ORTHOPEDIE
TERMEN
Normale stand;
Flexie = plooien Extensie = strekken Abductie = weg van lichaam
Adductie= naar het lichaam Exorotatie = draaibeweging naar Endorotatie= draaibeweging naar
buiten in de heup binnen in de heup
Pronatie Supinatie= Inversie
= handpalm naar onder gedraaid handpalm naar boven gedraaid = varuskanteling van hiel
eversie = adductie van voorvoet
Afwijkende standen
Houdingsdeformiteit Statische deformiteit Dynamische deformiteit
Afwijkende stand – onvoldoende Stand afwijking door inwerking Stand afwijking door overmatige
spieractiviteit van zwaartekracht bv scoliose of verkeerd uitgeoefende
spieractie bv spitsvoet
Structurele deformiteit Varus valgus
= misvormingen van gewrichten = standafwijking in frontale vlak Convexiteit van lichaamsas af
of botten – enkel chirurgisch beh die hoekstand aangeeft
convexiteit naar lichaams as toe
1
, Calcaneus en equinus Cavus Planus
= hakken voetstand – Holvoet, verhoging van norm. Platvoet, vnl bij kids
spitsvoetstand lengtegewelf
Classificatie fracturen;
AANDOENINGEN THV HEUP EN FEMUR
Typische houding bij vermoeden van heupfractuur → exorotatie van voet + been korter dan het andere
been. ➔ Pat immobiel en schrik om bewegen.
Collum fractuur of femurhalsfractuur
= intracapsulaire fractuur.
Vascularisatie van femurkop bedreigd. Vnl. bij gedisloceerde fracturen avasculaire knopnecrose.
Femurkop behouden → osteosyntheses van heup dmv schroef en of plaat
CHS – cannulated hipscrew:
➢ bij oudere mensen – immobiele pat
➢ niet direct belastbaar
DHS – dynamic hipscrew
➢ jonge pat – pat met veel lichaamsbeweging – lange levensduur – stabiele fracturen
➢ direct belastbaar
vpk – aandachtspunten:
parametercontrole – algemeen welzijn – controle nabloeden (GEEN vacuümdrain) – zo vlug mog
mobiliseren – pijnbestrijding IN – rechtopzitten (1e dagen moeilijk zijn) – controle eetgewoonte en IN
versterkende voeding – afh vna toestand van pat en evt, andere pathologie of trauma’s
2
,geen behoud van femurkop → totale heupprothese
➢ afwegen: optimaal funciteherstel → veelal compromis sluiten.
➢ oudere pat: snel mog. mobiliseren, langdurige bedrust bij bejaarden met collumfractuur.
indicatie heupprothese:
artrose (meest vorkomende reden) & avasculaire necrose - heupdysplasie – reuma
behandeling artrose in heup
kraakbeen 1x beschadigd is – geen herstel meer mogelijk
Doorwijzing naar een fysiotherapeut; oefeningen – hoe te blijven bewegen zonder heupgewricht te
overbelasten.
pijn→ NSAID’s voorschrijven, vele bijwerkingen bij inname van de medicatie.
➔ indien klachten ernstiger worden – via operatie kop of kom vervangen worden – bij vergaande slijtage
gehele gewricht vervangen worden door heupprothese.
preoperatief: tractie van het lidmaat:
➢ tractie stabiliseert tijdelijk
➢ voorkomt avacscularisatie en zenuwbeschadiging
3
, Ingrepen heup (goed kennen!!!!)
heuposteotomie
= uitstel van totale heupprothese, drie effecten;
• vermindering van effectieve kracht op heupkop
• vergroting van dragend opp van heupkop
• verbetering van circulatoire verhoudingen in en om de heup
➔ pat zal uiteindelijk toch een ottale heupprothese moeten krijgen – door de ingreep is er een uitstel van
10 tal jaar
intramedullaire nageling
➢ intracapsulaire fracturen → binnen het gewrichtskapsel
➢ extracapsulaire fracturen → onder gewrichtkapsel
extracapsulaire fracturen – plaatsen van intramedullaire nagel (= nagel metalen staaf die bovenaan de
femur wordt ingebracht tot in femurschacht en fefixeerd met schroeven.)
