1 Plaats bepalen
○ Δx = xeind-xbegin
○ De verplaatsing kan gelijk zijn aan de plaats.
In bovenstaand voorbeeld is de verplaatsing (4-0=) 4, net als de plaats.
○ Het is mogelijk dat je een wandeling maakt, maar je verplaatsing toch 0 is, dit kan komen
doordat je heen en weer loopt. Als Lonneke weer terugloopt naar xbegin is haar verplaatsing
0.
○ Toch heeft Lon 8 meter afgelegd. Die 8 meter noemen we de afgelegde weg.
○ Er zijn verschillende methoden om de plaats of verplaatsing van bewegende voorwerpen te
meten. Welke methode het handigst is, hangt af van de situatie.
○ Tijdtikker
○ Ultrasone afstandsmeter
■ werkt zoals bij vleermuizen; een onhoorbaar klikje wordt uitgezonden, als
het klikje tegen iets aankomt, wordt het teruggekaatst. Je kunt de afstand tot
het voorwerp meten, door middel van de tijd tussen de 2 klikjes.
○ Stroboscopische foto
■ op zo’n foto, zie je het voorwerp steeds op een andere plek.
Hoe groter de afstand tussen de 2 plekken, hoe hoger de snelheid
○ Lichtpoortje
○ Met twee lichtpoortjes die op een bepaalde afstand van elkaar staan meet je
de tijd waarin een voorwerp een bepaalde afstand aflegt. Daarmee kun je de
gemiddelde snelheid bepalen over die afstand. Een lichtpoortje heeft een
, lichtsensor en is aangesloten op een computer de lichtsensor wordt
beschenen door een lichtstraal als de auto de eerste lichtstraal ontbreekt
start de computer. De lichtsensor wordt beschenen door een lichtstraal. Als
de auto de eerste lichtstraal onderbreekt, start de computer een teller die
stopt als de auto de tweede lichtstraal onderbreekt.
2 Snelheid: verandering van plaats
○ Voor een x,t-diagram, maak je eerst een tabel waarin je de afstand gemeten op
verschillende tijdstippen noteert.
○
○ Δx = xeind-xbegin
○ De verplaatsing kan gelijk zijn aan de plaats.
In bovenstaand voorbeeld is de verplaatsing (4-0=) 4, net als de plaats.
○ Het is mogelijk dat je een wandeling maakt, maar je verplaatsing toch 0 is, dit kan komen
doordat je heen en weer loopt. Als Lonneke weer terugloopt naar xbegin is haar verplaatsing
0.
○ Toch heeft Lon 8 meter afgelegd. Die 8 meter noemen we de afgelegde weg.
○ Er zijn verschillende methoden om de plaats of verplaatsing van bewegende voorwerpen te
meten. Welke methode het handigst is, hangt af van de situatie.
○ Tijdtikker
○ Ultrasone afstandsmeter
■ werkt zoals bij vleermuizen; een onhoorbaar klikje wordt uitgezonden, als
het klikje tegen iets aankomt, wordt het teruggekaatst. Je kunt de afstand tot
het voorwerp meten, door middel van de tijd tussen de 2 klikjes.
○ Stroboscopische foto
■ op zo’n foto, zie je het voorwerp steeds op een andere plek.
Hoe groter de afstand tussen de 2 plekken, hoe hoger de snelheid
○ Lichtpoortje
○ Met twee lichtpoortjes die op een bepaalde afstand van elkaar staan meet je
de tijd waarin een voorwerp een bepaalde afstand aflegt. Daarmee kun je de
gemiddelde snelheid bepalen over die afstand. Een lichtpoortje heeft een
, lichtsensor en is aangesloten op een computer de lichtsensor wordt
beschenen door een lichtstraal als de auto de eerste lichtstraal ontbreekt
start de computer. De lichtsensor wordt beschenen door een lichtstraal. Als
de auto de eerste lichtstraal onderbreekt, start de computer een teller die
stopt als de auto de tweede lichtstraal onderbreekt.
2 Snelheid: verandering van plaats
○ Voor een x,t-diagram, maak je eerst een tabel waarin je de afstand gemeten op
verschillende tijdstippen noteert.
○