HOOFDSTUK 1: WAT IS CONSUMENTENGEDRAG?
1. EEN DEFINITIE VAN CONSUMENTENGEDRAG
‘Consumentenpsychologie is de studie van processen die doorlopen worden wanneer individuen
of groepen producten, diensten, ideeën of ervaringen kiezen, kopen, gebruiken en afdanken, in het
kader van de vervulling van behoeften en wensen.’
2. WAT IS HET AANBOD VAN GOEDEREN EN DIENSTEN?
Van schaarste naar overvloed
Voor de industriële revolutie struggle for life (= schaarste aan de meest noodzakelijke goe-
deren)
Engel bestudeerde de samenhang tussen het toenemende inkomen van de gezinnen en
hun uitgaven:
Noodzakelijke goederen = producten zonder dewelke de consumenten niet kunnen
overleven
o Toenemend inkomen procentueel minder uitgave aan noodzakelijke goederen
Inferieure goederen = goederen waaraan minder wordt uitgegeven naarmate het in-
komen stijgt
Luxegoederen = producten waaraan relatief meer wordt uitgegeven naarmate het in-
komen stijgt
Een index van consumentenvertrouwen
= meten van de ontwikkeling van de consumentenopinie (Katona)
Index hoog = bestedingen zullen stijgen
Index laag = bestedingen zullen dalen
Een consumptiemaatschappij
Voorwaarden consumptiecultuur:
1. De consumptie bevindt zich op een hoog niveau
2. De goederen worden vooral verworven via aankoop (niet door eigen productie)
3. Consumptie en overconsumptie worden over het algemeen aanvaard
4. Mensen evalueren anderen en zichzelf in termen van stijl van consumenten consump-
tie verwerft een expressief aspect
Oorzaken voor het ontstaan van de consumptiemaatschappij (Van Raay & Antonides):
Aanbod van goederen en diensten wordt verbeterd door de comparatieve voordelen en
de verbeterde technologieën zijn goedkoper en worden massaler geproduceerd
Het toenemend inkomen toenemende vraag naar goederen
De reclame stimuleert niet alleen het gebruik, maar ook het totale niveau van consump-
tie
De productlevenscyclus
Introductiefase
o Beeldvorming van het product
o Uitgebreid proces van informatieverwerking en –evaluatie
o Productiekost is erg hoog kostprijs is voor velen te duur
Groeifase
1
, o Product is bekend + varianten
o Bezitsgraad stijgt voortdurend
o Sneller overgaan tot aankoop
o Productiekosten nemen af
Volwassenheidsfase
o Hoogtepunt van de bezitsgraad
o Winstmogelijkheden zijn optimaal
Eindfase
o Vraag neemt af
3. WAT IS HET ONDERSCHEID TUSSEN MARKETING EN CONSUMENTENPSYCHOLO-
GIE?
Binnen de consumentenpsychologie wordt er aandacht geschonken een het gebruik van het
product en het afdanken van producten + men richt zich op individuele consumenten en B2C
4. EEN BESCHRIJVENDE STUDIE?
Normatieve benadering = men tracht het beslissingsproces van de consument te opti-
maliseren (leren hoe ze het best kunnen kiezen)
Prescriptieve benadering = men schrijft voor wat de consumenten moeten beslissen
Voorspellende benadering = het gaat in eerste instantie om het voorspellen van con-
sumentengedrag
Beschrijvende benadering = proberen de factoren die het consumentengedrag beïn-
vloeden zo goed mogelijk te beschrijven centraal in dit handboek!
5. WIE HEEFT BELANG BIJ DEZE STUDIE VAN CONSUMENTENGEDRAG?
Overheid wil het consumentengedrag sturen in een wenselijke richting
Marketeers dienen te begrijpen hoe consumenten redeneren en beslissen (producten
en diensten beter positioneren op de markt)
Consumenten aantonen op welke wijze ze beïnvloed worden in hun gedrag (reflecte-
ren over de aankoop van een product/dienst)
Wetenschap consumentengedrag is een rijk gebied om te onderzoeken
Psychologen consumentenpsychologie biedt een brede basis voor de beroepsuitvoe-
ring
2
, HOOFDSTUK 3: MOTIVATIE EN CONSUMENTENGEDRAG
1. EEN BEGRIPSOMSCHRIJVING
Wat is motivatie?
1. Motivatie activeert de persoon (aanzet tot gedrag)
2. Motivatie geeft richting aan het keuzegedrag (richting)
3. Motivatie bepaalt de intensiteit van het gestelde gedrag (intensiteit)
4. Motivatie heeft betrekking op de volharding om ondanks de moeilijkheden toch door te
zetten (persistentie)
2. EEN COMPLEXE AANGELEGENHEID?
Probleem motivatie kan niet rechtstreeks waargenomen worden
Interveniërende variabele: motivatie is niet rechtstreeks waarneembaar, wel de gevol-
gen
Eenzelfde motivatie kan leiden tot diverse gedragingen
Eenzelfde gedrag kan verklaard worden door diverse motivaties
3. BEHOEFTEN VERSUS DOELEN
‘Behoeften verwijzen naar de algemene categorieën van objecten waar mensen blijkbaar nood aan
hebben.’
In de oorsprong zijn er behoeften
Consumenten zijn zich vaak niet bewust van behoeften, terwijl de doelen op bewust niveau dui-
delijk aanwezig zijn.
