Hoorcollege 6 Lens, cataract
Leerdoelen
de anatomie van de lens omschrijven
Zorgt ervoor dat het licht op de juiste manier wordt gebroken.
Cornea breekt rond de 43-48 dpt, de lens breekt rond de 20 dpt. En komt dan achter op het netvlies
terecht. Eerst buigt de cornea het licht naar binnen, daarna door de lens, en komt het beeld scherp
op de retina.
Als je jong bent gaat dit prima (geboorte 15 dpt, 25 jaar 8 dpt, ouder dan 50 1-2 dpt (presbyopie =
verziendheid door vermindering van het accommodatievermogen)), maar kom je boven de 50 jaar
dan gaat het systeem mindergoed werken.
De lens is dubbelbol (convex), doorzichtig,
9 mm groot.
De lens bestaat uit verschillende delen:
eptiheel, cortex, nucleus
De lens is opgebouwd uit drie delen:
, - Het kapsel (het zakje waar de lens in zit, en spant aan)
- Epitheel (bron van de lensvezels, zit een basaalmembraan, een barrière om grote
moleculen geen doorgang te laten vinden). Epitheel zit alleen aan de voorkant. De lens
ontstaat uit het ectoderm.
- De lensvezels zelf
Het kapsel is elastisch, zit veel elastine in, heeft snel de nijging om bol te gaan staan. Lens zit vast
met zonula vezels.
Oogbeker groeit tegen het ectoderm aan, en er ontstaat een hol bolletje en zakt het naar binnen en
ontstaat er uiteindelijk een lens.
Hoe dieper de lensvezels zitten, hoe ouder ze zijn. Ze differentiëren steeds.
Verschillende delen van de lens:
1. Kapsel (anterior)
2. Voorste lijn van de verdeling (tussen epitheel en cortex)
3. Voorkant van de volwassen nucleus
4. Voorkant van het oppervlak van de foetale nucleus
5. Voorste helft van embryonale nucleus (met daarin de Y structuur)
6. Achterste helft van embryonale nucleus (met daarin λ structuur)
7. Achterste oppervlak van foetale nucleus
8. Achterste oppervlak van volwassen nucleus
9. Achterste lijn (verdeling tussen cortex en kapsel)
10. Achterste kapsel
het lenskapsel omschrijven
Leerdoelen
de anatomie van de lens omschrijven
Zorgt ervoor dat het licht op de juiste manier wordt gebroken.
Cornea breekt rond de 43-48 dpt, de lens breekt rond de 20 dpt. En komt dan achter op het netvlies
terecht. Eerst buigt de cornea het licht naar binnen, daarna door de lens, en komt het beeld scherp
op de retina.
Als je jong bent gaat dit prima (geboorte 15 dpt, 25 jaar 8 dpt, ouder dan 50 1-2 dpt (presbyopie =
verziendheid door vermindering van het accommodatievermogen)), maar kom je boven de 50 jaar
dan gaat het systeem mindergoed werken.
De lens is dubbelbol (convex), doorzichtig,
9 mm groot.
De lens bestaat uit verschillende delen:
eptiheel, cortex, nucleus
De lens is opgebouwd uit drie delen:
, - Het kapsel (het zakje waar de lens in zit, en spant aan)
- Epitheel (bron van de lensvezels, zit een basaalmembraan, een barrière om grote
moleculen geen doorgang te laten vinden). Epitheel zit alleen aan de voorkant. De lens
ontstaat uit het ectoderm.
- De lensvezels zelf
Het kapsel is elastisch, zit veel elastine in, heeft snel de nijging om bol te gaan staan. Lens zit vast
met zonula vezels.
Oogbeker groeit tegen het ectoderm aan, en er ontstaat een hol bolletje en zakt het naar binnen en
ontstaat er uiteindelijk een lens.
Hoe dieper de lensvezels zitten, hoe ouder ze zijn. Ze differentiëren steeds.
Verschillende delen van de lens:
1. Kapsel (anterior)
2. Voorste lijn van de verdeling (tussen epitheel en cortex)
3. Voorkant van de volwassen nucleus
4. Voorkant van het oppervlak van de foetale nucleus
5. Voorste helft van embryonale nucleus (met daarin de Y structuur)
6. Achterste helft van embryonale nucleus (met daarin λ structuur)
7. Achterste oppervlak van foetale nucleus
8. Achterste oppervlak van volwassen nucleus
9. Achterste lijn (verdeling tussen cortex en kapsel)
10. Achterste kapsel
het lenskapsel omschrijven