Eva Vandeput
2de bachelor geneeskunde KUL
INLEIDING PSYCHOLOGIE,
MEDISCHE EN
GEZONDHEIDSPSYCHOLOGIE
Samenvatting
, Deel 1: inleiding in de psychologie
A. Wat is psychologie?
- Psychologie = wetenschap
o Waarbij gedrag wordt bestudeerd
▪ A.d.h.v. systematische observaties, toetsbare theorieën, openbaar
maken van bevindingen
o Waarbij gedrag gebruikt wordt
o Om interne processen (emoties, leren…) te begrijpen die aan basis liggen van
gedrag
B. Voorlopers van de psychologie
- Relatief korte geschiedenis
- Filosofen dachten al na over psychologie sinds oudheid (maar niet wetenschappelijk)
o Voorbeelden: geheugen
▪ Plato: tabula rasa
▪ Socrates: vogelkooi
- Waarom duurde het zo lang?
o Complexiteit van fenomeen
o Mensbeeld: mens = uniek niet aards
a. Toenemend belang van wetenschap in de maatschappij
- Centrale rol van kerk in middeleeuwen
- Na val Romeinse rijk: katholieke kerk = enige instantie die onderwijs stimuleerde
o Gevolg: geloofswaarden zijn primair → ziel = niet-aards
▪ Men dacht weinig zelf na en nam aan wat kerk zei
▪ Dit duurde tot reformatie in 16e eeuw (Luther en Calvijn)
- Wetenschappelijke revolutie → zelfde moment als reformatie
o Voorbeeld: Geocentrisme naar heliocentrisme (Copernicus)
▪ Mens en aarde niet langer middelpunt
▪ Mens is onderworpen aan natuurwetten
de
- 18 eeuw: groei van wetenschappen en techniek
o Belangrijk voor ontwikkeling van psychologie als wetenschap
b. Ontwikkelingen in de filosofie
- Dualisme: lichaam en geest gescheiden (Plato & katholieke kerk)
- Descartes:
o Rationalisme: waarheid kan afgeleid worden via rede (door na te denken), geen
observatie nodig
o Nativisme: sommige kennis is aangeboren
o Dualistisch interactionisme: geest en lichaam interageren (thv hypofyse)
▪ Lichaam is meer dan slaaf van geest
o Menselijk lichaam kan wetenschappelijk bestudeerd worden
- Empirisme:
o Tegen rationalisme, observatie = noodzaak
o Geest komt tot stand via sensorische processen (niet aangeboren)
, ▪ Geest kan ook bestudeerd worden
o Door Hobbes, theorie verspreid door Locke
o Belangrijk principe: associationisme
▪ Hogere orde kennis komt tot stand via associaties van eenvoudige
ideeën
• Associatie wanneer 2 dingen tegelijk ervaren worden
C. Darwin en de evolutietheorie
- Evolutietheorie:
o The origin of species
o Mens = afkomstig uit vroegere levensvormen
▪ Belang van toevallige omstandigheden
▪ Genetische variatie + natuurlijke selectie
▪ Survival of the fittest
- Belang:
o Mens = ontstaan uit dieren
▪ Dieren kunnen iets leren over mens
▪ Start van comparatieve psychologie: gedrag van dieren en mensen als
studieobject
o Mens = onderhevig aan natuurwetten
o ‘Moderne’ wetenschapper:
▪ Systematische observatie
▪ Zorgvuldige documentatie
▪ Hypothesen formuleren
D. De eerste scholen van psychologie
a. Europa
- Wundt: structuralisme
o Onderzoek naar elementen van het bewustzijn
o Elk complex proces kan gereduceerd worden tot een combinatie van
elementaire componenten
o 3 basisvragen:
▪ Wat zijn de basiselementen?
▪ Hoe worden ze gecombineerd?