Totale heupprothese
= vervanging van acetabulum, femurkop door prothese en een stem wordt femoraal in bot geplaatst.
doel; articulatie van het gewricht behouden of opnieuw herstellen.
indicaties: coxartrose & heupfracturen
➢ coxartrose
= artrose in de heup -- vnl. bij ouderen.
Symptomen: pijn in de lies, uitstralend naar bil, pijn bovenbeen en knie → startklachten kunnen
ontstaan
➢ heupfracturen
vnl bij bejaarde – vaak door osteoporose
Na fractuur is axorotatie + verkorting van het been. (bij geïmpacteerde fracturen is het voor pat
onmogelijk heup te bewegen.)
klinisch onderzoek; pat heeft lokale drukpijn en passieve bewegingspijn
fractuurtype → RX
behandelen van heupfractuur; conservatief, dynamische heupschroef, extra- en intramedullair
fixatiemateriaal + plaatsen van totale heupprothese.
conservatief = tractie, bedrust, beperkte mobilisatie.
soorten prothese;
- gecementeerde heupprothese;
cement om prothesen te fixeren – ruimte tussen prothese en bot wordt opgevuld.
nadelen: exotherme reactie – cement hardt niet voor 100% (kan uitlekken) – mechanische sterkte vna
botcement gaat achteruit.
→ betere res op lange termijn bij ouderen dan bij jongeren.
- cementloze heupprothese;
meerschacht vullend – proleem van fixatie wordt opgelost.
licht conische vorm – goede mechanische verklemming → lange termijn biologische fixatie.
calciumfosfaten = bicompatibel; verbindingssterkte met metalen onderlaag is hoog. Probleem bij direct
overgang stijfheid tussen de twee onderdelen ➔ botresorptie teweeg brengen in botdelen die door
prothesemateriaal overbrugt worden. Daarom vnl. titanium prothesen gebruikt.
4
TERMEN
Normale stand;
Flexie = plooien Extensie = strekken Abductie = weg van lichaam
Adductie= naar het lichaam Exorotatie = draaibeweging naar Endorotatie= draaibeweging naar
buiten in de heup binnen in de heup
Pronatie Supinatie= Inversie
= handpalm naar onder gedraaid handpalm naar boven gedraaid = varuskanteling van hiel
eversie = adductie van voorvoet
Afwijkende standen
Houdingsdeformiteit Statische deformiteit Dynamische deformiteit
Afwijkende stand – onvoldoende Stand afwijking door inwerking Stand afwijking door overmatige
spieractiviteit van zwaartekracht bv scoliose of verkeerd uitgeoefende
spieractie bv spitsvoet
Structurele deformiteit Varus valgus
= misvormingen van gewrichten = standafwijking in frontale vlak Convexiteit van lichaamsas af
of botten – enkel chirurgisch beh die hoekstand aangeeft
convexiteit naar lichaams as toe
1
, Calcaneus en equinus Cavus Planus
= hakken voetstand – Holvoet, verhoging van norm. Platvoet, vnl bij kids
spitsvoetstand lengtegewelf
Classificatie fracturen;
AANDOENINGEN THV HEUP EN FEMUR
Typische houding bij vermoeden van heupfractuur → exorotatie van voet + been korter dan het andere
been. ➔ Pat immobiel en schrik om bewegen.
Collum fractuur of femurhalsfractuur
= intracapsulaire fractuur.
Vascularisatie van femurkop bedreigd. Vnl. bij gedisloceerde fracturen avasculaire knopnecrose.
