Samenvatting biochemie I:
biomoleculen
Hoofdstuk 2: koolhydraten
Inleiding
o Naam: koolhydraten, suikers of sacchariden
o Algemene formule: (CH2O)n
o Een van de meest voorkomende biomoleculen op aarde (per jaar 100 miljard ton CO 2 en
water geconverteerd)
o Belang:
Voedsel (suiker, zetmeel,…)
Energiebron (oxidatie)
Structuurelement in celwand
Celadhesie (glycocalyx
Signaalmolecule (glycoconjugaten)
Monosacchariden
o Één enkel polydydroxy-aldehyde/keton: triose, tetrose, pentose, hexose, heptose,…
Aldehyde: monosaccharide is een aldose
Keton: monosaccharide is een ketose
o Koolstofskelet is altijd ONVERTAKT
o Alle C-atomen zijn verbonden met enkelvoudige bindingen
o Hebben asymmetrische centra
o Alle monosacchariden hebben één of meer chirale centra → optische isomeren
Behalve dihydroxy-aceton
Stereoisomeren
Enantiomeren (spiegelbeeld): configuratie van alle chirale centra veranderd
D- isomeer: OH-groep op het chirale centrum dat het verst
verwijderd is van de carbonylgroep staat recht in de Fisher-projectie
L-isomeer: OH-groep op het chirale centrum dat het verst verwijderd
is van de carbonylgroep staat links in de fisher-projectie
Om van D naar L suiker te gaan en omgekeerd: ALLE chirale C’s
moeten gespiegeld worden
Aantal stereo-isomeren bepalen door: 2n
o Afhankelijk van aantal chirale centra n
o Ketosen lopen altijd achter: zijn chiraal centra kwijt doordat
carbonylgroep niet eindstandig is
Diastereomeren: configuratie verandert maar niet van alle chirale centra
Epimeren: verschillen slechts in configuratie rond één koolstofatoom
vb D-mannose en D glucose of D-galactose en D-glucose
o De meeste monosacchariden hebben een ringstructuur (aldotetrosen en alle suikers met 5 of
meer C-atomen)
Vorming van ringstructuur is het gevolg van vorming van
Hemiacetaal (aldosen)
Hemiketaal (ketosen)
, Hierbij wordt een extra chiraal centrum gevormd = anomeer C-atoom→ extra stereo-
isomeren
Isomeren die enkel verschillen in de configuratie rond het anomere C-atoom zijn
anomeren
α anomeer→ hydroxylgroep op anomeer centrum aan TEGENOVERGESTELDE
kant (trans) van de ring tov de CH2OH groep op anomeer referentie-atoom
β anomeer→ hydroxylgroep op anomeer centrum aan DEZELFDE kant (cis)
van de ring tov de CH2OH groep op anomeer referentie-atoom
De ratio van α en β anomeren komt in evenwicht door mutarotatie
Naamgeving ringstucuur
Zesledige ringstructuur = pyranose
Vijfledige ringstructuur = furanose
Haworth-projectie: 3D voorstelling ringstructuur monosacchariden
Werkwijze:
Teken de Fisher-projectie
Nummer de C-atomen beginnend bij C-atoom van carbonylgroep
Teken de juiste ringstructuur leeg (aantal C-atomen bij telling = aantal
hoeken ringstructuur) met de O bovenaan of rechtsboven
C1 (anomeer C) rechts vervolgens wijzerzin
D-suiker: CH2OH omhoog op anomeer referentie-atoom
L-suiker: CH2OH omlaag op anomeer referentie-atoom
α: OH op C1 tegenovergesteld aan CH2OH
β: OH op C1 dezelfde kant als CH2OH
Andere OH RECHTS in Fisher: OMLAAG in Haworth
Andere OH LINKS in Fisher: OMHOOG in Haworth
Vul de rest op met H’s, bij ketosen CH 2OH op C1
o Meest voorkomende monosacchariden in de natuur:
D-suikers
Hexosen
o Monosacchariden zijn ALTIJD reducerend
Ringstructuur kan opengaan en carbonylgroep kan geoxideerd worden tot een
