Hoorcolleges Onderzoek doen 2.3
Toets: Kennistoets 2.3
Stof
- Saunders, M., P. Lewis, Thornhill, A., Booij, M. & Verckens, J. P. (2011).
Methoden en technieken van onderzoek. Vijfde editie, Amsterdam: Pearson
Education. Hoofdstuk 1, paragraaf 2.3, 2.5, hoofdstuk 4 (§4.1;4.2; 4.3; 4.4, 4.6
en 4.7, 4.9), Hoofdstuk 5, Hoofdstuk 6, Hoofdstuk 8 (paragraaf 8.1; 8.2),
hoofdstuk 9 (9.1, 9.2). H10, H11, H12 Bijlage 1
- Gebruikte PPT presentaties
Leerdoelen
- De inhoud van de verschillende onderdelen van een onderzoeksvoorstel
en/of onderzoeksrapport en de onderlinge verbanden benoemen en
herkennen;
- Aangeven welke handelingen in welke onderzoeksfases worden uitgevoerd.
- benoemen wat de positie van theorie binnen een onderzoeksvoorstel en/of
onderzoeksrapport is; (inductief deductief, koppeling deelvragen met
theorie)
- herkennen wanneer een doelstelling en/of vraagstellingen voor een
onderzoek goed geformuleerd is
- herkennen of de onderzoeksmethodologie wel of niet passend is bij een
probleem geformuleerd in een onderzoeksvoorstel en/of
onderzoeksrapport;
- de problematiek van het verkrijgen van toegang tot respondentgroepen en
ethische kwesties bij het doen van onderzoek herkennen;
- de verschillende soorten vragen die aanbod kunnen komen binnen
enquêtes benoemen;
- herkennen wat de verschillende non verbale en verbale technieken zijn die
gebruikt kunnen worden tijdens een interview; (vertekening/bias)
- herkennen op welke manier kwantitatieve en kwalitatieve gegevens
verzameld, verwerkt en geanalyseerd dienen te worden;
- de betekenis van en de relatie tussen de onderwerpen populatie,
steekproef trekken en het doen van betrouwbare en valide uitspraken
aangeven.
, Les 1 fase 1 deel 1
Onderzoek is….
Onafhankelijk van:
- voorkeuren en meningen van betrokkenen
- Van jezelf! (objectief)
Toetsbaar:
- Resultaten moeten waarneembaar zijn in de werkelijkheid. (meetbaar)
- Eenduidig = (geen verwarring over definities bv)
Nauwkeurig:
- Informatiegehalte is hoog
Generaliseerbaar:
- Uitspraken kunnen doen over groepen personen of verschijnselen die niet
specifiek zijn onderzocht.
Efficiënt en bruikbaar:
- De opdrachtgever moet er wat aan hebben
Een onderzoeksvoorstel
- beschrijft het doel en de middelen.
- beantwoord de topische vragen (5W’s).
Topische vragen
Waarover gaat het onderzoek?
- Het onderwerp
Waartoe dient het onderzoek
Doel
- Probleemstelling in tweeën te delen
► Waarom vraag? -> DOELSTELLING
► Wat vraag? -> CENTRALE VRAAG
Waar wordt er onderzocht?
Wanneer wordt er onderzocht?
Middele
Hoe wordt er onderzocht?
Hoeveel te onderzoeken? (afbakening)
Opbouw onderzoeksvoorstel
- Inleiding
Aanleiding
Achtergrond
Trends en ontwikkelingen
, Doelstelling + relevanties
- Inhoudelijke verkenning = kritisch lit overzicht
- Onderzoeksvragen + Methode van onderzoek / werkwijze
- Planning
- Voorlopige inhoudsopgave
- Bibliografie
Inleiding
Vaak is er een leemte in kennis of gaat het om een probleem.
Handige vragen zijn dan:
- Wat is het probleem?
- Wie heeft het probleem?
- Wanneer is het probleem ontstaan?
- Waarom is het een probleem?
- Waar doet het probleem zich voor?
NIET letterlijk beantwoorden!
Aanleiding
- Waarom wil de opdrachtgever dit
onderzoek?
- Welke trends & ontwikkelingen in de
maatschappij zijn er die van invloed zijn
op jouw onderzoek?
- Aantal blz = minimaal 2
Achtergrond
- Korte beschrijving van het bedrijf: de
opdrachtgever
- geschiedenis, visie, missie, producten, etc
- Aantal blz = ongeveer halve blz
Doelstelling
- Je geeft aan Waarom je onderzoek wilt doen.
- “Inzicht verkrijgen in…………….., ten
einde…….”
- 1 doelstelling formuleren
- afbakenen d.m.v. definities
Wat de relevantie is?
- Praktisch (voor het bedrijf)
- Maatschappelijk (wat hebben jij en ik eraan?)