Primaire behoeften zijn aangeboren
Secundaire behoeften zijn aangeleerde behoeften die ontstaan onder invloed van de
heersende cultuur, opvoedingsstijl,…
3
1. EEN DEFINITIE VAN CONSUMENTENGEDRAG
‘Consumentenpsychologie is de studie van processen die doorlopen worden wanneer individuen
of groepen producten, diensten, ideeën of ervaringen kiezen, kopen, gebruiken en afdanken, in het
kader van de vervulling van behoeften en wensen.’
2. WAT IS HET AANBOD VAN GOEDEREN EN DIENSTEN?
Van schaarste naar overvloed
Voor de industriële revolutie struggle for life (= schaarste aan de meest noodzakelijke goe-
deren)
Engel bestudeerde de samenhang tussen het toenemende inkomen van de gezinnen en
hun uitgaven:
Noodzakelijke goederen = producten zonder dewelke de consumenten niet kunnen
overleven
o Toenemend inkomen procentueel minder uitgave aan noodzakelijke goederen
Inferieure goederen = goederen waaraan minder wordt uitgegeven naarmate het in-
komen stijgt
Luxegoederen = producten waaraan relatief meer wordt uitgegeven naarmate het in-
komen stijgt
Een index van consumentenvertrouwen
= meten van de ontwikkeling van de consumentenopinie (Katona)
Index hoog = bestedingen zullen stijgen
Index laag = bestedingen zullen dalen
Een consumptiemaatschappij
Voorwaarden consumptiecultuur:
1. De consumptie bevindt zich op een hoog niveau
2. De goederen worden vooral verworven via aankoop (niet door eigen productie)
3. Consumptie en overconsumptie worden over het algemeen aanvaard
4. Mensen evalueren anderen en zichzelf in termen van stijl van consumenten consump-
tie verwerft een expressief aspect
Oorzaken voor het ontstaan van de consumptiemaatschappij (Van Raay & Antonides):
Aanbod van goederen en diensten wordt verbeterd door de comparatieve voordelen en
de verbeterde technologieën zijn goedkoper en worden massaler geproduceerd
Het toenemend inkomen toenemende vraag naar goederen
De reclame stimuleert niet alleen het gebruik, maar ook het totale niveau van consump-
tie
De productlevenscyclus
Introductiefase
o Beeldvorming van het product
o Uitgebreid proces van informatieverwerking en –evaluatie
o Productiekost is erg hoog kostprijs is voor velen te duur
Groeifase
1
, o Product is bekend + varianten
o Bezitsgraad stijgt voortdurend
o Sneller overgaan tot aankoop
o Productiekosten nemen af
Volwassenheidsfase
o Hoogtepunt van de bezitsgraad
o Winstmogelijkheden zijn optimaal
Eindfase
o Vraag neemt af
3. WAT IS HET ONDERSCHEID TUSSEN MARKETING EN CONSUMENTENPSYCHOLO-
GIE?
Binnen de consumentenpsychologie wordt er aandacht geschonken een het gebruik van het
product en het afdanken van producten + men richt zich op individuele consumenten en B2C
4. EEN BESCHRIJVENDE STUDIE?
Normatieve benadering = men tracht het beslissingsproces van de consument te opti-
maliseren (leren hoe ze het best kunnen kiezen)
Prescriptieve benadering = men schrijft voor wat de consumenten moeten beslissen
Voorspellende benadering = het gaat in eerste instantie om het voorspellen van con-
sumentengedrag
Beschrijvende benadering = proberen de factoren die het consumentengedrag beïn-
vloeden zo goed mogelijk te beschrijven centraal in dit handboek!
5. WIE HEEFT BELANG BIJ DEZE STUDIE VAN CONSUMENTENGEDRAG?
Overheid wil het consumentengedrag sturen in een wenselijke richting
Marketeers dienen te begrijpen hoe consumenten redeneren en beslissen (producten
en diensten beter positioneren op de markt)
Consumenten aantonen op welke wijze ze beïnvloed worden in hun gedrag (reflecte-
ren over de aankoop van een product/dienst)
Wetenschap consumentengedrag is een rijk gebied om te onderzoeken
Psychologen consumentenpsychologie biedt een brede basis voor de beroepsuitvoe-
ring
2
, HOOFDSTUK 3: MOTIVATIE EN CONSUMENTENGEDRAG
1. EEN BEGRIPSOMSCHRIJVING
Wat is motivatie?
1. Motivatie activeert de persoon (aanzet tot gedrag)
2. Motivatie geeft richting aan het keuzegedrag (richting)
3. Motivatie bepaalt de intensiteit van het gestelde gedrag (intensiteit)
4. Motivatie heeft betrekking op de volharding om ondanks de moeilijkheden toch door te
zetten (persistentie)
2. EEN COMPLEXE AANGELEGENHEID?
Probleem motivatie kan niet rechtstreeks waargenomen worden
Interveniërende variabele: motivatie is niet rechtstreeks waarneembaar, wel de gevol-
gen
Eenzelfde motivatie kan leiden tot diverse gedragingen
Eenzelfde gedrag kan verklaard worden door diverse motivaties
3. BEHOEFTEN VERSUS DOELEN
‘Behoeften verwijzen naar de algemene categorieën van objecten waar mensen blijkbaar nood aan
hebben.’
In de oorsprong zijn er behoeften
Consumenten zijn zich vaak niet bewust van behoeften, terwijl de doelen op bewust niveau dui-
delijk aanwezig zijn.
Primaire behoeften zijn aangeboren
Secundaire behoeften zijn aangeleerde behoeften die ontstaan onder invloed van de
heersende cultuur, opvoedingsstijl,…
3