Bedrijfseconomie hoofdstuk 5-10
Marketing 2022-2023
Lector: Ann Ottevaere
,Inhoud
HOOFDSTUK 5: KRINGLOPEN EN BRUTO BINNENLANDS PRODUCT (BBP) 4
1. macro-economische grootheden 4
2. de hele wereld in één grote economische kringloop 4
3. op zoek naar een evenwicht 7
4 een beetje wiskunde 10
5. andere economische modellen 12
HOOFDSTUK 6: GELD, MONETAIR BELEID EN INFLATIE 14
1. geld 14
2. monetair Europa (lezen, niet kennen) 16
3. monetair beleid 16
4. inflatie 18
HOOFDSTUK 7: DE ARBEIDSMARKT 20
1. het begrip arbeidsmarkt 20
2. wie werkt er in BE en wie niet ? 22
3. het begrip loonstarheid 24
4. invloed van inflatie op de arbeidsmarkt 24
5. invloed van directe belastingen op de arbeidsmarkt 25
6. Inkomensherverdeling, ongelijkheid en armoede 25
7. arbeidsorganisaties 26
HOOFDSTUK 8: CONJUNCTUUR 27
1. definitie 27
2. de conjunctuurcyclus 27
3.conjunctuurpolitiek 30
HOOFDSTUK 9: INTERNATIONALE HANDEL 31
2
,1. de voordelen van internationale handel 🡪 zeer geglobaliseerde wereld 31
2. nadelen van internationale handel 31
3. de buitenlandse handel van België: enkele cijfers 31
4. de wisselmarkt 31
5. wisselkoerssystemen 33
6. koopkrachtpariteit 34
7. de betalingsbalans 34
8 protectionisme ter bevordering van de binnenlandse handel 35
9. het handelsbeleid van de EU 36
10. organisatie te bevordering van de internationale handel 36
HOOFDSTUK 10: FINANCIËLE MARKTEN 37
1. definitie 37
2. indeling van de financiële markt 37
3. rentevoeten 37
4. de financiering van bedrijven 38
5. de financiering van de overheid 40
BEGRIPPENLIJST: 41
OEFENINGEN BIJ DE HOOFDSTUKKEN 44
3
, Hoofdstuk 5: kringlopen en bruto binnenlands product (bbp)
1. macro-economische grootheden
- macro-economie 🡪 geaggregeerde grootheden 🡪 grote groepen indicatoren: bbp, werkgelegeneid,
consumptie, investeringen, export
- hoofddoelstellingen:
🡪 economische groei bevorderen
🡪 werkloosheid laag brengen/houden
🡪 inflatie onder controle houden
1.1 economische activiteit – bbp
= bruto binnenlands product (=gdp = gross domestic product)
= waarde van de totale stroom afgewerkte goederen en diensten die de economie van een land over de
periode van één jaar produceert
→ aanbodfactoren: productiefactoren bepalen grootte van productie en dus bbp op lange
termijn/structurele factoren vb. bevolkingsgroei / bevolkingssamenstelling / kapitaalvorming /
technologische ontwikkeling / onderwijs
→ vraagfactoren: van conjuncturele aard 🡪 hangt af van gezinnen / overheid / bedrijven / buitenland
→ vraag kan op korte termijn veranderen, vb. in crisis
1.2 indicatoren vanuit verschillende invalshoeken
→ nominaal bbp / bbp in lopende prijzen
goederen en diensten gewaardeerd adhv lopende prijzen 🡪 geen zuiver beeld 🡪 vb. je ziet ook
groei in bbp als prijs stijgt, maar prodcutie niet
→ reële bbp of bbp naar volume
goederen en diensten gewaardeerd adhv prijzen in een bepaalde basisperiode
→ stijging reële bbp < stijging nominale bbp
→ prijsstijgingen (sinds 2015) niet opgenomen in berekening reële bbp, wel bij nominale bbp.
