- Het vermogen om je aan te passen en je eigen regie te voeren, in het licht van de sociale,
fysieke en emotionele uitdagingen van het leven
Slaap
- “Men who sleep five hours a night have significantly smaller testicles than those who sleep
seven hours or more,” M. Walke
Schoonspoelen
Leren
Herstellen (oa groeihormonen)
Biologische klok regelt slaap op geleide van licht en hormoon (melatonine)
water
- Functie water in je lichaam
Transport
Lichaamstemperatuur
Bloed
- Advies voedingscentrum: 1,5 a 2 L water per dag
- Dehydratie- dit is wanneer je te weinig vocht in je lichaam hebt
Dikker bloed
Daalt je bloeddruk, waardoor de doorbloeding in de spieren en de huid verminderd
Warmte afgifte word belemmerd en lichaam houd meer warmte vast
Als iemand 2% of meer aan vocht verliest is er prestatie vermindering
In tegenstelling van onze voorouders zijn wij meer koolhydraten gaan eten
Overtraining
- Het punt waarop een sporter negatieve fysiologische aanpassingen en langdurige
prestatieafname begint te ervaren.
- Kenmerken van overtraining
Afname lichaamsgewicht
Slecht slapen
Onrustig gevoel
Verlies van motivatie
Concentratie verlies
Depressieve gevoelens
Acute overbelasting
- Positieve fysiologische aanpassingen en kleine prestatie verbetering
- De regel van henk: Train zoveel als nodig en niet zoveel als mogelijk
Sportblessure risico
- Het aantal sportblessures op basis van 1000 uur sportbeoefening onder sporters van 4 jaar
en ouder die minimaal 1 keer in het meetjaar gesport hebben.
Het afweersysteem
,
,Functies van het skelet
Ondersteuning van spieren en organen
Opslag (calcium en andere mineralen)
Hematopoëse (in het beenmerg worden bloedcellen en bloedplaatjes aangemaakt)
Bescherming (voor hersenen en organen)
Maakt beweging mogelijk
Verschillende soorten vormen botten
Platte beenderen
Schedel
Ribben
Schouderblad
Korte beenderen
Handwortelbeentjes
Lange pijp beenderen
Dijbeen (femur)
Boven arm (humerus)
Sesam beenderen
Knieschijf (patella)
Onregelmatige beenderen
Wervels
Schedel
Bouw van het pijpbeen (humerus/ femur)
Het middelste stuk is de diafyse
Hierin zit een holte waar zich het
beenmerg bevind. Hier worden
nieuwe bloedcellen aangemaakt
Epifyse (groeischijf)
Dit is het uiteinde van het bot.
Dit is hard bot. Helemaal in de
uiteindes bevind zich kraakbeen.
Dit zorgt voor lengte groei.
Het bot word gevormd door 3 soorten cellen
Osteoblasten
Dit zijn cellen die het bod opbouwen. Deze
cellen nestelen zich in het bot. In de eerste
instantie is het zacht, maar het word steeds
harder.
Bevat Calcium en fosfaat
Osteoclasten
Zijn bot cellen die het bot afbreekt (snoeien)
, 2 soorten materiaal botten
Compact bot
- Stevig en zwaar
- het is hard zodat het bescherming kan bieden en zodat we kunnen bewegen
Spongieus bod
- het is zacht zodat er ruimte is voor beenmerg
Het bot word gestimuleerd om sterker te worden doormiddel van bewegen (sporten
waardoor er kracht op de botten komt) (lopen, hardlopen), door de vitamine D A C en door
calcium fosfaat (groene groenten)
Fracturen (botbreuk)
3 behandel methoden voor fracturen
3 fasen van herstel