carboxylgroep (zuur)
o Te kennen monosacchariden
o Herkennen
, Disacchariden
o Behoort tot de oligosacchariden (korte ketens van monosacchariden)
o Bestaan uit 2 monosacchariden gekoppeld door een glycosidische binding
Reactie van hemiacetaal met alcohol → vorming van acetaal + H2O
O-glycosidische binding: met zuurstof
(N-glycosidische binding: met stikstof)
o Disacchariden kunnen al dan niet reducerend zijn
2 anomere C-atomen betrokken in glycosidische binding → niet reducerend →
uitgang 2de monosaccharide op ~oside
1 anomeer C-atoom betrokken in glycosidische binding → reducerend (vrij anomeer
C-atoom kan opengaan en geoxideerd worden) → uitgang 2 de monosaccharide op
~ose
o Maltose = glucose + glucose via α 1→ 4 glycosidische binding
α-D-glucopyranosyl-(1→4)-D-glucopyranose
Maar 1 anomeer centra in glycosidische binding
Reducerend
2 anomeren vormen mogelijk of tekenen met
mutarotatie
Plantaardig, belangrijk in brouwproces
o Lactose = galactose + glucose verbonden door β 1→ 4 glycosidische binding
β-D-galactospyranosyl-(1→4)-D-glucopyranose
Maar 1 anomeer centra in glycosidische binding
Reducerend
2 anomeren vormen mogelijk of tekenen met mutarotatie
Melksuiker, dierlijk
Lactose-intolerantie
o Sucrose = β-D-fructose + α-D-glucose
β-D-fructofuranosyl α-D-glucopyranoside
Beide anomere centra betrokken in glycosidische binding
Niet-reducerend
Maar 1 versie van
Tafelsuiker, plantaardig
Polysacchariden
o Meer dan 20 monosaccharide units
o Verschil met eiwitten (polymeren van aminozuren): er is geen template voor polysacchariden
en dus ook geen vooraf bepaalde lengte of grootte
o Onderscheid op basis van
Ketenlengte
biomoleculen
Hoofdstuk 2: koolhydraten
Inleiding
o Naam: koolhydraten, suikers of sacchariden
o Algemene formule: (CH2O)n
o Een van de meest voorkomende biomoleculen op aarde (per jaar 100 miljard ton CO 2 en
water geconverteerd)
o Belang:
Voedsel (suiker, zetmeel,…)
Energiebron (oxidatie)
Structuurelement in celwand
Celadhesie (glycocalyx
Signaalmolecule (glycoconjugaten)
Monosacchariden
o Één enkel polydydroxy-aldehyde/keton: triose, tetrose, pentose, hexose, heptose,…
Aldehyde: monosaccharide is een aldose
Keton: monosaccharide is een ketose
o Koolstofskelet is altijd ONVERTAKT
o Alle C-atomen zijn verbonden met enkelvoudige bindingen
o Hebben asymmetrische centra
o Alle monosacchariden hebben één of meer chirale centra → optische isomeren
Behalve dihydroxy-aceton
Stereoisomeren
Enantiomeren (spiegelbeeld): configuratie van alle chirale centra veranderd
D- isomeer: OH-groep op het chirale centrum dat het verst
verwijderd is van de carbonylgroep staat recht in de Fisher-projectie
L-isomeer: OH-groep op het chirale centrum dat het verst verwijderd
is van de carbonylgroep staat links in de fisher-projectie
Om van D naar L suiker te gaan en omgekeerd: ALLE chirale C’s
moeten gespiegeld worden
Aantal stereo-isomeren bepalen door: 2n
o Afhankelijk van aantal chirale centra n
o Ketosen lopen altijd achter: zijn chiraal centra kwijt doordat
carbonylgroep niet eindstandig is
Diastereomeren: configuratie verandert maar niet van alle chirale centra
Epimeren: verschillen slechts in configuratie rond één koolstofatoom
vb D-mannose en D glucose of D-galactose en D-glucose
