Tendens Definitie Uitleg
= het voorkomen van problemen Kan zeer eenvoudig zijn, maar in sociale sector meer complex
→ verdere problemen voorkomen of → meer vanuit totaalbeeld kijken + versterken van de zorg aan de basis
beperken (druk op curatieve hulpverlening Primaire preventie
verminderen) = voorkomen dat probleem, stoornis, functiebeperking,
opvoedingsprobleem ontstaat
→ beschermen: wegnemen van de factoren
→ ondersteuning: weerbaar maken tegen risicofactoren
Secundaire preventie
= ingrijpen wanneer er tekenen van een probleem/stoornis aanwezig
zijn
→ verdere negatieve ontwikkeling voorkomen (ernst, duur, uitbr.)
→vroege detectie/screening → ethische keuzes
Tertiaire preventie
1. Preventie = nadelige gevolgen van bestaande stoornis op lange termijn
voorkomen
→ niet meer volledig herstel/genezing
→ maximaal gebruik overgebleven (lich. + psy.) functies
Niveaus van preventie
Universele preventie
= iedereen, bepaalde bevolkingsgroepen (bv. kinderen, moeders)
Selectieve preventie
= gericht op bepaalde risicogroep in de maatschappij waar meer kans
is tot ontstaan, maar is er niet persé (bv. kinderen van ouders met
psychische problemen KOPP)
Geïndiceerde preventie
= gericht op individuele persoon/risicogroep waar het al niet goed
gaat, nog niet echt een probleem (bv. mantelzorgers bij personen
met dementie)
Negatieve neveneffecten:
Onnodige verplichtingen opleggen/vrijheden afnemen (problematiserend)
= zorg in en door de maatschappij en zijn Informele zorg
1
, medeburgers Zelfzorg
→ bestaat al sinds de vroege middeleeuwen = bevordering van eigen fysieke, mentale en sociale gezondheid
Christelijke Caritas gedachte Mantelzorg
Normalisatie en integratie = informele hulpverlening uit de onmiddellijke omgeving van de
= meer huiselijke voorzieningen persoon (gezin, familie, buurt, vrienden, collega’s). Het is vrijwillig en
dicht bij de ‘gewone’ mensen gratis aangeboden aan de persoon en vertrekt vanuit de sociale
relatie. (→ jonge mantelzorgers! + premies)
Vrijwilligers werk
activiteit die onbezoldigd en onverplicht wordt verricht voor één of
meerdere andere personen, voor een groep, organisatie of de
samenleving als geheel en dit buiten het familie- of privéverband en
niet in het kader van een arbeidsovereenkomst, een dienstencontract
of een statutaire aanstelling
→ georganiseerde vrijwilligerswerk / ongebonden vrijwilligers
2. Vermaatschappelijking Buddyzorg / duo-werking
= vrijwilliger één op één aan persoon of gezin gekoppeld wordt
Pleegzorg
= zorg waarbij een pleegzorger vrijwillig, onder begeleiding van een
dienst voor pleegzorg en tegen een kostenvergoeding, één of
meerdere pleegkinderen en/of pleeggasten opvangt
→ bestandspleeggezinnen / netwerkpleeggezinnen
Lotgenotencontact – zelfhulpgroep
= praten, herkenning van probleem, besef dat je niet alleen staat,
informatie en uitwisselen van praktische tips
→ Trefpunt Zelfhulp VZW
Community building en community care
= intentie om verbindingen tussen mensen te versterken, stimuleren
en aanmoedigen (algemene verbondenheid met buurt, verenigingen,
organisaties, samenleving)
Contextgericht werken
= aandacht voor context en cliënt
→ vanuit alle settingen (residentiële, ambulante en mobiele)
= poging om de superdiversiteit, de Actuele tendensen
2
= het voorkomen van problemen Kan zeer eenvoudig zijn, maar in sociale sector meer complex
→ verdere problemen voorkomen of → meer vanuit totaalbeeld kijken + versterken van de zorg aan de basis
beperken (druk op curatieve hulpverlening Primaire preventie
verminderen) = voorkomen dat probleem, stoornis, functiebeperking,
opvoedingsprobleem ontstaat
→ beschermen: wegnemen van de factoren
→ ondersteuning: weerbaar maken tegen risicofactoren
Secundaire preventie
= ingrijpen wanneer er tekenen van een probleem/stoornis aanwezig
zijn
→ verdere negatieve ontwikkeling voorkomen (ernst, duur, uitbr.)
→vroege detectie/screening → ethische keuzes
Tertiaire preventie
1. Preventie = nadelige gevolgen van bestaande stoornis op lange termijn
voorkomen
→ niet meer volledig herstel/genezing
→ maximaal gebruik overgebleven (lich. + psy.) functies
Niveaus van preventie
Universele preventie
= iedereen, bepaalde bevolkingsgroepen (bv. kinderen, moeders)
Selectieve preventie
= gericht op bepaalde risicogroep in de maatschappij waar meer kans
is tot ontstaan, maar is er niet persé (bv. kinderen van ouders met
psychische problemen KOPP)
Geïndiceerde preventie
= gericht op individuele persoon/risicogroep waar het al niet goed
gaat, nog niet echt een probleem (bv. mantelzorgers bij personen
met dementie)
Negatieve neveneffecten:
Onnodige verplichtingen opleggen/vrijheden afnemen (problematiserend)
= zorg in en door de maatschappij en zijn Informele zorg
1
, medeburgers Zelfzorg
→ bestaat al sinds de vroege middeleeuwen = bevordering van eigen fysieke, mentale en sociale gezondheid
Christelijke Caritas gedachte Mantelzorg
Normalisatie en integratie = informele hulpverlening uit de onmiddellijke omgeving van de
= meer huiselijke voorzieningen persoon (gezin, familie, buurt, vrienden, collega’s). Het is vrijwillig en
dicht bij de ‘gewone’ mensen gratis aangeboden aan de persoon en vertrekt vanuit de sociale
relatie. (→ jonge mantelzorgers! + premies)
Vrijwilligers werk
activiteit die onbezoldigd en onverplicht wordt verricht voor één of
meerdere andere personen, voor een groep, organisatie of de
samenleving als geheel en dit buiten het familie- of privéverband en
niet in het kader van een arbeidsovereenkomst, een dienstencontract
of een statutaire aanstelling
→ georganiseerde vrijwilligerswerk / ongebonden vrijwilligers
2. Vermaatschappelijking Buddyzorg / duo-werking
= vrijwilliger één op één aan persoon of gezin gekoppeld wordt
Pleegzorg
= zorg waarbij een pleegzorger vrijwillig, onder begeleiding van een
dienst voor pleegzorg en tegen een kostenvergoeding, één of
meerdere pleegkinderen en/of pleeggasten opvangt
→ bestandspleeggezinnen / netwerkpleeggezinnen
Lotgenotencontact – zelfhulpgroep
= praten, herkenning van probleem, besef dat je niet alleen staat,
informatie en uitwisselen van praktische tips
→ Trefpunt Zelfhulp VZW
Community building en community care
= intentie om verbindingen tussen mensen te versterken, stimuleren
en aanmoedigen (algemene verbondenheid met buurt, verenigingen,
organisaties, samenleving)
Contextgericht werken
= aandacht voor context en cliënt
→ vanuit alle settingen (residentiële, ambulante en mobiele)
= poging om de superdiversiteit, de Actuele tendensen
2