Toepassingsvoorwaarden
erfrecht
Deel I Erfrecht
Hoofdstuk 1 Erven
Titularis van het vermogen overlijdt (art. 718 BW) – Bewijs – Openvallen
nalatenschap
1. Overlijdingsakte
2. Door een vonnis dat het overlijden gerechtelijk vaststelt
3. Uitzonderlijk wanneer een persoon afwezig wordt verklaard
Erfgenamen
1. Wettelijk erfgenamen
2. Testamentair erfgenamen
3. Contractuele erfgenamen
Devolutie
1. Wettelijke devolutie
2. Testamentaire devolutie
3. Contractuele devolutie
Belang datum van de nalatenschap
1. Bepaalt men welke goederen en schulden
2. Beoordeelt men de roeping en de bekwaamheid
3. Termijnen beginnen te lopen
4. Bepaalt men de waarde van de geschonken goederen die moeten worden ingebracht
5. Start de interestloop van rechtswege
Hoofdstuk 2 Erfbekwaam
Erfbekwaam
1. Bestaan
2. In leven zijn
3. Niet uitgesloten of vervallen
4. Niet onwaardig
1
, Hoofdstuk 3 Wettelijke erfgerechtigden: verwanten
Verwanten (art. 4.10 BW)
1. Afstammelingen of descendenten (verwanten in rechte, neerdalende lijn)
2. Ascendenten (verwanten in rechte, opgaande lijn)
3. Zijverwanten of collateralen
Ordes
1. Afstammelingen descendenten
2. Bevoorrechte zijverwanten of collateralen + vader, moeder als deze kinderen hebben
a. Kleine kloving voor half broers en zussen + volle broers en zussen
3. Bij geen kinderen vader + moeder (ascendenten) + verdere ascendenten
a. Grote kloving
4. Gewone zijverwanten
a. Grote kloving
b. Vruchtgebruik 1/3 bij samenloop met vader/moeder
* Is de erflater gehuwd dan veranderd dit voor de langstlevende:
Kloving is er wanneer de erflater bloedverwanten in opgaande lijn nalaat
GEEN kloving wanneer de erflater enkel erfgenamen van de vierde orde nalaat
Voorwaarden plaatsvervuller
1. Bloedverwant van de erflater en afstammeling van diegene wiens plaats wordt ingevuld
2. Bestaan bij het overlijden van de erflater
3. Niet onwaardig zijn ten aanzien van de erflater
Hoofdstuk 4 De langstlevende echtgenote
Aard en omvang langstlevende afhankelijk van
1. Welke bloedverwanten zij tot de nalatenschap komt
2. Onder welk huwelijksstelsel zij gehuwd zijn
Voorwaarden langstlevende echtgenoot
1. Gehuwd
2. Samenwonen niet vereist, ook bij FS kan
3. Niet uit de echt gescheiden
2
, Gevolgen echtgenoot tot de nalatenschap
1. Vanaf overlijden of afwezig verklaard
2. Niet onwaardig
3. Keuzemogelijkheid
4. Niet aan zijn nalatenschap voor het overlijden verzaken
5. Bijdragen in de schulden van de nalatenschap
Concreet vruchtgebruik
1. Goederen die op de dag van het overlijden aanwezig zijn
2. Goederen die de erflater, tijdens zij huwelijk met de langstlevende, aan kinderen of aan derden had
geschonken onder voorbehoud van vruchtgebruik (art. 4.90 BW)
3. Goederen die de erflater, tijdens zij huwelijk met de langstlevende, aan kinderen of aan derden had
geschonken en die moeten worden ingekort vanwege een aantasting van haar concrete reserve (art.
