Economie samenvatting (examen) - 2022
Domein D (markt)
Prijselasticiteit
De keuzes die consumten maken, hangen van veel elementen af zoals: prijs, inkomen en
voorkeur.
Ook de prijs van andere goederen kan de vraag naar een bepaald goed beïnvloeden:
- Subsitutiegoederen: koffie melk en koffiepoeder
Koffie melk duurder, vraag naar koffiepoeder stijgt
- Complementaire goederen: dvd’s en dvd-spelers
Dvd-spelers duurder, minder dvd’s verkocht
Elasticiteit van de vraag= reactie van de vraag op een bepaalde verandering
- Prijselasticiteit van de vraag: reactie van de vraag op prijsverandering
Prijs stijgt -> vraag daalt (negatief)
- Inkomenselasticiteit van de vraag: reactie van de vraag op een inkomensverandering
Inkomen stijgt –> vraag stijgt (positief)
Inkomenselasticiteit: EVY = % verandering vraag / % verandering inkomen
- Uitkomst hoger dan 1: inkomenselastische reactie
- Uitkomst tussen 0 en 1: inkomensinelastische reactie
Inferieure goederen= goederen die je niet koopt als je inkomen stijgt (bijv: door lage
kwaliteit)
Inkomenselasticiteit van de vraag = negatief
Primaire goederen: inelastisch, je hebt ze nodig bij ieder inkomen
Luxe goederen: elastische reactie, inkomen daalt -> bezuinigen op luxe goederen
Prijselasticiteit van de vraag: EVP = % verandering vraag / % verandering prijs
- Uitkomst negatiever dan -1: prijselastisch
- Uitkomst tussen 0 en -1: prijsinelastisch
Omzet = afzet x prijs
Prijsinelastische vraag -> prijsverhoging -> verhoging omzet
Opbrengsten
Totale opbrengst = afzet x prijs
Opbrengsten zijn niet vrij besteedbaar, want opbrengsten moeten eerst worden verminderd
met de kosten.
Kosten
, - Constante kosten= afhankelijk van productiecapiciteit. Veranderen pas als de
maximale productie wordt aangepast en veranderen dus alleen op lange termijn.
- Variabele kosten= afhankelijk van afzet (productieomvang), kunnen op korte termijn
veranderen.
Totale kosten = (gemmideld variabele kosten x afzet) + totale constante kosten
Kostprijs berekenen:
Gemiddelde totale kosten= gemiddelde variabele kosten + (totale constante kosten / afzet)
Winst, verlies, break-even
Totale opbrengst – (totale variabele kosten + totale constante kosten) = resultaat
Afschrijvingskosten= (aanschafwaarde – restwaarde) / gebruiksduur
Constante kosten, afhankelijk van productiecapaciteit
Breakeven-afzet: Totale opbrengst = totale kosten
Maximale winst: MO = MK
Marginaal= verandering van de kosten/opbrengsten bij een product extra
Vraag
Betalingsbereidheid= het maximale bedrag dat een koper wil betalen voor een product of
dienst
Vraagfunctie: Qv = ap + b
P= prijs van goed
a= mate waarin de vraag op veranderingen in de prijs reageert
b= gedeelte van de vraag dat niet afhankelijk is van de prijs
Tekenen vraagcurve:
1. Bereken met behulp van de functie de gevraagde hoeveelheid bij een prijs van 0
2. Bereken met behulp van de functie de prijs bij een gevraagde hoeveelheid van 0
3. Teken een assenstelsel, waarin je de berekende punten plaatst
4. Verbind de punten in het assenstelsel met een lineaire lijn
Verschuiving langs de vraagcurve = prijsverandering
Verschuiving van de vraagcurve = verandering gehele vraagfunctie, oorzaken:
Nationaal inkomen
Prijsverandering subsitutiegoederen en complementaire goederen
Aantal vragers
, Verticale vraagcurve= prijselasticiteit van de vraag is volkomen
inelastisch
Horizontale vraagcurve= prijselasticiteit van de vraag is volkomen
elastisch
(vraag)
Aanbod
Verkoopbereidheid= minimale prijs waarvoor een aanbieder het betreffende product wil
verkopen
Gelijk aan de marginale kosten. Als prijs boven de marginale kosten -> winst over
product extra
Aanbodfuntie: Qa = ap – b
P= prijs van het goed
a= mate waarin het aanbod op veranderingen in de prijs reageert
b= gedeelte van het aanbod dat niet afhankelijk is van de prijs
Tekenen aanbodcurve:
1. Bereken met behulp van de functie de prijs bij een aangeboden hoeveelheid van 0
2. Bereken met behulp van de functie van de aangeboden hoeveelheid bij een hogere
prijs dan de vorige stap berekend
3. Teken een assenstelsel
4. Verbind de punten met een lineaire lijn
Verschuiving van de aanbodcurve oorzaken:
Grondstoffen duurder
Arbeidsproductiviteit verandert
Aantal aanbieders veranderd
Marktevenwicht
Concrete markt= markt met kraampjes
Abstracte markt= arbeidsmarkt, huizenmarkt
Marktevenwicht= vraag & aanbod gelijk
De markt zoekt steeds naar marktevenwicht = marktmechanisme
Domein D (markt)
Prijselasticiteit
De keuzes die consumten maken, hangen van veel elementen af zoals: prijs, inkomen en
voorkeur.