▪ Wanneer worden ze gecombineerd?
o Methode: analytische introspectie
▪ Eigen bewustzijn en ervaring beschrijven en observeren
• Lijkt precies te zijn maar is eerder een vage beschrijving
o Kritiek:
▪ Weinig praktisch (tijdrovend)
▪ Onbetrouwbaar
o Naar achtergrond vanaf 1920
- Binet: toegepaste psychologie
o Intelligentietest
▪ Doel: hebben kinderen extra onderwijs nodig?
o Oorspronkelijk; schedelafmetingen
▪ Geen succes: geen relatie met oordeel van leerkracht
o Later: gedicht instuderen en opnieuw opschrijven
o Methode: toegepast onderzoek → oplossingen zoeken voor praktisch probleem
, ▪ <-> fundamenteel onderzoek → fenomeen begrijpen en theorie
ontwerpen
- Freud: het onbewuste
o Psychoanalyse
o Gedrag en bewustzijn = oppervlakkige fenomenen
▪ Belangrijker: het onbewuste
o Psychologische problemen in volwassenheid gaan terug op problematische
ervaring die verdrongen zijn
▪ Onbewuste onderzoeken door analyse van ‘vergissingen’,
droomduiding, vrije associatie
o Kritiek:
▪ Vaag (niet echt toetsbaar)
▪ Onsystematische gegevensverzameling
b. VS
- Functionalisme
o Hoe functioneert iets
o Vooral toegepast
▪ Onderwijs
▪ Bevordering productie
• Hawthorne experimenten; wanneer je mensen bestudeert en
observeert, gaan ze beter hun best doen
o Interesse in individuele verschillen
1) William James
o Principles of Psychology
o Verruiming van studiepopulaties
▪ Mentaal gehandicapten, dieren
o “Succes psychologie zal afhangen van de mate waarin het oplossingen biedt aan
praktische problemen”
- Behaviorisme
o Sterk beïnvloed door evolutieleer
▪ Nadruk op gedrag → direct observeerbaar
o Reactie op structuralisme
▪ Afzetten tegen introspectie (gedrag = enige studieobject)
o Reactie op functionalisme
▪ Studie van geest = onmogelijk (functionalisme bestudeerde deze via
gedrag)
▪ Agressie = niet te bestuderen
1) John Watson
o Studie beperkt tot direct observeerbaar gedrag
o Testen op onethische manier
▪ Baby bang maken van rat door geluiden te maken
▪ Na een tijd wordt baby bang van rat zonder geluiden
o Veel leeronderzoek
▪ S-R onderzoek (stimulus reactie)
• Box met muis → hendels om muis beloningen te geven
o Belang van experimenteel onderzoek + systemische observatie
o Hedendaagse situatie
▪ Bestaat nog steeds, maar beperkter en verruimd
2de bachelor geneeskunde KUL
INLEIDING PSYCHOLOGIE,
MEDISCHE EN
GEZONDHEIDSPSYCHOLOGIE
Samenvatting
, Deel 1: inleiding in de psychologie
A. Wat is psychologie?
- Psychologie = wetenschap
o Waarbij gedrag wordt bestudeerd
▪ A.d.h.v. systematische observaties, toetsbare theorieën, openbaar
maken van bevindingen
o Waarbij gedrag gebruikt wordt
o Om interne processen (emoties, leren…) te begrijpen die aan basis liggen van
gedrag
B. Voorlopers van de psychologie
- Relatief korte geschiedenis
- Filosofen dachten al na over psychologie sinds oudheid (maar niet wetenschappelijk)
o Voorbeelden: geheugen
▪ Plato: tabula rasa
▪ Socrates: vogelkooi
- Waarom duurde het zo lang?