4.147 BW)
Samenloop met afstammelingen
Vruchtgebruik op de volledige nalatenschap, kinderen blote eigendom
1. Let op voor de assepoesterregel
Bij samenloop met bloedverwanten van tweede of derde orde
1. Volle eigendom over het deel van de erflater in het GV
2. Vruchtgebruik op de overige goederen van de erflater zijn EV
Samenloop met bloedverwanten vierde graad of geen samenloop
Volle eigendom op de volledige nalatenschap
Omzetting vruchtgebruik
1. In rente
2. In volle eigendom van met vruchtgebruik belaste goederen
3. In een geldsom
4. Omzetting in een onverdeeld aandeel van de nalatenschap
Omzetting regeling
1. Minnelijk
2. Gerechtelijk
3
erfrecht
Deel I Erfrecht
Hoofdstuk 1 Erven
Titularis van het vermogen overlijdt (art. 718 BW) – Bewijs – Openvallen
nalatenschap
1. Overlijdingsakte
2. Door een vonnis dat het overlijden gerechtelijk vaststelt
3. Uitzonderlijk wanneer een persoon afwezig wordt verklaard
Erfgenamen
1. Wettelijk erfgenamen
2. Testamentair erfgenamen
3. Contractuele erfgenamen
Devolutie
1. Wettelijke devolutie
2. Testamentaire devolutie
3. Contractuele devolutie
Belang datum van de nalatenschap
1. Bepaalt men welke goederen en schulden
2. Beoordeelt men de roeping en de bekwaamheid
3. Termijnen beginnen te lopen
4. Bepaalt men de waarde van de geschonken goederen die moeten worden ingebracht
5. Start de interestloop van rechtswege
Hoofdstuk 2 Erfbekwaam
Erfbekwaam
1. Bestaan
2. In leven zijn
3. Niet uitgesloten of vervallen
4. Niet onwaardig
1
, Hoofdstuk 3 Wettelijke erfgerechtigden: verwanten
Verwanten (art. 4.10 BW)
1. Afstammelingen of descendenten (verwanten in rechte, neerdalende lijn)
2. Ascendenten (verwanten in rechte, opgaande lijn)
3. Zijverwanten of collateralen
Ordes
1. Afstammelingen descendenten
2. Bevoorrechte zijverwanten of collateralen + vader, moeder als deze kinderen hebben
a. Kleine kloving voor half broers en zussen + volle broers en zussen
3. Bij geen kinderen vader + moeder (ascendenten) + verdere ascendenten
a. Grote kloving
4. Gewone zijverwanten
a. Grote kloving
b. Vruchtgebruik 1/3 bij samenloop met vader/moeder
* Is de erflater gehuwd dan veranderd dit voor de langstlevende:
Kloving is er wanneer de erflater bloedverwanten in opgaande lijn nalaat
GEEN kloving wanneer de erflater enkel erfgenamen van de vierde orde nalaat
Voorwaarden plaatsvervuller
1. Bloedverwant van de erflater en afstammeling van diegene wiens plaats wordt ingevuld
2. Bestaan bij het overlijden van de erflater
3. Niet onwaardig zijn ten aanzien van de erflater
Hoofdstuk 4 De langstlevende echtgenote
Aard en omvang langstlevende afhankelijk van
1. Welke bloedverwanten zij tot de nalatenschap komt
2. Onder welk huwelijksstelsel zij gehuwd zijn
Voorwaarden langstlevende echtgenoot
1. Gehuwd
2. Samenwonen niet vereist, ook bij FS kan
3. Niet uit de echt gescheiden
2
, Gevolgen echtgenoot tot de nalatenschap
1. Vanaf overlijden of afwezig verklaard
2. Niet onwaardig
3. Keuzemogelijkheid
4. Niet aan zijn nalatenschap voor het overlijden verzaken
5. Bijdragen in de schulden van de nalatenschap
Concreet vruchtgebruik
1. Goederen die op de dag van het overlijden aanwezig zijn
2. Goederen die de erflater, tijdens zij huwelijk met de langstlevende, aan kinderen of aan derden had
geschonken onder voorbehoud van vruchtgebruik (art. 4.90 BW)
3. Goederen die de erflater, tijdens zij huwelijk met de langstlevende, aan kinderen of aan derden had
geschonken en die moeten worden ingekort vanwege een aantasting van haar concrete reserve (art.
4.147 BW)
Samenloop met afstammelingen
Vruchtgebruik op de volledige nalatenschap, kinderen blote eigendom
1. Let op voor de assepoesterregel
Bij samenloop met bloedverwanten van tweede of derde orde
1. Volle eigendom over het deel van de erflater in het GV
2. Vruchtgebruik op de overige goederen van de erflater zijn EV
Samenloop met bloedverwanten vierde graad of geen samenloop
Volle eigendom op de volledige nalatenschap
Omzetting vruchtgebruik
1. In rente
2. In volle eigendom van met vruchtgebruik belaste goederen
3. In een geldsom
4. Omzetting in een onverdeeld aandeel van de nalatenschap
Omzetting regeling
1. Minnelijk
2. Gerechtelijk
3