Tentamen CiRe
MCQ:
1. Welk onderdeel van de vaatwand wordt in de figuur aangewezen?
a. Tunica adventitia
b. Tunica intima
c. Tunica media
2. Hoe groot is het hartminuutvolume in deze situatie?
a. 5 ml/min
b. 250 ml/min
c. 5 L/min
d. 50 L/min
3. Welke verandering van influenza wordt getoond?
a. Antigene determinantie
, b. Antigene drift
c. Antigene mimicry
d. Antigene shift
4. Wat is het effect van hyperventilatie op de koolstofdioxidespanning en de zuurgraad van
het bloed in de aorta?
a. Pco2 daalt en pH stijgt
b. Pco2 daalt en pH daalt
c. Pco2 stijgt en pH daalt
d. Pco2 stijgt en pH stijgt
5. Wat zie je op een PV lus bij een aortastenose
a. Toename interne arbeid en afname externe arbeid
b. Afname interne arbeid en toename externe arbeid
c. Rechtsverschuiving van punt B
d. Blijft hetzelfde
6. Wat wordt door een pulmonalisstenose veroorzaakt?
a. Concentrische hypertrofie rechter ventrikel
b. Concentrische hypertrofie linker ventrikel
c. Excentrische hypertrofie rechter ventrikel
d. Excentrische hypertrofie linker ventrikel
7. Wat wordt door een mitralisklepinsufficientie veroorzaakt?
a. Volumebelasting met excentrische hypertrofie in het rechter ventrikel
b. Volumebelasting met excentrische hypertrofie in het linker ventrikel
c. Drukbelasting met excentrische hypertrofie in het linker ventrikel
d. Drukbelasting met concentrische hypertrofie in het linker ventrikel
8. Waar loopt de trombus vast bij endocarditis van de kat?
a. Aortaklep
b. Linker aurikel
c. Tricuspidalisklep
d. Coronairvaten
9.
10. Welke ziekte veroorzaakt grootste afname in elasticiteit?
a. Op volgorde zetten van veel naar weinig:
Interstitiele pneumonie/ bronchitis / alveolitis / tracheitis
antwoord: interstitiele pneumonie, alveolitis, bronchitis , tracheitis niet zeker
11. Wat zijn overeenkomsten tussen twee soorten hartworm (angiostrongylus vasorum en
dirofilaria immitis)?
a. Komt voor bij paarden en honden
MCQ:
1. Welk onderdeel van de vaatwand wordt in de figuur aangewezen?
a. Tunica adventitia
b. Tunica intima
c. Tunica media
2. Hoe groot is het hartminuutvolume in deze situatie?
a. 5 ml/min
b. 250 ml/min
c. 5 L/min
d. 50 L/min
3. Welke verandering van influenza wordt getoond?
a. Antigene determinantie
, b. Antigene drift
c. Antigene mimicry
d. Antigene shift
4. Wat is het effect van hyperventilatie op de koolstofdioxidespanning en de zuurgraad van
het bloed in de aorta?
a. Pco2 daalt en pH stijgt
b. Pco2 daalt en pH daalt
c. Pco2 stijgt en pH daalt
d. Pco2 stijgt en pH stijgt
5. Wat zie je op een PV lus bij een aortastenose
a. Toename interne arbeid en afname externe arbeid
b. Afname interne arbeid en toename externe arbeid
c. Rechtsverschuiving van punt B
d. Blijft hetzelfde
6. Wat wordt door een pulmonalisstenose veroorzaakt?
a. Concentrische hypertrofie rechter ventrikel
b. Concentrische hypertrofie linker ventrikel
c. Excentrische hypertrofie rechter ventrikel
d. Excentrische hypertrofie linker ventrikel
7. Wat wordt door een mitralisklepinsufficientie veroorzaakt?
a. Volumebelasting met excentrische hypertrofie in het rechter ventrikel
b. Volumebelasting met excentrische hypertrofie in het linker ventrikel
c. Drukbelasting met excentrische hypertrofie in het linker ventrikel
d. Drukbelasting met concentrische hypertrofie in het linker ventrikel
8. Waar loopt de trombus vast bij endocarditis van de kat?
a. Aortaklep
b. Linker aurikel
c. Tricuspidalisklep
d. Coronairvaten
9.
10. Welke ziekte veroorzaakt grootste afname in elasticiteit?
a. Op volgorde zetten van veel naar weinig:
Interstitiele pneumonie/ bronchitis / alveolitis / tracheitis
antwoord: interstitiele pneumonie, alveolitis, bronchitis , tracheitis niet zeker
11. Wat zijn overeenkomsten tussen twee soorten hartworm (angiostrongylus vasorum en
dirofilaria immitis)?
a. Komt voor bij paarden en honden