o De meeste monosacchariden hebben een ringstructuur (aldotetrosen en alle suikers met 5 of
meer C-atomen)
Vorming van ringstructuur is het gevolg van vorming van
Hemiacetaal (aldosen)
Hemiketaal (ketosen)
, Hierbij wordt een extra chiraal centrum gevormd = anomeer C-atoom→ extra stereo-
isomeren
Isomeren die enkel verschillen in de configuratie rond het anomere C-atoom zijn
anomeren
α anomeer→ hydroxylgroep op anomeer centrum aan TEGENOVERGESTELDE
kant (trans) van de ring tov de CH2OH groep op anomeer referentie-atoom
β anomeer→ hydroxylgroep op anomeer centrum aan DEZELFDE kant (cis)
van de ring tov de CH2OH groep op anomeer referentie-atoom
De ratio van α en β anomeren komt in evenwicht door mutarotatie
Naamgeving ringstucuur
Zesledige ringstructuur = pyranose
Vijfledige ringstructuur = furanose
Haworth-projectie: 3D voorstelling ringstructuur monosacchariden
Werkwijze:
Teken de Fisher-projectie
Nummer de C-atomen beginnend bij C-atoom van carbonylgroep
Teken de juiste ringstructuur leeg (aantal C-atomen bij telling = aantal
hoeken ringstructuur) met de O bovenaan of rechtsboven
C1 (anomeer C) rechts vervolgens wijzerzin
D-suiker: CH2OH omhoog op anomeer referentie-atoom
L-suiker: CH2OH omlaag op anomeer referentie-atoom
α: OH op C1 tegenovergesteld aan CH2OH
β: OH op C1 dezelfde kant als CH2OH
Andere OH RECHTS in Fisher: OMLAAG in Haworth
Andere OH LINKS in Fisher: OMHOOG in Haworth
Vul de rest op met H’s, bij ketosen CH 2OH op C1
o Meest voorkomende monosacchariden in de natuur:
D-suikers
Hexosen
o Monosacchariden zijn ALTIJD reducerend
Ringstructuur kan opengaan en carbonylgroep kan geoxideerd worden tot een
carboxylgroep (zuur)
o Te kennen monosacchariden
o Herkennen
, Disacchariden
o Behoort tot de oligosacchariden (korte ketens van monosacchariden)
o Bestaan uit 2 monosacchariden gekoppeld door een glycosidische binding
Reactie van hemiacetaal met alcohol → vorming van acetaal + H2O
O-glycosidische binding: met zuurstof
(N-glycosidische binding: met stikstof)
o Disacchariden kunnen al dan niet reducerend zijn
2 anomere C-atomen betrokken in glycosidische binding → niet reducerend →
uitgang 2de monosaccharide op ~oside
1 anomeer C-atoom betrokken in glycosidische binding → reducerend (vrij anomeer
C-atoom kan opengaan en geoxideerd worden) → uitgang 2 de monosaccharide op
~ose
o Maltose = glucose + glucose via α 1→ 4 glycosidische binding
α-D-glucopyranosyl-(1→4)-D-glucopyranose
Maar 1 anomeer centra in glycosidische binding
Reducerend
2 anomeren vormen mogelijk of tekenen met
mutarotatie
Plantaardig, belangrijk in brouwproces
o Lactose = galactose + glucose verbonden door β 1→ 4 glycosidische binding
β-D-galactospyranosyl-(1→4)-D-glucopyranose
Maar 1 anomeer centra in glycosidische binding
Reducerend
2 anomeren vormen mogelijk of tekenen met mutarotatie
Melksuiker, dierlijk
Lactose-intolerantie
o Sucrose = β-D-fructose + α-D-glucose
β-D-fructofuranosyl α-D-glucopyranoside
Beide anomere centra betrokken in glycosidische binding
Niet-reducerend
Maar 1 versie van
Tafelsuiker, plantaardig
Polysacchariden
o Meer dan 20 monosaccharide units
o Verschil met eiwitten (polymeren van aminozuren): er is geen template voor polysacchariden
en dus ook geen vooraf bepaalde lengte of grootte
o Onderscheid op basis van
Ketenlengte