Femurkop behouden → osteosyntheses van heup dmv schroef en of plaat
CHS – cannulated hipscrew:
➢ bij oudere mensen – immobiele pat
➢ niet direct belastbaar
DHS – dynamic hipscrew
➢ jonge pat – pat met veel lichaamsbeweging – lange levensduur – stabiele fracturen
➢ direct belastbaar
vpk – aandachtspunten:
parametercontrole – algemeen welzijn – controle nabloeden (GEEN vacuümdrain) – zo vlug mog
mobiliseren – pijnbestrijding IN – rechtopzitten (1e dagen moeilijk zijn) – controle eetgewoonte en IN
versterkende voeding – afh vna toestand van pat en evt, andere pathologie of trauma’s
2
,geen behoud van femurkop → totale heupprothese
➢ afwegen: optimaal funciteherstel → veelal compromis sluiten.
➢ oudere pat: snel mog. mobiliseren, langdurige bedrust bij bejaarden met collumfractuur.
indicatie heupprothese:
artrose (meest vorkomende reden) & avasculaire necrose - heupdysplasie – reuma
behandeling artrose in heup
kraakbeen 1x beschadigd is – geen herstel meer mogelijk
Doorwijzing naar een fysiotherapeut; oefeningen – hoe te blijven bewegen zonder heupgewricht te
overbelasten.
pijn→ NSAID’s voorschrijven, vele bijwerkingen bij inname van de medicatie.
➔ indien klachten ernstiger worden – via operatie kop of kom vervangen worden – bij vergaande slijtage
gehele gewricht vervangen worden door heupprothese.
preoperatief: tractie van het lidmaat:
➢ tractie stabiliseert tijdelijk
➢ voorkomt avacscularisatie en zenuwbeschadiging
3
, Ingrepen heup (goed kennen!!!!)
heuposteotomie
= uitstel van totale heupprothese, drie effecten;
• vermindering van effectieve kracht op heupkop
• vergroting van dragend opp van heupkop
• verbetering van circulatoire verhoudingen in en om de heup
➔ pat zal uiteindelijk toch een ottale heupprothese moeten krijgen – door de ingreep is er een uitstel van
10 tal jaar
intramedullaire nageling
➢ intracapsulaire fracturen → binnen het gewrichtskapsel
➢ extracapsulaire fracturen → onder gewrichtkapsel
extracapsulaire fracturen – plaatsen van intramedullaire nagel (= nagel metalen staaf die bovenaan de
femur wordt ingebracht tot in femurschacht en fefixeerd met schroeven.)
Totale heupprothese
= vervanging van acetabulum, femurkop door prothese en een stem wordt femoraal in bot geplaatst.
doel; articulatie van het gewricht behouden of opnieuw herstellen.
indicaties: coxartrose & heupfracturen
➢ coxartrose
= artrose in de heup -- vnl. bij ouderen.
Symptomen: pijn in de lies, uitstralend naar bil, pijn bovenbeen en knie → startklachten kunnen
ontstaan
➢ heupfracturen
vnl bij bejaarde – vaak door osteoporose
Na fractuur is axorotatie + verkorting van het been. (bij geïmpacteerde fracturen is het voor pat
onmogelijk heup te bewegen.)
klinisch onderzoek; pat heeft lokale drukpijn en passieve bewegingspijn
fractuurtype → RX
behandelen van heupfractuur; conservatief, dynamische heupschroef, extra- en intramedullair
fixatiemateriaal + plaatsen van totale heupprothese.
conservatief = tractie, bedrust, beperkte mobilisatie.
soorten prothese;
- gecementeerde heupprothese;
cement om prothesen te fixeren – ruimte tussen prothese en bot wordt opgevuld.
nadelen: exotherme reactie – cement hardt niet voor 100% (kan uitlekken) – mechanische sterkte vna
botcement gaat achteruit.
→ betere res op lange termijn bij ouderen dan bij jongeren.
- cementloze heupprothese;
meerschacht vullend – proleem van fixatie wordt opgelost.
licht conische vorm – goede mechanische verklemming → lange termijn biologische fixatie.
calciumfosfaten = bicompatibel; verbindingssterkte met metalen onderlaag is hoog. Probleem bij direct
overgang stijfheid tussen de twee onderdelen ➔ botresorptie teweeg brengen in botdelen die door
prothesemateriaal overbrugt worden. Daarom vnl. titanium prothesen gebruikt.
4