→ basisperiode (jaar 2015) reële bbp = nominale bbp
→ bbp per capita
= bbp per hoofd 🡪 bbp/aantal inwoners
→ groene bbp
bbp ≠ alomvattend
groene bbp houdt rekening met verandering in kwaliteit van het leefmilieu
→ HDI (= Human Development Index)
brengt andere factoren zoals scholingsgraad / werkloosheidsgraad / levenskwaliteit / vrije tijd in
kaart
2. de hele wereld in één grote economische kringloop
🡪 geld- en goederenstroom tussen economische actoren, zoals gezinnen / huishouden / bedrijven in kaart
gebracht
2.1 basis economische kringloop
2 actoren: gezinnen en bedrijven
Y = inkomen C = consumptie
4
Marketing 2022-2023
Lector: Ann Ottevaere
,Inhoud
HOOFDSTUK 5: KRINGLOPEN EN BRUTO BINNENLANDS PRODUCT (BBP) 4
1. macro-economische grootheden 4
2. de hele wereld in één grote economische kringloop 4
3. op zoek naar een evenwicht 7
4 een beetje wiskunde 10
5. andere economische modellen 12
HOOFDSTUK 6: GELD, MONETAIR BELEID EN INFLATIE 14
1. geld 14
2. monetair Europa (lezen, niet kennen) 16
3. monetair beleid 16
4. inflatie 18
HOOFDSTUK 7: DE ARBEIDSMARKT 20
1. het begrip arbeidsmarkt 20
2. wie werkt er in BE en wie niet ? 22
3. het begrip loonstarheid 24
4. invloed van inflatie op de arbeidsmarkt 24
5. invloed van directe belastingen op de arbeidsmarkt 25
6. Inkomensherverdeling, ongelijkheid en armoede 25
7. arbeidsorganisaties 26
HOOFDSTUK 8: CONJUNCTUUR 27
1. definitie 27
2. de conjunctuurcyclus 27
3.conjunctuurpolitiek 30
HOOFDSTUK 9: INTERNATIONALE HANDEL 31
2
,1. de voordelen van internationale handel 🡪 zeer geglobaliseerde wereld 31
2. nadelen van internationale handel 31
3. de buitenlandse handel van België: enkele cijfers 31
4. de wisselmarkt 31
5. wisselkoerssystemen 33
6. koopkrachtpariteit 34
7. de betalingsbalans 34
8 protectionisme ter bevordering van de binnenlandse handel 35
9. het handelsbeleid van de EU 36
10. organisatie te bevordering van de internationale handel 36
HOOFDSTUK 10: FINANCIËLE MARKTEN 37
1. definitie 37
2. indeling van de financiële markt 37
3. rentevoeten 37
4. de financiering van bedrijven 38
5. de financiering van de overheid 40
BEGRIPPENLIJST: 41
OEFENINGEN BIJ DE HOOFDSTUKKEN 44
3
, Hoofdstuk 5: kringlopen en bruto binnenlands product (bbp)
1. macro-economische grootheden
- macro-economie 🡪 geaggregeerde grootheden 🡪 grote groepen indicatoren: bbp, werkgelegeneid,
consumptie, investeringen, export
- hoofddoelstellingen:
🡪 economische groei bevorderen
🡪 werkloosheid laag brengen/houden
🡪 inflatie onder controle houden
1.1 economische activiteit – bbp
= bruto binnenlands product (=gdp = gross domestic product)
= waarde van de totale stroom afgewerkte goederen en diensten die de economie van een land over de
periode van één jaar produceert
→ aanbodfactoren: productiefactoren bepalen grootte van productie en dus bbp op lange
termijn/structurele factoren vb. bevolkingsgroei / bevolkingssamenstelling / kapitaalvorming /
technologische ontwikkeling / onderwijs
→ vraagfactoren: van conjuncturele aard 🡪 hangt af van gezinnen / overheid / bedrijven / buitenland
→ vraag kan op korte termijn veranderen, vb. in crisis
1.2 indicatoren vanuit verschillende invalshoeken
→ nominaal bbp / bbp in lopende prijzen
goederen en diensten gewaardeerd adhv lopende prijzen 🡪 geen zuiver beeld 🡪 vb. je ziet ook
groei in bbp als prijs stijgt, maar prodcutie niet
→ reële bbp of bbp naar volume
goederen en diensten gewaardeerd adhv prijzen in een bepaalde basisperiode
→ stijging reële bbp < stijging nominale bbp
→ prijsstijgingen (sinds 2015) niet opgenomen in berekening reële bbp, wel bij nominale bbp.
→ basisperiode (jaar 2015) reële bbp = nominale bbp
→ bbp per capita
= bbp per hoofd 🡪 bbp/aantal inwoners
→ groene bbp
bbp ≠ alomvattend
groene bbp houdt rekening met verandering in kwaliteit van het leefmilieu
→ HDI (= Human Development Index)
brengt andere factoren zoals scholingsgraad / werkloosheidsgraad / levenskwaliteit / vrije tijd in
kaart
2. de hele wereld in één grote economische kringloop
🡪 geld- en goederenstroom tussen economische actoren, zoals gezinnen / huishouden / bedrijven in kaart
gebracht
2.1 basis economische kringloop
2 actoren: gezinnen en bedrijven
Y = inkomen C = consumptie
4