Afbakenen
- Wat kan men wel en niet verwachten
- Maak je onderzoek zo SMART mogelijk: S:specifiek, M: meetbaar A:
ambitieus R: reëel
T: tijdsgebonden
Toets: Kennistoets 2.3
Stof
- Saunders, M., P. Lewis, Thornhill, A., Booij, M. & Verckens, J. P. (2011).
Methoden en technieken van onderzoek. Vijfde editie, Amsterdam: Pearson
Education. Hoofdstuk 1, paragraaf 2.3, 2.5, hoofdstuk 4 (§4.1;4.2; 4.3; 4.4, 4.6
en 4.7, 4.9), Hoofdstuk 5, Hoofdstuk 6, Hoofdstuk 8 (paragraaf 8.1; 8.2),
hoofdstuk 9 (9.1, 9.2). H10, H11, H12 Bijlage 1
- Gebruikte PPT presentaties
Leerdoelen
- De inhoud van de verschillende onderdelen van een onderzoeksvoorstel
en/of onderzoeksrapport en de onderlinge verbanden benoemen en
herkennen;
- Aangeven welke handelingen in welke onderzoeksfases worden uitgevoerd.
- benoemen wat de positie van theorie binnen een onderzoeksvoorstel en/of
onderzoeksrapport is; (inductief deductief, koppeling deelvragen met
theorie)
- herkennen wanneer een doelstelling en/of vraagstellingen voor een
onderzoek goed geformuleerd is
- herkennen of de onderzoeksmethodologie wel of niet passend is bij een
probleem geformuleerd in een onderzoeksvoorstel en/of
onderzoeksrapport;
- de problematiek van het verkrijgen van toegang tot respondentgroepen en
ethische kwesties bij het doen van onderzoek herkennen;
- de verschillende soorten vragen die aanbod kunnen komen binnen
enquêtes benoemen;
- herkennen wat de verschillende non verbale en verbale technieken zijn die
gebruikt kunnen worden tijdens een interview; (vertekening/bias)
- herkennen op welke manier kwantitatieve en kwalitatieve gegevens
verzameld, verwerkt en geanalyseerd dienen te worden;
- de betekenis van en de relatie tussen de onderwerpen populatie,
steekproef trekken en het doen van betrouwbare en valide uitspraken
aangeven.
, Les 1 fase 1 deel 1
Onderzoek is….
Onafhankelijk van:
- voorkeuren en meningen van betrokkenen
- Van jezelf! (objectief)
Toetsbaar:
- Resultaten moeten waarneembaar zijn in de werkelijkheid. (meetbaar)
- Eenduidig = (geen verwarring over definities bv)
Nauwkeurig:
- Informatiegehalte is hoog
Generaliseerbaar:
- Uitspraken kunnen doen over groepen personen of verschijnselen die niet
specifiek zijn onderzocht.
Efficiënt en bruikbaar:
- De opdrachtgever moet er wat aan hebben
Een onderzoeksvoorstel
- beschrijft het doel en de middelen.
- beantwoord de topische vragen (5W’s).
Topische vragen
Waarover gaat het onderzoek?
- Het onderwerp
Waartoe dient het onderzoek
Doel
- Probleemstelling in tweeën te delen
► Waarom vraag? -> DOELSTELLING
► Wat vraag? -> CENTRALE VRAAG
Waar wordt er onderzocht?
Wanneer wordt er onderzocht?
Middele
Hoe wordt er onderzocht?
Hoeveel te onderzoeken? (afbakening)
Opbouw onderzoeksvoorstel
- Inleiding
Aanleiding
Achtergrond
Trends en ontwikkelingen
, Doelstelling + relevanties
- Inhoudelijke verkenning = kritisch lit overzicht
- Onderzoeksvragen + Methode van onderzoek / werkwijze
- Planning
- Voorlopige inhoudsopgave
- Bibliografie
Inleiding
Vaak is er een leemte in kennis of gaat het om een probleem.
Handige vragen zijn dan:
- Wat is het probleem?
- Wie heeft het probleem?
- Wanneer is het probleem ontstaan?
- Waarom is het een probleem?
- Waar doet het probleem zich voor?
NIET letterlijk beantwoorden!
Aanleiding
- Waarom wil de opdrachtgever dit
onderzoek?
- Welke trends & ontwikkelingen in de
maatschappij zijn er die van invloed zijn
op jouw onderzoek?
- Aantal blz = minimaal 2
Achtergrond
- Korte beschrijving van het bedrijf: de
opdrachtgever
- geschiedenis, visie, missie, producten, etc
- Aantal blz = ongeveer halve blz
Doelstelling
- Je geeft aan Waarom je onderzoek wilt doen.
- “Inzicht verkrijgen in…………….., ten
einde…….”
- 1 doelstelling formuleren
- afbakenen d.m.v. definities
Wat de relevantie is?
- Praktisch (voor het bedrijf)
- Maatschappelijk (wat hebben jij en ik eraan?)
Afbakenen
- Wat kan men wel en niet verwachten
- Maak je onderzoek zo SMART mogelijk: S:specifiek, M: meetbaar A:
ambitieus R: reëel
T: tijdsgebonden