100% satisfaction guarantee Immediately available after payment Both online and in PDF No strings attached 4.6 TrustPilot
logo-home
Summary

Samenvatting Algemene Economie

Rating
-
Sold
-
Pages
5
Uploaded on
22-03-2023
Written in
2021/2022

De samenvatting beschrijft: Verschuiving van de vraaglijn, primaire sector, secundaire sector, tertiaire sector, quartaire sector, collectieve sector, allocatie, structurele werkloosheid, herverdeling, regulering, macro-economische doelstellingen, overheidssaldo, overheidsschuld, loon-prijsspiraal, conjunctuur op korte termijn, laagconjunctuur, hoogconjunctuur, overhitting, MEV, , overheidsinvesteringen, open economie, economische kringloop, inflatie, deflatie, hyperinflatie, oorzaken inflatie. aanbodlijn, marktevenwicht op korte termijn, Cn-Ratio, Subsitutie-effect, homogene producten, heterogene producten, volledig vrije mededinging, monopolistische concurrentie, oligopolie, kartel, monopolie, marktfalen, manieren van overheidsingrijpen, quasi-collectieve goederen, maximumprijs, minimumprijs, uitgangspunten overheidsingrijpen, productie, bnp, economische groei, welvaart, welzijn, behoeftepiramide van Maslov, beloning voor de productiefactor, primair inkomen, secundair inkomen, verschillen in inkomen op diverse niveaus, categorieën consumptie, vaste kapitaalgoederen, vlottende kapitaalgoederen, materiële overheidsconsumptie, Keynesiaanse economen en het anticyclisch begrotingsbeleid.

Show more Read less
Institution
Course

Content preview

Samenvatting Algemene Economie
Verschuiving van de vraaglijn: de gevraagde hoeveelheid verandert niet door een
prijsverandering, maar door:
- Verandering behoeftes;
- Reclamecampagne;
- Wegvallen concurrent.
Aanbodlijn: een hogere marktprijs leidt (vaak) tot een hogere winst(marge). Een hogere
winst (marge) leidt tot een hogere productiehoeveelheid.
Bij elke prijs stijgt de aangeboden hoeveelheid. Bijvoorbeeld door:
- Kostendaling → loon, grondstoffen
- Efficiencywinst → innovatie
- Hogere afzetverwachting
De aanbodlijn verloopt stijgend als een hogere marktprijs een hogere productie uitlokt.
Marktevenwicht op korte termijn: wordt zelden bereikt in de praktijk, omdat consumenten
en producenten niet weten hoe de vraag- en aanbodlijn precies lopen.
Cn- Ratio, C = concentratie van aanbieders; n = aantal (grootste) aanbieders.
Substitutie-effect: de verandering van de vraag naar een product door een gebeurtenis,
bijvoorbeeld als de prijs van bier stijgt zullen mensen iets anders gaan drinken, bijvoorbeeld
wijn.
Homogene producten: concurrentie op prijs en macht ligt bij de kopers
Heterogene producten: concurrentie op product en macht bij de verkopers
Toetreding barrières: toegang tot distributiekanalen, bescherming door de overheid,
schaalvoordelen (voordelen van op grote schaal opereren), merkbekendheid en
overstapkosten
Volledig vrije mededinging: veel aanbieders (kopersmarkt), transparante markt, homogeen
product, minimale winstmarge -> resultaat = vaste prijs
Monopolistische concurrentie: veel aanbieders, heterogeen product, concurrentie op
product, meer toetreding barrières en minder transparantie.
Oligopolie: weinig aanbieders, homogeen of heterogeen product, geen transparante markt,
hoge toetreding barrières en concurrentie op product. (voorbeelden: bankwezen, telefonie,
hoger onderwijs, auto-industrie, supermarkten, accountancy en verzekeringsmaatschappijen)
Kartel: een samenwerkingsverband die wettelijk verboden is. Met maar enkele aanbieders in
een markt is het verleidelijk om onderling afspraken te maken over productie en prijzen.
Monopolie: één aanbieder: verkopersmarkt, homogeen product, meestal door de overheid
of bij technische innovaties (tijdelijk).
Marktfalen: voorbeelden hiervan zijn werkloosheid, drugshandel, wapenindustrie,
kartelvorming, schaarste of milieuverontreiniging.
Manieren van overheidsingrijpen: zelf produceren (collectieve goederen; denk aan
defensie), productie controleren (quasi-collectieve goederen; hogeschool),

