Ongezond
Je kan keuzes maken die invloed hebben op je gezondheid:
• Op je leefwijze heb je bijvoorbeeld veel invloed.
• Op je omgeving heb je minder invloed.
• De gezondheidszorg heb je ook minder in de hand.
Het gebruik van genotsmiddelen zijn minder goed voor je. Hiertoe behoren:
• Alcohol
• Tabaksproducten
• Drugs
De effecten van drugs hebben verschillende effecten:
• Verdovend effect, je voelt minder
• Stimulerend effect, je krijg energie
• Bewustzijn veranderd effect, je gaat dingen anders zien
Je kan verslaafd raken aan deze middelen. Dit kan je onderverdelen in:
• Lichamelijke afhankelijkheid, hierbij reageert je lichaam als je het niet gebruikt
• Geestelijke afhankelijkheid, hierbij is je hoofd er erg afhankelijk van
• Sociale afhankelijkheid, zoals het drinken van alcohol in de kroeg
Bij roken adem je veel schadelijke stoffen in:
• Nicotine, opwekkend, verslavend stofje
• Teer, beschadigt de binnenkant van het ademhalingsstelsel en is kankerverwekkend
• Koolstofmonoxide: neemt de plek van zuurstof in in het bloed (je krijgt minder zuurstof)
Van veel roken kan je COPD of kanker krijgen.
Bij COPD worden de longblaasjes beschadigd. Ook kan het luchtpijptakje beschadigd raken.
Alcohol heeft ook effecten op je lichaam. Je kan wat losser worden, maar ook stomme dingen doen waar je later spijt van krijgt.
Als je jong ben kan alcohol een slecht effect hebben op je hersenen, omdat je hersenen dan nog in ontwikkeling zijn.
, Goed geregeld
In het lichaam moet veel geregeld worden. Dit wordt onder andere gedaan door uitwisseling van stoffen.
Je neemt stoffen op die je nodig hebt en geeft stoffen af die je niet meer nodig hebt.
Hieronder zie je een overzicht van organen en welke stoffen deze uitwisselen.
De alvleesklier
Het glucosegehalte van het bloed wordt geregeld door twee hormonen.
Er moet een bepaald gehalte glucose in het bloed zitten: niet te veel, maar zeker ook niet te weinig.
Glucagon en insuline zijn de hormonen die dit gehalte regelen.
Hiernaast zie je dit proces.
Als er glucagon wordt afgegeven, wordt glycogeen omgezet naar glucose. Glycogeen is een suiker wat wordt opgeslagen in de spieren en
in de lever.
Glucagon wordt gemaakt in de alvleesklier. De alvleesklier maakt ook insuline aan.
Als het glucosegehalte te hoog is wordt er insuline afgegeven. Als insuline wordt afgegeven wordt glucose omgezet in glycogeen en
opgeslagen in de spieren en lever.
Als deze processen niet goed werken, spreek je van suikerziekte. Hierbij werkt de regeling van glucose niet goed.
Je hebt hierbij twee vormen suikerziekte:
• Type 1: insuline wordt niet goed geproduceerd
• Type 2: lichaamscellen reageren niet goed meer om het hormoon insuline.
Je kan keuzes maken die invloed hebben op je gezondheid:
• Op je leefwijze heb je bijvoorbeeld veel invloed.
• Op je omgeving heb je minder invloed.
• De gezondheidszorg heb je ook minder in de hand.
Het gebruik van genotsmiddelen zijn minder goed voor je. Hiertoe behoren:
• Alcohol
• Tabaksproducten
• Drugs
De effecten van drugs hebben verschillende effecten:
• Verdovend effect, je voelt minder
• Stimulerend effect, je krijg energie
• Bewustzijn veranderd effect, je gaat dingen anders zien
Je kan verslaafd raken aan deze middelen. Dit kan je onderverdelen in:
• Lichamelijke afhankelijkheid, hierbij reageert je lichaam als je het niet gebruikt
• Geestelijke afhankelijkheid, hierbij is je hoofd er erg afhankelijk van
• Sociale afhankelijkheid, zoals het drinken van alcohol in de kroeg
Bij roken adem je veel schadelijke stoffen in:
• Nicotine, opwekkend, verslavend stofje
• Teer, beschadigt de binnenkant van het ademhalingsstelsel en is kankerverwekkend
• Koolstofmonoxide: neemt de plek van zuurstof in in het bloed (je krijgt minder zuurstof)
Van veel roken kan je COPD of kanker krijgen.
Bij COPD worden de longblaasjes beschadigd. Ook kan het luchtpijptakje beschadigd raken.
Alcohol heeft ook effecten op je lichaam. Je kan wat losser worden, maar ook stomme dingen doen waar je later spijt van krijgt.
Als je jong ben kan alcohol een slecht effect hebben op je hersenen, omdat je hersenen dan nog in ontwikkeling zijn.
, Goed geregeld
In het lichaam moet veel geregeld worden. Dit wordt onder andere gedaan door uitwisseling van stoffen.
Je neemt stoffen op die je nodig hebt en geeft stoffen af die je niet meer nodig hebt.
Hieronder zie je een overzicht van organen en welke stoffen deze uitwisselen.
De alvleesklier
Het glucosegehalte van het bloed wordt geregeld door twee hormonen.
Er moet een bepaald gehalte glucose in het bloed zitten: niet te veel, maar zeker ook niet te weinig.
Glucagon en insuline zijn de hormonen die dit gehalte regelen.
Hiernaast zie je dit proces.
Als er glucagon wordt afgegeven, wordt glycogeen omgezet naar glucose. Glycogeen is een suiker wat wordt opgeslagen in de spieren en
in de lever.
Glucagon wordt gemaakt in de alvleesklier. De alvleesklier maakt ook insuline aan.
Als het glucosegehalte te hoog is wordt er insuline afgegeven. Als insuline wordt afgegeven wordt glucose omgezet in glycogeen en
opgeslagen in de spieren en lever.
Als deze processen niet goed werken, spreek je van suikerziekte. Hierbij werkt de regeling van glucose niet goed.
Je hebt hierbij twee vormen suikerziekte:
• Type 1: insuline wordt niet goed geproduceerd
• Type 2: lichaamscellen reageren niet goed meer om het hormoon insuline.