onderzoek
Basisbegrippen
- Correlatie: dat twee factoren samenhangen
- Causaal verband: A is de oorzaak van B
Voorbeeld causaal verband: veroorzaakt alcoholconsumptie (onafhankelijke variabele)
leverkanker (afhankelijke variabele)
Griekse tekens als het gaat over populatie en Latijnse tekens als het gaat over de steekproef
(sample)
Populatie Steekproef
Gemiddelde µ Steekproefgemiddelde x̄
Proportie π Proportie in de p
steekproef
Standaarddeviatie 𝜎 Standaarddeviatie van S
de steekproef
Populatievariantie 𝜎2 Steekproefvariantie S2
Correlatie ρ Correlatie in een r
steekproef
Nulhypothese: gaat er vanuit dat er geen effect aanwezig is
Alternatieve hypothese: gaat er vanuit dat er wel een effect is
Tweezijdig toetsen: doe je wanneer er gevraagd wordt of er een verschil is (toets of er een
verschil is in intelligentie tussen geneeskunde en gezondheidswetenschappen studenten)
Eenzijdig toetsen: doe je wanneer de richting van het verschil al gegeven is (toets of mannen
groter zijn dan vrouwen)
Soorten onderzoek:
- Beschrijvend observationeel: je beschrijft de samenhang, je kunt dus geen causaal
verband onderscheiden, wel een correlatie
- Analytisch observationeel: je zoekt uit wat de oorzaak en het gevolg is, waarbij je geen
interventie uitvoert
- Analytisch experimenteel: je zoekt uit wat de oorzaak en gevolg is, waarbij je wel een
interventie uitvoert
Significantie: treedt op wanneer een resultaat sterk is en het niet door toeval veroorzaakt kan
zijn
P-waarde:
- Waarde tussen 0 en 1
- Is ie kleiner dan α, dan verwerp je H0 en accepteer je H1 → er is sprake van significantie
Type I fout: wanneer je H0 verwerpt, terwijl deze in werkelijkheid wel waar is
Type II fout: wanneer je de H0 behoudt, terwijl deze in werkelijkheid niet waar is