o Complexiteit van fenomeen
o Mensbeeld: mens = uniek niet aards
a. Toenemend belang van wetenschap in de maatschappij
- Centrale rol van kerk in middeleeuwen
- Na val Romeinse rijk: katholieke kerk = enige instantie die onderwijs stimuleerde
o Gevolg: geloofswaarden zijn primair → ziel = niet-aards
▪ Men dacht weinig zelf na en nam aan wat kerk zei
▪ Dit duurde tot reformatie in 16e eeuw (Luther en Calvijn)
- Wetenschappelijke revolutie → zelfde moment als reformatie
o Voorbeeld: Geocentrisme naar heliocentrisme (Copernicus)
▪ Mens en aarde niet langer middelpunt
▪ Mens is onderworpen aan natuurwetten
de
- 18 eeuw: groei van wetenschappen en techniek
o Belangrijk voor ontwikkeling van psychologie als wetenschap
b. Ontwikkelingen in de filosofie
- Dualisme: lichaam en geest gescheiden (Plato & katholieke kerk)
- Descartes:
o Rationalisme: waarheid kan afgeleid worden via rede (door na te denken), geen
observatie nodig
o Nativisme: sommige kennis is aangeboren
o Dualistisch interactionisme: geest en lichaam interageren (thv hypofyse)
▪ Lichaam is meer dan slaaf van geest
o Menselijk lichaam kan wetenschappelijk bestudeerd worden
- Empirisme:
o Tegen rationalisme, observatie = noodzaak
o Geest komt tot stand via sensorische processen (niet aangeboren)
, ▪ Geest kan ook bestudeerd worden
o Door Hobbes, theorie verspreid door Locke
o Belangrijk principe: associationisme
▪ Hogere orde kennis komt tot stand via associaties van eenvoudige
ideeën
• Associatie wanneer 2 dingen tegelijk ervaren worden
C. Darwin en de evolutietheorie
- Evolutietheorie:
o The origin of species
o Mens = afkomstig uit vroegere levensvormen
▪ Belang van toevallige omstandigheden
▪ Genetische variatie + natuurlijke selectie
▪ Survival of the fittest
- Belang:
o Mens = ontstaan uit dieren
▪ Dieren kunnen iets leren over mens
▪ Start van comparatieve psychologie: gedrag van dieren en mensen als
studieobject
o Mens = onderhevig aan natuurwetten
o ‘Moderne’ wetenschapper:
▪ Systematische observatie
▪ Zorgvuldige documentatie
▪ Hypothesen formuleren
D. De eerste scholen van psychologie
a. Europa
- Wundt: structuralisme
o Onderzoek naar elementen van het bewustzijn
o Elk complex proces kan gereduceerd worden tot een combinatie van
elementaire componenten
o 3 basisvragen:
▪ Wat zijn de basiselementen?
▪ Hoe worden ze gecombineerd?
▪ Wanneer worden ze gecombineerd?
o Methode: analytische introspectie
▪ Eigen bewustzijn en ervaring beschrijven en observeren
• Lijkt precies te zijn maar is eerder een vage beschrijving
o Kritiek:
▪ Weinig praktisch (tijdrovend)
▪ Onbetrouwbaar
o Naar achtergrond vanaf 1920
- Binet: toegepaste psychologie
o Intelligentietest
▪ Doel: hebben kinderen extra onderwijs nodig?
o Oorspronkelijk; schedelafmetingen
▪ Geen succes: geen relatie met oordeel van leerkracht
o Later: gedicht instuderen en opnieuw opschrijven
o Methode: toegepast onderzoek → oplossingen zoeken voor praktisch probleem
, ▪ <-> fundamenteel onderzoek → fenomeen begrijpen en theorie
ontwerpen
- Freud: het onbewuste
o Psychoanalyse
o Gedrag en bewustzijn = oppervlakkige fenomenen
▪ Belangrijker: het onbewuste
o Psychologische problemen in volwassenheid gaan terug op problematische
ervaring die verdrongen zijn
▪ Onbewuste onderzoeken door analyse van ‘vergissingen’,
droomduiding, vrije associatie
o Kritiek:
▪ Vaag (niet echt toetsbaar)
▪ Onsystematische gegevensverzameling
b. VS
- Functionalisme
o Hoe functioneert iets
o Vooral toegepast
▪ Onderwijs
▪ Bevordering productie
• Hawthorne experimenten; wanneer je mensen bestudeert en
observeert, gaan ze beter hun best doen
o Interesse in individuele verschillen
1) William James
o Principles of Psychology
o Verruiming van studiepopulaties
▪ Mentaal gehandicapten, dieren
o “Succes psychologie zal afhangen van de mate waarin het oplossingen biedt aan
praktische problemen”
- Behaviorisme
o Sterk beïnvloed door evolutieleer
▪ Nadruk op gedrag → direct observeerbaar
o Reactie op structuralisme
▪ Afzetten tegen introspectie (gedrag = enige studieobject)
o Reactie op functionalisme
▪ Studie van geest = onmogelijk (functionalisme bestudeerde deze via
gedrag)
▪ Agressie = niet te bestuderen
1) John Watson
o Studie beperkt tot direct observeerbaar gedrag
o Testen op onethische manier
▪ Baby bang maken van rat door geluiden te maken
▪ Na een tijd wordt baby bang van rat zonder geluiden
o Veel leeronderzoek
▪ S-R onderzoek (stimulus reactie)
• Box met muis → hendels om muis beloningen te geven
o Belang van experimenteel onderzoek + systemische observatie
o Hedendaagse situatie
▪ Bestaat nog steeds, maar beperkter en verruimd