H4 DE BEHAVIORISTISCHE BENADERING
1. KLASSIEKE CONDITIONERING
1.1 BASISMODEL VAN PAVLOV
Behaviorisme, leren centraal, uiterlijk waarneembaar gedrag, kind van zijn tijd je moet het in realiteit waarin
we leven bekijken
Pavlov onderzocht specifieke reflexen op prikkels:
• Aangeboren, automatische reacties op prikkels
• Verband tussen S-R, maar S-R is aangeleerd?
• Bv, zweten, watertanden, bibberen bij kou
→ wordt een verbinding gemaakt = neutrale stimulus wordt herhaaldelijk gekoppeld aan stimulus die een
reflexmatige reactie uitlokt
Klassieke conditioneringsproces verloopt in 3 fases
1. Voor de conditionering
Vertrekt vanuit aangeboren reflex : ongeconditioneerd stimulus OS → OR.
Ongeconditioneerde reactie
“voedsel lokt speekselafscheiding uit” → os (voedsel), Or (speeksel) = voedsel lokt speeksel uit => aangeboren
reflex
Neutrale stimulus (een belletje) lokt geen enkele reactie uit
2. Tijdens de conditionering
Gaat een neutrale stimulus (NS) een ongeconditioneerde stimulus (OS) vooraf: NS+OS = OR
Het voedsel wordt voorafgegaan door een belletje en lokt speekselafscheiding uit
NS (belletje) lokt eerst geen reactie uit ( geen aangeboren reflex), NS (belletje) + voedsel ( OS) voedsel word
gelinkt aan belletje ( na belletje krijg je voedsel) = speekselafscheiding (OR) NS word dus CS
3. Na de conditionering
Na verloop van tijd de neutrale (NS) een geconditioneerde stimulus (NS=CS) CS → CR
Belletje lokt speekselafscheiding uit CS: dus wat verbonden werd met het voedsel wordt CR : reflex uitgelokt
door CS
Maar… klassieke conditionering is enkel van toepassing op onwillekeurige gedragingen m.a.w gedragingen die
we buiten onze wil om stellen en waar we dus niet direct greep op hebben. (bv. Bleek worden, blozen,
verhoogde hartslag..)
,Klassieke conditionering
→ prikkelsubstitutie, samen aanbieden NS en OS , neemt NS plaats in van OS die dan geconditioneerde
stimulus wordt (je kan NS niet aanbieden zonder OS anders komt geen CS)
Aangeleerde reacties op basis van associatie van prikkels = Little Albert
→ Contiguïteit, een voorwaarde OS moet samen met NS voorkomen
→ enkel mogelijk bij gedragingen buiten onze wil
Voorbeelden klassieke conditionering:
12u eten, zien dat het 12 uur is = honger
Boze Engelse leraar, ziet vak Engels = angstzweet
Hond ziet baasje riem pakken = kwispelen want hond linkt riem
aan fijne wandeling
1.2. EXPERIMENT WATSON
,Wou uitzoeken of verhaal van Pavlov ook om emotionele en psychologische reacties ging.
Verhaal little Albert
→ eerst geen reactie bij de rat, na connectie leggen geluid en rat =
wel reactie
SAMENVATTING
OS: ongeconditioneerde stimulus → stimulus die die een
reflexmatige reactie uitlokt
OR: ongecontroleerde stimulus → aangeborden reactie of reflex
NS: neutrale stimulus → stimulus dat geen reactie uitlokt
CS: geconditioneerde stimulus → stimulus die verbonden wordt met een OS
CR: geconditioneerde reactie → reflex die uitgelokt wordt door een CS
1.3 CONDITIONERING VAN HOGERE ORDE
Klassieke conditionering moet niet vertrekken uit aangeboren reflex,
kan ook vertrekken uit eerder aangeleerde reactie op prikkel
Cs dient als OS voor een nieuwe CS
1.4 GENERALISATIE
Eenmaal geconditioneerde reactie hebt aangeleerd, kan de geconditioneerde stimulus worden uitgelokt door
de stimulus die lijkt op de oorspronkelijke geconditioneerde stimulus.
Generalisatie zal zeker zijn wanneer groter is en omgekeerd
Emotionele reacties zijn vaak op basis van generalisatie
Generalisatie is erg belangrijk omdat we in het dagelijkse leven, zelden
tot nooit geconfronteerd worden met exact dezelfde situatie.
(niet alleen de zoemer maar ook geluid dat erop lijkt)
Fobieën → over-generaliseren
1.5 AVERSIEVE CONDITIONERING
Pavlov maakte gebruik van alleen positieve prikkels, prikkels die normaal door proefdier werden opgezocht
(voedsel, water,..).
, Anderen maakte ook gebruik van negatieve prikkels (bv. Middel dat braakneigingen veroorzaakt)
We onderscheiden:
• Appetitieve stimuli: stimuli met aangename betekenis ( appetitieve conditionering )
• Aversieve stimuli: met onaangename betekenis (aversieve conditionering )
Aversieve conditionering is heel belangrijk in inzicht te krijgen in ontstaan van angsten
1.6 DISCRIMINATIE
soort rem op generalisatie, proces waar je leert niet te reageren op
stimuli, ookal lijken ze erg op oorspronkelijke CS.
Tegengestelde van generalisatie, treedt selectief conditioneringsproces
op. Vb van: hond die verschil leert tussen twee prikkels ( hoge en lage
beltoon)
1.7 EXPERIMENTELE NEUROSE PAVLOV
Via een proces van klassieke conditionering - discriminatie wordt een hond geleerd
• te reageren op
• niet te reageren op
→ na vele keren = HOND AGRESSIEF = experimentele neurose
1.8 UITDOVING/EXTINCTIE
Eenmaal CR geleerd kan het ook worden afgeleerd door een NS herhaaldelijk
aan te bieden zonder dat de oorspronkelijke ongeconditioneerde stimulus
daaraan wordt gelinkt P 189 voorbeelden
→ verbinding tussen zoemer en voedsel verloren (uitgedoofd), door aantal
keer geen voedsel meer volgde op de zoemer. Zoemer weer neutrale stimulus
1.9 FACTOREN DIE CONDITIONERINGSPROCES BEÏNVLOEDEN
→ TIMING
Klassieke conditionering verloopt het makkelijkst
• Als NS de OS vooraf gaat
• Als tijdsinterval tussen NS en OS minimaal is
Klassieke conditionering verloopt moeizaam
• als NS volgt op OS
• als NS gelijktijdig optreedt met OS
→ AANDACHT
Klassieke conditionering verloopt het makkelijkst