ∙ 𝑡 − 2 ∙ 𝑎 ∙ 𝑡 2 )
>>>
Zenuwstelsel van de mens opgebouwd uit
zenuwcellen (=neuronen). Deze neuronen
hebben uitlopers waardoor ze contact met
elkaar maken. Dendrieten: ontvangen
signalen (+ en -) Cellichaam neemt
ontvangen signalen (+ en -) samen >
actiepotentiaal. Axon: leid actiepotentiaal
(=elektirische signalen geleid: impulsen).
Neuron een rustpotentiaal (=bepaald
voltage over het celmembraan: - 70 mV)>
gepolariseerd. Binnenin cel(negatief): Kalium en negatief geladen moleculen en buiten
cel(positief): Natrium en negatieve chloor-ionen. In stand gehouden door
(Na+K+)pomp=sluiseiwit in celmembraan >> bij actiepotentiaal verandert de verhouding
Bij signaal > depolarisatie > Na+ gaan in de cel > binnenin positief geladen > 40 mV
> repolarisatie > K+ gaan uit de cel > binnenkant weer negatief >> pomp doet Na+ en K+
weer terug aan de goede kant.
Impuls dat zich door neuron verplaatst komt bij axonuiteinde > impulsoverdracht in een
synaps. Deze kleine afstand wordt overbrugt onder invloed van een overdrachtsstof of
neurotransmitter. Neurotransmitter in blaasjes in axoneindknopjes > actipotentiaal zorgt
ervoor dat Ca+-spanningskanalen open gaan > neurottransmitters zetten zich vervolgens
vast op receptoreiwitten in volgende membraan.
Activerende neurotransmitter (exitatie) gaan op een natriumkanaal receptor
Een remmende neurotransmitter (inhibitie) vertragen impulsoverdracht > kaliumkanaal
>>> zorgt ervoor dat er veel positieve ionen naar buiten > hyperpolarisatie
GABA vertraagt impulsoverdracht tussen neuren in de hersenen > bind aan receptoreiwit
en laat chloor-ionen naar binnen stromen > binnen heel erg negatief> hyperpolarisatie
> alcohol beïnvloed de normale overdracht van impulsen
+ GABA > inhiberend effect versterkt. Alcohol aan GABA-receptor> groter kanaal en
binding langer > grotere en langer durende stroom negatieve ionen. Dit fiksen duurt weer
langer > reactievermogen vertraagd.
Reflexen maken een snelle reactie mogelijk
- Ongeconditioneerde reflex: is van nature aanwezig (kniereflex, speekselreflex)
- Geconditioneerde reflex: is aangeleerd.
Pavlov > honden eten geven met belletje > klassieke conditionering: nieuwe
verbindingen aangelegd in het zenuwstelsel.
Instrumentele conditionering: katten in kooi die deur open moeten krijgen >
reflexaschtige verbinging die bij belonen versterkt en bij afstraffen verzwakt > pad in
hersens
Operante conditionering: Skinner met duiven in een kooitje en een kleuren venster>
tikken is eten. operant= basale eenheid van het gedrag
Behaviorisme: “al het gedrag is het resultaat van conditioneringsmechanismen.”
Eenparig versnelde (vertraagde) rechtlijnige beweging: een beweging in een rechte
lijn met een constante versnelling (vertraging)
∆𝑣 1 1
a = ∆t 𝑣 (𝑡) = 𝑎 ∙ 𝑡 𝑠 = 2 ∙ 𝑎 ∙ 𝑡 2 ( 𝑣 (𝑡) = 𝑣 (0) − 𝑎 ∙ 𝑡 𝑠 (𝑡) = 𝑣(0) ∙ 𝑡 − 2 ∙ 𝑎 ∙ 𝑡 2 )
>>>