, subsidies (meritgoederen, denk aan opera en musea) en belastingen (demerit goederen,
zoals benzine, tabak en junkfood), minimum- en maximumprijzen, verbod op productie.
Quasi-collectieve goederen: dit zijn goederen of diensten die de overheid subsidieert om
het gebruik ervan te regelen en te stimuleren.
Maximumprijs: de overheid stelt een prijs vast die lager ligt dan de marktprijs. Het doel
hiervan is de koper beschermen.
Minimumprijs: de overheid stelt een prijs vast die hoger ligt dan de marktprijs, doel: de
werknemer of de koper beschermen.
Uitgangspunten overheidsingrijpen: geen prijsafspraken, vrije vestiging, openbaarheid
cijfers, vrije openingstijden en openheid over leveranciers.
Productie: (toegevoegde waarde) elke schakel in de bedrijfskolom voegt waarde toe aan het
product.
Bruto binnenlands product: de toegevoegde waarde van alle bedrijven in Nederland bij
elkaar opgeteld heet het BBP.
Economische groei: verandering BBP
Welvaart: te meten met het BBP per hoofd van de bevolking.
Welzijn: te meten met het HDI (gezondheid, kennis & ontwikkeling, levensstandaard).
Behoeften piramide van Maslov (van onder naar boven)
- fysiologische behoeften
- zekerheid
- sociale acceptatie
- waardering
- zelfontplooiing
De beloning voor de productiefactor: arbeid → loon, kapitaal → rente en winst.
Primair inkomen: loon, rente en winst
Secundair inkomen: uitkeringen en (directe) subsidies.
Verschillen in inkomen op diverse niveaus: regionaal, sociaal en etnisch.
Categorieën consumptie: voedings- en genotmiddelen, duurzame consumptiegoederen en
overige goederen en diensten.
Als je inkomen te laag is voor je consumptie kun je ook; lenen, delen of op krediet kopen.
De hoogte van de totale consumptie is afhankelijk van: inkomen en vermogen, prijsniveau,
rente, consumentenvertrouwen.
Vaste kapitaalgoederen: hebben meer dan één productieproces (denk aan gebouwen,
transportmiddelen, machines, gereedschap en inventaris).
Vlottende kapitaalgoederen: meer dan één productieproces (denk aan grondstoffen,
materialen, verpakking en brandstof).
Materiële overheidsconsumptie: vlottende kapitaalgoederen (tankstation)
Overheidsinvesteringen: vaste kapitaalgoederen (infrastructuur)

Written for

Institution
Study
Course

Document information

Uploaded on
March 22, 2023
Number of pages
5
Written in
2021/2022
Type
SUMMARY

Subjects

$7.14
Get access to the full document:

100% satisfaction guarantee
Immediately available after payment
Both online and in PDF
No strings attached

Get to know the seller
Seller avatar
Femke05

Get to know the seller

Seller avatar
Femke05 Fontys Hogeschool
Follow You need to be logged in order to follow users or courses
Sold
1
Member since
4 year
Number of followers
1
Documents
2
Last sold
3 year ago

0.0

0 reviews

5
0
4
0
3
0
2
0
1
0

Trending documents

Recently viewed by you

Why students choose Stuvia

Created by fellow students, verified by reviews

Quality you can trust: written by students who passed their tests and reviewed by others who've used these notes.

Didn't get what you expected? Choose another document

No worries! You can instantly pick a different document that better fits what you're looking for.

Pay as you like, start learning right away

No subscription, no commitments. Pay the way you're used to via credit card and download your PDF document instantly.

Student with book image

“Bought, downloaded, and aced it. It really can be that simple.”

Alisha Student

Frequently asked questions