Ook de prijs van andere goederen kan de vraag naar een bepaald goed beïnvloeden:
- Subsitutiegoederen: koffie melk en koffiepoeder
Koffie melk duurder, vraag naar koffiepoeder stijgt
- Complementaire goederen: dvd’s en dvd-spelers
Dvd-spelers duurder, minder dvd’s verkocht
Elasticiteit van de vraag= reactie van de vraag op een bepaalde verandering
- Prijselasticiteit van de vraag: reactie van de vraag op prijsverandering
Prijs stijgt -> vraag daalt (negatief)
- Inkomenselasticiteit van de vraag: reactie van de vraag op een inkomensverandering
Inkomen stijgt –> vraag stijgt (positief)
Inkomenselasticiteit: EVY = % verandering vraag / % verandering inkomen
- Uitkomst hoger dan 1: inkomenselastische reactie
- Uitkomst tussen 0 en 1: inkomensinelastische reactie
Inferieure goederen= goederen die je niet koopt als je inkomen stijgt (bijv: door lage
kwaliteit)
Inkomenselasticiteit van de vraag = negatief
Primaire goederen: inelastisch, je hebt ze nodig bij ieder inkomen
Luxe goederen: elastische reactie, inkomen daalt -> bezuinigen op luxe goederen
Prijselasticiteit van de vraag: EVP = % verandering vraag / % verandering prijs
- Uitkomst negatiever dan -1: prijselastisch
- Uitkomst tussen 0 en -1: prijsinelastisch
Omzet = afzet x prijs
Prijsinelastische vraag -> prijsverhoging -> verhoging omzet
Opbrengsten
Totale opbrengst = afzet x prijs
Opbrengsten zijn niet vrij besteedbaar, want opbrengsten moeten eerst worden verminderd
met de kosten.
Kosten
, - Constante kosten= afhankelijk van productiecapiciteit. Veranderen pas als de
maximale productie wordt aangepast en veranderen dus alleen op lange termijn.
- Variabele kosten= afhankelijk van afzet (productieomvang), kunnen op korte termijn
veranderen.
Totale kosten = (gemmideld variabele kosten x afzet) + totale constante kosten
Kostprijs berekenen:
Gemiddelde totale kosten= gemiddelde variabele kosten + (totale constante kosten / afzet)
Winst, verlies, break-even
Totale opbrengst – (totale variabele kosten + totale constante kosten) = resultaat
Afschrijvingskosten= (aanschafwaarde – restwaarde) / gebruiksduur
Constante kosten, afhankelijk van productiecapaciteit
Breakeven-afzet: Totale opbrengst = totale kosten
Maximale winst: MO = MK
Marginaal= verandering van de kosten/opbrengsten bij een product extra
Vraag
Betalingsbereidheid= het maximale bedrag dat een koper wil betalen voor een product of
dienst
Vraagfunctie: Qv = ap + b
P= prijs van goed
a= mate waarin de vraag op veranderingen in de prijs reageert
b= gedeelte van de vraag dat niet afhankelijk is van de prijs
Tekenen vraagcurve:
1. Bereken met behulp van de functie de gevraagde hoeveelheid bij een prijs van 0
2. Bereken met behulp van de functie de prijs bij een gevraagde hoeveelheid van 0
3. Teken een assenstelsel, waarin je de berekende punten plaatst
4. Verbind de punten in het assenstelsel met een lineaire lijn
Verschuiving langs de vraagcurve = prijsverandering
Verschuiving van de vraagcurve = verandering gehele vraagfunctie, oorzaken:
Nationaal inkomen
Prijsverandering subsitutiegoederen en complementaire goederen
Aantal vragers
, Verticale vraagcurve= prijselasticiteit van de vraag is volkomen
inelastisch
Horizontale vraagcurve= prijselasticiteit van de vraag is volkomen
elastisch
(vraag)
Aanbod
Verkoopbereidheid= minimale prijs waarvoor een aanbieder het betreffende product wil
verkopen
Gelijk aan de marginale kosten. Als prijs boven de marginale kosten -> winst over
product extra
Aanbodfuntie: Qa = ap – b
P= prijs van het goed
a= mate waarin het aanbod op veranderingen in de prijs reageert
b= gedeelte van het aanbod dat niet afhankelijk is van de prijs
Tekenen aanbodcurve:
1. Bereken met behulp van de functie de prijs bij een aangeboden hoeveelheid van 0
2. Bereken met behulp van de functie van de aangeboden hoeveelheid bij een hogere
prijs dan de vorige stap berekend
3. Teken een assenstelsel
4. Verbind de punten met een lineaire lijn
Verschuiving van de aanbodcurve oorzaken:
Grondstoffen duurder
Arbeidsproductiviteit verandert
Aantal aanbieders veranderd
Marktevenwicht
Concrete markt= markt met kraampjes
Abstracte markt= arbeidsmarkt, huizenmarkt
Marktevenwicht= vraag & aanbod gelijk
De markt zoekt steeds naar marktevenwicht = marktmechanisme