Aardrijkskunde blok 2
Doel aardrijkskunde: Aardrijkskunde biedt leerlingen een venster op de wereld. In de
kerndoelen voor het basisonderwijs staat: ‘’ .. leerlingen ontwikkelen een samenhangend,
eigentijds, wereldbeeld.’’
Aardrijkskunde gaat over de aarde en hoe de mens daarop leeft, ook wel aarde en wereld.
De 4 vragen van ak:
Wat: is er te zien, gebeurt er?
Waar: is het?
Waarom: is het daar zo?
Wat betekend dat voor mij en voor anderen: andere plaatsen, meningen
Het vakconcept OMW gebruik je als stappenplan. De fasen van de vierslag:
Ontmoeten, waarnemen
Wat? Wie? Waar? Wanneer? Herkennen/vergelijken
Verklaren Waar heb ik dat eerder gezien? Hoe is dat op
Waarom is het daar zo? andere plaatsen?
Waarderen
Wat vinden anderen ervan? Wat vind ik zelf?
Vierslag gebeurt voor het ontwerpen van de les. Multiperspectiviteit wordt gebruikt voor de
leerinhouden.
Multiperspectiviteit vind bij aardrijkskunde plaats bij de volgende perspectieven:
- Economisch perspectief: Hoe hangt het onderwerp samen met het levensonderhoud
van mensen? Wat voor werk doen ze, wat verdienen ze, waar geven ze dat aan uit?
- Sociaal perspectief: Hoe hangt het onderwerp samen met de manier waarop mensen
met elkaar omgaan?
- Politiek perspectief: Hoe hangt het onderwerp samen met macht en
machteloosheid, bestuur, regels en sancties?
- Cultureel perspectief: Hoe hangt het onderwerp samen met de zin- en vormgeving
van mensen: religie, kunst, techniek, feesten, rituelen, waarden en normen?
- Individueel perspectief: Hoe hangt het onderwerp samen met gevoelens en emoties
van mensen? Met het gedragspatroon van mensen met het oog op gezondheid en
redzaamheid?
- Natuurlijk perspectief: Hoe hangt dit onderwerp samen met de levende en de niet-
levende natuur en de manier waarop mensen daarmee omgaan?
- Ruimtelijk perspectief: Hoe hangt dit onderwerp samen met de manier waarop de
ruimte is ingericht?
- Tijdelijk perspectief: Hoe hangt dit onderwerp samen met 'vroeger'? Welke
veranderingen zijn opgetreden?”
In aardrijkskunde hangen met deze dingen ook aardrijkskundige vaardigheden samen zoals:
vergelijken, kaartvaardigheden, wisselen van schaalniveau.
Doel aardrijkskunde: Aardrijkskunde biedt leerlingen een venster op de wereld. In de
kerndoelen voor het basisonderwijs staat: ‘’ .. leerlingen ontwikkelen een samenhangend,
eigentijds, wereldbeeld.’’
Aardrijkskunde gaat over de aarde en hoe de mens daarop leeft, ook wel aarde en wereld.
De 4 vragen van ak:
Wat: is er te zien, gebeurt er?
Waar: is het?
Waarom: is het daar zo?
Wat betekend dat voor mij en voor anderen: andere plaatsen, meningen
Het vakconcept OMW gebruik je als stappenplan. De fasen van de vierslag:
Ontmoeten, waarnemen
Wat? Wie? Waar? Wanneer? Herkennen/vergelijken
Verklaren Waar heb ik dat eerder gezien? Hoe is dat op
Waarom is het daar zo? andere plaatsen?
Waarderen
Wat vinden anderen ervan? Wat vind ik zelf?
Vierslag gebeurt voor het ontwerpen van de les. Multiperspectiviteit wordt gebruikt voor de
leerinhouden.
Multiperspectiviteit vind bij aardrijkskunde plaats bij de volgende perspectieven:
- Economisch perspectief: Hoe hangt het onderwerp samen met het levensonderhoud
van mensen? Wat voor werk doen ze, wat verdienen ze, waar geven ze dat aan uit?
- Sociaal perspectief: Hoe hangt het onderwerp samen met de manier waarop mensen
met elkaar omgaan?
- Politiek perspectief: Hoe hangt het onderwerp samen met macht en
machteloosheid, bestuur, regels en sancties?
- Cultureel perspectief: Hoe hangt het onderwerp samen met de zin- en vormgeving
van mensen: religie, kunst, techniek, feesten, rituelen, waarden en normen?
- Individueel perspectief: Hoe hangt het onderwerp samen met gevoelens en emoties
van mensen? Met het gedragspatroon van mensen met het oog op gezondheid en
redzaamheid?
- Natuurlijk perspectief: Hoe hangt dit onderwerp samen met de levende en de niet-
levende natuur en de manier waarop mensen daarmee omgaan?
- Ruimtelijk perspectief: Hoe hangt dit onderwerp samen met de manier waarop de
ruimte is ingericht?
- Tijdelijk perspectief: Hoe hangt dit onderwerp samen met 'vroeger'? Welke
veranderingen zijn opgetreden?”
In aardrijkskunde hangen met deze dingen ook aardrijkskundige vaardigheden samen zoals:
vergelijken, kaartvaardigheden, wisselen van schaalniveau.